Corstens negeert feiten in z’n bijval voor rechters

door IvorenToga op 15/02/2013

in Rechtspraak

Post image for Corstens negeert feiten in z’n bijval voor rechters

President Geert Corstens van de Hoge Raad voegt zich in het koor van klagende rechters dat in december het inmiddels veelbesproken manifest presenteerde (Opiniepagina NRC, 4 februari jl).

Ook Corstens concentreert zich onmiddellijk op de werkdruk, hoewel het manifest dit pas noemt als laatste van de vier punten.

Het richt zich in de eerste plaats tot/tegen de Raad voor de rechtspraak, met de navolgende grieven:
– Dat men zich door die Raad niet vertegenwoordigd voelt;
– Dat de benoemingsprocedure voor nieuwe gerechtsbestuurders uitermate gebrekkig was;
– Dat de rechtspraak steeds meer lijkt op een ‘opgeschaald’ bedrijf.
Pas in het laatste punt wordt gesteld dat de productiedruk onaanvaardbaar hoog is geworden.

Op de eerste drie punten van het manifest gaat Corstens niet in. Verstandig, want dan zou hij óf de onder vuur liggende Raad voor de rechtspraak te hulp moeten schieten, óf haar moeten desavoueren. Daarom gaat het weer alleen over de relatie tussen de ervaren of gevoelde werkdruk en kwaliteit. Dit leidt tot nogal risicoloos proza.

Het probleem is de Hoge Raad al eerder opgevallen, gelet op de verwijzing van Corstens naar een passage in het jaarverslag van de Raad over 2011, van de procureur-generaal. Die schreef dat er jarenlang te weinig geld is uitgetrokken om de rechter de taken die hem worden toebedeeld naar behoren te laten uitvoeren en sprak van een situatie die nijpender wordt: te hoge werkdruk in combinatie met het gevoel dat je als rechter je werk niet kunt doen zoals je vindt dat je dat zou moeten doen.

Ik blijf hier direct al ‘hangen’ op twee punten. Allereerst het geld. Het gemak waarmee de procureur-generaal dat zegt en Corstens het citeert, ergert me even mateloos als dat waarmee bankdirecteuren hun bedrijf naar de knoppen helpen en de samenleving ervoor laten opdraaien.
Ik weet niet waaraan het geld precies is uitgegeven, maar de uitgaven voor berechting zijn van 2002 tot 2010 met 70 procent gestegen, van 185 naar 315 miljoen euro. Bij het Openbaar Ministerie en de opsporing waren deze percentages respectievelijk 39 en 34.

Dan de zinsnede „zoals je vindt dat je het zou moeten doen”. Ik krijg het gevoel dat ik veertig jaar terugga in de tijd en opnieuw geconfronteerd wordt met rechters die een vrijheid claimen bij de inrichting van hun werkzaamheden. Hier hebben ze geen recht op. Deze vrijheid heeft geleid tot onacceptabele eigenzinnigheid – tot weerstand tegen standaardisering van formulieren in verband met automatisering, tot een raadsheer die een proces aanspant om thuis te mogen blijven werken, ook als hij een werkkamer op het Paleis van Justitie toegewezen heeft gekregen, en tot nog steeds aanzienlijke verschillen in straftoemeting, omdat men het over de oriëntatiepunten daarvoor maar zo moeilijk eens kan worden. Zo kan ik uren doorgaan, met dingen van over het paard getilde professionals die vergeten zijn dat ze een belangrijke maatschappelijke functie te vervullen hebben. Niet zij behoren centraal te staan. Ze moeten de samenleving dienen.

De procureur-generaal vervolgt: goede rechtspraak vereist aandacht en zorgvuldigheid en enige ruimte voor reflectie. Een vonnis is geen koekje. Hier wringt de schoen. Veel vonnissen zijn wel koekjes, in figuurlijke zin uiteraard. Natuurlijk niet het vonnis in het zogenoemde Passageproces, of in de zaak-Robert M., en ook niet dat in complexe geweldsdelicten en zelf niet de vonnissen in de Harense rellen, maar het overgrote deel van de verkeersmisdrijven (tot 2009 meer dan 20 procent van alle vonnissen), de eenvoudige diefstallen en de gewone mishandelingen (samen nog eens 25 procent van de vonnissen) zijn toch gewoon koekjes. Dit zijn de blindedarmoperaties van het strafrechtelijk bedrijf. Men wil mij toch niet wijsmaken dat er massa’s complexe zaken schuilgaan achter al die schuldigverklaringen – meer dan 75 procent – waarbij (zelfs) geen voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd? Van de ruim 90.000 vonnissen met strafoplegging in 2011 werd er 28.000 keer alleen een (deels) onvoorwaardelijke geldboete opgelegd, waarvan het onvoorwaardelijke deel in meer dan 80 procent van de gevallen onder de zeshonderd euro bleef; ruim 30.000 vonnissen met alleen een taakstraf, waarvan 12 procent geheel voorwaardelijk en voor zover (deels) onvoorwaardelijk de helft korter dan veertig uur. Natuurlijk weet ik dat zaken met kleine straffen procedureel complex kunnen zijn, maar in de regel niet.

Even verderop komt Corstens te spreken over de vraag hoe al die doorbuffelende rechters erin zijn geslaagd die zaaksaantallen te verstouwen. Het antwoord is eenvoudig: dat hebben ze niet. Sinds 2005 is het aantal strafvonnissen met een kwart gedaald en zijn de doorlooptijden met eenvijfde gestegen.

Het is mooi als de Hoge Raad klagende rechters een hart onder de riem wil steken, maar laten ze dat wel doen op basis van de feiten.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: