Column Jit Peters over Irakdebat

door Redactie op 16/02/2010

in Haagse vierkante kilometer

Lang is politiek beraadslaagd over de kabinetsreactie op het rapport-Davids. Maar nu hebben we dan ook wat. Het is een kunststukje geworden dat de partijen PvdA en CDA bijeenbracht. Die partijen hadden toch een geheel andere visie op het rapport-Davids; de één wilde een schuldbekentenis en het gelijk achteraf, de ander wilde het ongelijk voor fouten uit het verleden niet erkennen. Met een paar toverformules zijn beide partijen bediend en dat is knap. Alleen van de ministeriële verantwoordelijkheid en het rapport-Davids zelf blijft weinig over maar wie daarover zeurt is een kniesoor want de coalitiebelangen en het voortbestaan van dit kabinet staan voorop. En in dat laatste is men toch aardig geslaagd.

Wat zijn nu de belangrijkste toverformules en waar gaan die op de loop met de ministeriële verantwoordelijkheid? In de eerst plaats wordt geconstateerd dat de vorige kabinetten ervan overtuigd waren een zuivere en integere afweging te hebben gemaakt. De meerderheid in de Kamer vond dat ook. Daarmee maakt Balkenende zich in feite immuun voor kritiek. Maar is het relevant? Gaat het voortaan bij het verantwoorden alleen over de vraag of de bedoelingen wel goed zijn? Dat zal toch bijna altijd het geval zijn. Gaan we voortaan slechts beoordelen of ministers hun fouten integer hebben gemaakt?

Dan krijgen we als wondermiddel een lesje staatsrecht. De ministeriële verantwoordelijkheid is volgens de brief verbonden met het ambt van de minister, ongeacht wie het ambt vervult. Dat is gemakkelijk en een mooie fictie. Immers een ambt kan niet lopen, noch praten, laat staan zich verdedigen. Een minister kan namens het ambt wel inlichtingen verstrekken maar het debat kan het ambt niet aangaan. De ministeriële verantwoordelijkheid wordt beperkt in de brief tot het beantwoorden van vragen en het verstrekken van informatie. Maar daar houdt de ministeriële verantwoordelijkheid niet op want die strekt zich ook uit over debatteren, uitleggen en verdedigen. Dat is toch de essentie van verantwoorden. Via de constructie van het wezenloze ambt maakt het kabinet het zich makkelijk. Balkenende IV hoeft Balkenende I niet meer te verdedigen. Maar de echte Balkenende is een man van vlees en bloed; dat was hij toen en is hij nu. Hij zou wel kunnen debatteren en zich kunnen verdedigen. Er zijn ministers afgetreden omdat zij in een vorig kabinet de Kamer verkeerd of onvoldoende hadden geïnformeerd, zelfs wanneer die ministers inmiddels op een andere portefeuille zaten. Als voorbeelden noem ik de ministers Korthals en van Eekelen. Alleen Balkende zit nog op dezelfde post, namelijk die van premier.

Lees verder op het NJBlog.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Hans Klok 25/02/2010 om 15:24

Wat betreft laatste punt in column: zie Kst. 31 847, nr. 19 waarmee deze suggestie is weggenomen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: