Column Jit Peters: Minder ministers, meer macht ambtenaren

door Redactie op 30/08/2010

in Haagse vierkante kilometer

Wat er precies bekokstoofd wordt in de formatieonderhandelingen tussen VVD, CDA en PVV blijft voorlopig ongewis maar de uitkomst levert waarschijnlijk op dat een akkoord wordt bereikt dat men wel met minder ministers toekan. Net zoals het samenvoegen van departementen zit dat in de lucht. Het schijnt dat daarover met paarsplus partijen ook wel te praten viel. Moeten we daarmee blij zijn? Het staat wel flink wanneer overal bezuinigd moet worden wanneer dan ook niet op ministers. Het bevordert de efficiency, minder onderhandelen in het kabinet en het bevordert een slagvaardig bestuur. Wat zou daar nu tegen zijn?

Toch zou men zich tweemaal moeten bedenken voor men een grootscheepse reorganisatie inzet. Daar komt een samenvoeging van departementen op neer..

Het kost veel inspanning, geld en de opbrengsten vallen altijd tegen. Dat laatste constateert ook de Raad voor het Openbaar Bestuur. Het samenvoegen en dus vergroten van departementen leidt tot een toename van ambtelijk overwicht. Immers compromissen behoeven geen onderhandelingen tussen ministers meer maar kunnen lager worden afgedaan door ambtenaren. Het politieke primaat wordt ingeruild voor het ambtelijk primaat. Bovendien leidt het erg af van de werkelijke maatschappelijke problemen. Daar hebben ambtenaren dan even geen tijd voor. Bezuinigingen zonder aan te geven welke taken dan niet of minder hoeven te worden uitgevoerd helpen niet echt bij het verminderen van het aantal ambtenaren. De meeste ambtenaren (ongeveer 80 procent) zijn bezig met uitvoering en niet met beleid. Het Rijk kent ongeveer 150 beleidsdirecties. Deze zouden zich bezig dienen te houden met de prioriteiten en thema’s van het kabinet. Die directies zouden ook meer flexibel kunnen worden ingezet. Zij zouden de ministers dienen te volgen in plaats van omgekeerd. Zij kunnen dus flexibel worden overgeplaatst naar andere departementen of werkeenheden al naar gelang naar de prioriteiten van het kabinet. De directie minderheidsbeleid is daarvan een mooi voorbeeld (eerst bij BZK, daarna bij Justitie, daarna bij VROM). Ambtenaren werken voortaan voor het Rijk en niet voor een bepaald departement. Dat wordt ook bij hun aanstelling bepaald. Dubbel werk van beleidsdirecties wordt geschrapt. Zo houden bijvoorbeeld zich zeven beleidsdirecties van verschillende departementen en vier ministers bezig met klimaat en energie. Daarvan zijn meerdere voorbeelden te vinden. Die dubbelingen kunnen eruit en leveren besparingen op.

Nederland kent vergeleken met andere landen weinig ministers. Politieke sturing van ambtenaren lijdt daaronder. In plaats van dat probleem aan te pakken vergroot men met het aanstellen van minder ministers dit probleem eerder. Ministers staan aan het hoofd van het departement volgens de grondwet. Dan kan men niet volstaan met meer staatssecretarissen. Doordat staatssecretarissen geen deel uit maken van de ministerraad kunnen zij vanuit de ministerraad geen politieke sturing geven. Een onderscheid in soorten ministers zoals kabinetsministers en gewone departementsministers staat onze grondwet niet toe. Alle ministers, ook die zonder portefeuille of programmaministers, hebben gelijke stem in de ministerraad. Ministers hebben het nu al zwaar met vele optredens in de Tweede Kamer, aansturen van ambtenaren en Europese verplichtingen. Waarom wordt hun taak zwaarder gemaakt door ze de leiding te geven grotere departementen? Van dat leiding geven komt niets terecht laat staan van een betere dialoog met de samenleving door wijkbezoeken of bedrijfsbezoeken?

Zoals de Vice-President van de Raad van State Tjeenk Willink heeft gesteld, is Nederland geen onderneming die door een raad van bestuur moet worden aangestuurd. Verkokering gaat men niet tegen door minder ministers aan te stellen. De onderhandelingen tussen de verschillende sectoren en belangen vinden dan niet meer plaats tussen ministers maar tussen ambtenaren. Dat is geen winst vanuit politieke sturing en democratie. Onderhandelingen tussen ministers moet men niet negatief opvatten maar als een mechanisme die checks and balances bevordert. Verschillende belangen worden dan in de ministerraad meegewogen. Bij het vormen van een grote departementen zoals van veiligheid door een fusie van de ministeries van BZK en Justitie, dreigt het belang van grondrechtenbescherming en andere rechtsstatelijke elementen eerder te worden weggewoven. Hetzelfde kan men stellen ten opzichte van een fusie tussen de ministeries Verkeer en Waterstaat en Vrom. De kans dat dan milieubelangen het onderspit delven tegenover de belangen van de infrastructuur wordt groter. Van die belangenafweging moet men ministers niet isoleren maar men moet ze er juist bij betrekken. Het politieke primaat moet niet vervangen worden door het ambtelijk primaat hetgeen dreigt wanneer men ministers weghoudt van de belangenafweging op het hoogste niveau, namelijk in de ministerraad. De neiging zal dan toenemen ambtenaren op te dragen zelf met compromissen te komen. Hoe lager in de organisatie de compromissen ontstaan hoe minder controle hierop wordt uitgeoefend. In het verleden zijn juist met het oog op de bevordering van bepaalde belangen ministers aangesteld en departementen gevormd. De benoeming van meer staatssecretarissen als compensatie van minder ministers helpt onvoldoende want staatssecretarissen zitten niet in de ministerraad. Staatssecretarissen hebben internationaal ook minder prestige al mogen ze zich dan soms minister noemen in het buitenland. Het is meer prestigieus met een minister van doen te hebben dan met een staatssecretaris. Dat geldt zowel in het binnenland als in het buitenland.

Jit Peters

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 WJLH 30/08/2010 om 15:34

Wat Jit Peters een nadeel noemt van grote departementen als Veiligheid (Duits: Staatssicherheit?) en Ruimte, namelijk dat andere belangen als grondrechtenbescherming en milieubescherming het onderspit delven, zullen VVD, CDA en PVV eerder synergievoordelen noemen. En wie kan daar nu op tegen zijn?

2 g. van oudenallen 22/09/2010 om 08:05

Volgens het boek beginselen van het Nederlandse staatsrecht Belinfante/de Reede:

Kunnen staatssecretarissen de plaats van de Minister in de Ministerraad innemen, echter hebben geen stemrecht…

Het lijkt er meer op dat er een efficiente bedrijfsvoering moet komen en dat de ministers bijzondere topambtenaren onder zich dienen te
hebben; als zij die al niet hebben. Soms bereik je met minder mensen meer….

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: