Column Tom Eijsbouts: Verdedig pijnlijk euro-compromis met verve

door Redactie op 11/03/2011

in Buitenland, Haagse vierkante kilometer

Ben Knapen was hoofdredacteur en columnist bij NRC Handelsblad. Hij is een helder denker met een uitstekende pen. Nu is hij staatssecretaris op Buitenlandse Zaken en heeft geen tijd meer om te schrijven. Woensdag stond op deze pagina onder zijn naam een stuk dat hij zelf niet geschreven zou hebben. Geen hoogtepunt. Het probleem zit in de vraag: wie is mijn publiek, tot wie richt ik me?

Het stuk begint in pseudo-historische grootspraak: ‘We staan nu in Europa op een even cruciaal punt als China in 1436’ — het jaar dat China zijn expansie stopte en zich opsloot achter de Muur. Om te bewijzen dat we echt op zo een kruispunt staan volgt een aantal problemen en voornemens van de Europese Unie. Kijk hoe de de staatssecretaris ons daarvan probeert te overtuigen:

Maar er is meer nodig. Er zijn binnen de eurozone grote economische verschillen. In goede tijden let niemand er zo op, maar in mindere tijden zet het eurolanden onder grote druk, zie de zeepbel in de Spaanse huizenmarkt en de dramatische toestand in de Ierse bankensector. Het antwoord daarop is een veel hechtere economische samenwerking dan we tot nu toe kennen.

Wordt hier iets met enige dwang betoogd? Nee. Volgt er dan misschien een uitleg waarom een veel hechtere economische samenwerking nodig is? Nee. Dan nu de hoofdvraag: Wie wil hij overtuigen? Wie zijn wij, zijn publiek?

Het stuk van Knapen, net iets langer dan deze column, telt veertig maal het woord Ons of Wij. Het gaat over onze kansen, of naar wat wij moeten, wij mogen en wij kunnen. Typisch een oproep. Maar tot wie richt hij zich?
Nu eens is de oproep gericht aan ons, Europa, dat de wereld in moet: ‘Er is voor ons een rol als wereldspeler weggelegd’. Dan weer aan ons, Nederland, dat Europa in moet: ‘Inderdaad, als we meer samen doen, zullen we minder soeverein zijn. Maar we krijgen er zeggenschap en invloed voor terug die we als soeverein landje anders nooit meer zullen hebben’.

Bij de lezer rijst het vermoeden dat het stuk eigenlijk niet aan Europa gericht is en ook niet aan Nederland, maar aan Knapens collegae en gedogers in Den Haag, die zich almaar steviger verschansen achter de Waterlinie.

Maar waarom je richten op geestverweesden? Dat is zinloos, zoals zijn collega Hillen (ook oud-journalist) zaterdag uitlegde in NRC Handelsblad. ‘Je tegenstanders overtuig je toch niet; je kijkt alleen naar het publiek.’ Inderdaad. De goede politicus richt zich tot zijn publiek.

Dinsdag kreeg Luuk van Middelaar, wiens hoogst originele proefschrift ‘Passage naar Europa’ op Buitenlandse Zaken verplichte kost is, voor dat boek opnieuw een prijs uitgereikt. Bij mijn weten de derde. In zijn dankwoord wees de auteur, inmiddels toesprakenschrijver van Herman van Rompuy, op een strijdigheid hem gebleken in het Brusselse. Je moet in de achterkamer een consensus bereiken, maar hoe daarmee dan het publiek te bereiken?

Ikzelf denk niet dat die twee noodzakelijk strijdig zijn. Je moet ze alleen scherp scheiden om de spanning ertussen te benutten. Het publiek heeft geen probleem met een besloten consensus. De wereld hangt van deals aaneen.

Het publiek heeft wel een probleem als onze minister De Jager van Financiën buiten de vergaderzaal zijn gal spuit over de ingeslikte wensen en de geslikte teleurstellingen. Het publiek wil dat er hard en zo nodig bot wordt onderhandeld, maar dat het resultaat puntig en overtuigend wordt verdedigd.

Laat Knapen in zijn volgende stuk de pijnlijke compromissen verdedigen die vandaag bij de eurotop (hopelijk) worden bereikt; met zijn eigen pen. Zo bereikt hij ook ons, zijn echte publiek.

Deze column verscheen vandaag tevens in het Financieele Dagblad.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: