Column: Zetelroof is een prima term

door GB op 02/02/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Column: Zetelroof is een prima term

Nederlanders hebben een hekel aan politieke partijen. Vanaf Van Hogendorps proclamatie dat ‘alle partijschap heeft opgehouden’ tot aan het laatste onderzoek van het SCP: politici staan er bij ons nooit goed op. Ze creëren voor eigen gewin tegenstellingen en staan zo een goede discussie over het algemeen belang in de weg. Het staatsrecht vormt op deze weerzin tegen politiek geen uitzondering. Hoewel Thorbecke zelf met dwingende hand zijn liberale fractie runde, leverde hij ook de belangrijkste argumenten voor frauderende backbenchers of miskende geniën die nieuwe wegen willen inslaan: een Kamerzetel is niet van een partij maar van het Kamerlid dat erop plakt. Een zetel kan dus eigenlijk helemaal niet ‘geroofd’ worden, zo zingt de constitutioneel correcte elite in koor. Iedere afsplitser moet juist worden geëerd als een intellectuele vrijheidsstrijder.

Laat ik het dan eens opnemen voor de partijendemocratie, voor het in 1917 ingevoerde lijstenstelsel en tegen al die teleurgestelde entrepreneurs die met een geleende zetel voor zichzelf beginnen. Daarvoor moeten we terug naar de redenen waarom politieke partijen ooit zijn ontstaan. Die redenen verschillen per ideologische stroming. Maar ze komen overeen in hun doeloorzaak: partijen faciliteerden de toegang tot de politiek voor het grote publiek. Inmiddels is dat grote publiek geen grauwe massa ongeletterde arbeiders meer, maar er zijn nog altijd veel mensen die niet voortdurend naar Politiek24 kijken. Die vinden het uitbrengen van hun stem conform een algemeen geïnformeerde opinie over de koers van het land en de opvattingen van de partijen daarover,  een prima invulling van hun democratisch burgerschap. Van deze mensen met een hobby staat de politieke participatie op het spel bij de discussie over zetelroof. Als democratie inderdaad ‘zoveel meer is dan één keer in de vier jaar een kruisje zetten’ dan hebben de mensen het nakijken voor wie ‘één keer in de vier jaar een kruisje zetten’ precies de definitie van democratie is. Omdat die mensen ook nog voetbaltrainer, bingewatcher of modelspoorbouwer zijn.  Zoals A.M. Donner schreef: ‘Mensen hebben recht op belangstelling voor andere dingen, zoals hun gezin, hun zaak, hun vissen of hun auto, zonder dat ze daarmee hun kwaliteit als burger verliezen.’ Dáárvoor hebben we de partijendemocratie ooit opgetuigd.

Inderdaad is een Kamerzetel niet van een politieke partij en terecht beschermt de Grondwet in laatste instantie het individuele mandaat van de volksvertegenwoordiger. Zou dat anders zijn, dan zou de Kamer niet meer uit 150 leden maar uit een handvol fractievoorzitters bestaan. Maar de bejaarde man uit Oegstgeest die in het stembureau aan zijn zoon vraagt welke lijst hij moet hebben om SDAP te stemmen (met dank aan trouwe lezer @RGVleeming), van hem wordt de zetel door een de zoveelste narcistische afsplitser wel degelijk geroofd. En daar is weinig reden tot democratische vreugde aan.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: