Conclusies uit het rapport commissie van onderzoek besluitvorming Irak

door JAdB op 12/01/2010

in Haagse vierkante kilometer

Vandaag is het 550 pagina’s tellende rapport van de Commissie Davids gepubliceerd. Vanzelfsprekend heb ik het rapport nog niet kunnen doornemen, maar hieronder volgt een overzicht van de – in mijn ogen – meest belangwekkende conclusies van de commissie.

Balkenende is zich pas gaan bemoeien met het dossier Irak toen het regeringsstandpunt al min of meer eenzijdig was vastgesteld door het ministerie van Buitenlandse zaken.

De commissie merkt op dat “een zekere onwaarachtigheid niet vreemd was aan het Nederlandse standpunt”. Nederland wilde namelijk andere doelstellingen bereiken met de inval in Irak dan de Amerikanen. De Amerikanen wilden regime change. Nederland achtte dat volkenrechtelijk niet gelegitimeerd, en was gericht op het ontmantelen van massavernietigingswapens en (later) op naleving van de Veiligheidsraadsresoluties. Hoewel de Nederlandse doelen ook konden worden bereikt door de inval, was regime change een onvermijdelijke consequentie van diezelfde inval.

De steun aan de inval is vooral voortgekomen uit Atlantische solidariteit, en het verlangen om de continuïteit van het Irak-beleid te behouden. Dat laatste motief is echter onzuiver: de eerdere inval in Irak was een strafactie, de inval van 2003 was bedoeld om het land te bezetten.

De veiligheidsresoluties over Irak uit de jaren ’90 gaven geen mandaat voor de inval van 2003. De tekst van resolutie 1441 kan – ondanks wat dubbelzinnigheden – redelijkerwijs niet worden uitgelegd als een vrijbrief voor individuele lidstaten om zonder nadere besluitvorming van de Veiligheidsraad de naleving van de resoluties af te dwingen. De regering heeft ten onrechte het standpunt ingenomen dat een tweede resolutie juridisch niet noodzakelijk was. Oordeelt u zelf, zou ik zeggen. Het is, als ik de resolutie kort overzie, geen clearcut case, maar ik sta voor nu nog aan de zijde van de commissie. Later op dit blog een meer inhoudelijke bespreking.

De regering heeft op verschillende punten de Tweede Kamer te laat of onvolledig geïnformeerd.

Nederland heeft geen actieve militaire bijdrage geleverd aan de oorlog. Wel heeft het fregat Hr. Ms. Van Nes, als uitvloeisel van operatie Enduring Freedom in Afghanistan, de opbouw van de Brits-Amerikaanse troepen ondersteund door middel van escortediensten.

De aanwezigheid van een Nederlandse officier op de persconferentie van de Amerikaanse bevelhebber Franks berustte op een misverstand.

Een leuke voor dit blog: art. 100 Grondwet geeft geen instemmingsrecht aan de Tweede Kamer voor de inzet van de strijdmachten. Het legt slechts een informatieplicht op. Aan deze informatieplicht heeft de regering niet voldaan, voor zover het betreft de uitzending van Patriots en militairen naar Oost-Turkije. Kennelijk neemt het ministerie van Defensie nog steeds het standpunt in dat de informatieplicht niet geldt voor zover de krijgsmacht moet worden uitgezonden op grond van verdragsverplichtingen. De commissie is het daarmee oneens.

Ten slotte merkt de commissie nog op dat een hoop documenten die zij onder ogen heeft gekregen, ten onrechte nog altijd het label “staatsgeheim” hebben. Het verdient dan ook aanbeveling om een stelsel van periodieke toetsing in te voeren.

Tot zover.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Anonymous 12/01/2010 om 12:17

Hulde voor deze snelle bijdrage, die zeer 'to the point' is.

2 TB 13/01/2010 om 13:27

Overigens zijn het 551 pagina's. Het zou zonde zijn om de detailkaart van Irak niet als deel van het rapport te rekenen!

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: