Commissieoordeel illegale kinderen wel degelijk relevant

door GB op 02/05/2010

in Bestuursrecht, Rechtspraak

FTG oordeelde eerder dat het advies van het Europees Comite voor Sociale Rechten over het recht op opvang van kinderen van illegale vreemdelingen weinig invloed zou hebben. Formeel was het niet bindend en materieel waren de juridische argumenten niet sterk. Daar dacht een voorzieningenrechter in Utrecht anders over. De zaak ging over een recht op toegang tot de Wmo, maar ook die wet zit stevig dichtgetimmerd voor illegalen. Zoals zo vaak ging het om een zeer schrijnend geval: een vier jarig meisje met epilepsie en astma werd samen met haar moeder in Ter Apel ‘geklinkerd’. Dat is een eufemisme voor ‘op straat gezet’.

De advocaat beriep zich in Utrecht op het commissie-rapport, ingebed in een beroep op het ESH zelf, op het EVRM, het Vrouwenrechtenverdrag en het Verdrag voor de rechten het kind. De gemeente verzette zich tegen het gebruik ervan en verwees naar een gelijkluidend standpunt van de minister. Interessant is om te bezien hoe de voorzieningenrechter het commissie-rapport toch op tafel weet te krijgen.

Ze begint met de constatering dat er inderdaad ‘geen volkenrechtelijke binding’ is. Maar dat betekent niet dat het ‘helemaal geen betekenis’ heeft, voegt ze er meteen aan toe. Die betekenis wordt vervolgens aangedikt tot ‘een gezaghebbende uitspraak, inhoudende de interpretatie van een algemeen geformuleerde verdragsbepaling in een concrete situatie.’  Als zodanig moet hij meespelen bij het beoordelen van de rechtmatigheid van overheidsbesluiten. Sterker nog: ‘Slechts met een uitdrukkelijke motivering kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter van een dergelijke uitspraak worden afgeweken.’

Blijft over het inhoudelijke argument dat het ESH zelf maar een beperkt toepassingsbereik heeft. Dat bezwaar repareert de rechter door het commissie-rapport te betrekken bij de uitleg van en toetsing aan het EVRM, dat een veel breder toepassingsbereik heeft. De finale klap volgt daarna:

Mocht al juist zijn het standpunt van verweerder dat het ECSR daarbij een onjuiste interpretatie geeft van de personele werkingssfeer van het Handvest – de voorzieningenrechter acht de onderhavige procedure niet geschikt om daarover een oordeel te geven – dan nog geeft het ECSR als gezaghebbende instantie een interpretatie van essentiële onderdelen van het ESH (prevent or reduce homelessness en the right of children and young persons to social, legal and economic protection) in het licht van de menselijke waardigheid.

Met de ‘menselijke waardigheid’ is een stevige brug geslagen naar de “very essence” van artikel 8 EVRM. Het is dan ook uiteindelijk dit artikel (in samenhang met, in het licht van enz.), dat de basis biedt voor de voorlopige voorziening.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 JU 02/05/2010 om 14:13

Die constructie doet wel wat denken aan de uitspraak van het EHRM in Demir & Baykara t. Turkije. Daar gebruikte het Hof het ESH bij de uitleg van artikel 11 EVRM, ondanks het feit dat Turkije het ESH niet had geratificeerd.

Reactie achterlaten

{ 2 trackbacks }

Vorige post:

Volgende post: