Cramer vs. Kamer

door LD op 20/07/2009

in Haagse vierkante kilometer

De Wet milieubeheer is een ingewikkeld stuk wetgeving. Deze wet kent meer dan 500 artikelen, die vaak lang zijn en ook nog eens om de haverklap gewijzigd worden, vaak in verband met Europese regelgeving. Titel 5.2 gaat over luchtkwaliteitseisen. Artikel 5.12 – in een paragraaf getiteld ‘Nationaal programma en overige programma’s’ – bepaalt dat de minister van VROM, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een bepaalde grenswaarde voor luchtkwaliteit die wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een vijfjarig programma vaststelt dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Op basis van dit artikel is tot stand gekomen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), een programma gericht op het verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland.

Artikel 5.12 is in 2007 ingevoerd door de Wet luchtkwaliteitseisen. Deze kwam niet zonder slag of stoot door de Eerste Kamer. Onze Senaat was namelijk op z’n zachtst gezegd not amused dat tot vaststelling van een nationaal programma reeds kon worden overgegaan nadat alleen de Tweede Kamer gehoord was. Minister Cramer van VROM, destijds nog tamelijk groen, ging bovendien op de tenen van de senatoren staan door te verklaren dat de Eerste Kamer eigenlijk sowieso geen rol behoorde te spelen, en dat betrokkenheid van dit deel van het parlement het proces alleen maar zou vertragen. De bewindsvrouw heeft het geweten. Onder zware druk moest zij een toezegging doen:

“Verschillende sprekers hebben gevraagd naar de betrokkenheid van de Eerste Kamer bij de vaststelling van het NSL. Daarover wil ik kort zijn. Ik heb begrip voor de argumenten van de Kamer. Ik zeg toe het NSL gelijktijdig aan beide Kamers der Staten-Generaal te zullen aanbieden. Dit zal wettelijk worden verankerd in de eerdergenoemde implementatiewet.”

Met die implementatiewet doelde minister Cramer op wat uiteindelijk de Wet implementatie en derogatie luchtkwaliteitseisen van 12 maart 2009 zou worden. Hierin is uitdrukkelijk opgenomen dat het programma wordt vastgesteld ‘gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal’. Kunnen we spreken van een glorieuze overwinning voor de Eerste Kamer? Zij heeft immers een harde toezegging van de minister gekregen, en de wet is ook nog eens gewijzigd. Als klap op de vuurpijl wordt de Eerste Kamer in het nieuwe artikel zelfs vóór de Tweede genoemd! (Tussen haakjes, hoe verhoudt dat zich eigenlijk met artikel 51 lid 1 Grondwet?)

Toch is dit niet het einde van het verhaal. De Wet van 12 maart treedt pas 1 augustus 2009 in werking, dus voor het NSL dat in de eerste helft van 2009 zou moeten worden vastgesteld, moest de Eerste Kamer het doen met de toezegging van de minister. Ook hier leek geen vuiltje aan de lucht, want het concept werd eind september 2008 netjes overgelegd. Vervolgens lijkt de Kamer te hebben stilgezeten. Zij nam pas in april van dit jaar de behandeling van het NSL ter hand en besloot op 26 mei van dit jaar een debat over het programma te houden. In dat debat werden zoveel vragen op minister Cramer afgevuurd, dat de arme bewindsvrouw maar toezegde een deel van de vragen schriftelijk te zullen beantwoorden. Vervolgens bleef die beantwoording ruim een maand lang uit, waarop de Eerste Kamer rappelleerde. De antwoorden werden uiteindelijk op 6 juli ontvangen, dat wil zeggen op de laatste dag voor het zomerreces. Uiteraard was er toen geen tijd meer om de antwoorden van de minister in commissieverband of in een plenaire vergadering te bespreken. Dat zou na het reces moeten gebeuren.

Maar nu komt het. Terwijl de senatoren reeds afreisden naar hun vakantiebestemmingen, werden op het ministerie van VROM snode plannen gesmeed. Klaarblijkelijk werd besloten het NSL per 1 augustus 2009 in werking te laten treden. Staatsrechtelijk bezien kan dat natuurlijk: gelet op de wet was de minister niet eens verplicht de Eerste Kamer te horen. Dat zij toezegde dat wel te doen, was niet meer dan een politiek gebaar. En strikt genomen is de Kamer gehoord, zoals de minister had toegezegd. Er is immers geen rechtsregel die stelt dat het horen naar volle tevredenheid van de gehoorde moet geschieden. Het zou daarnaast raar zijn als de Kamer, door eindeloos vragen te stellen en maar niet tot sluiting van de plenaire behandeling over te gaan, de zaak kon rekken totdat zij haar zin had. Niettemin blijft de handelwijze van de minister dubieus en heeft zij wellicht weer een politieke faux pas gemaakt. De voorzitter van de vaste commissie voor VROM van de Eerste Kamer heeft haar gevraagd de inwerkingtreding van het NSL op te schorten totdat de behandeling in de Eerste Kamer is afgerond. Een reactie laat nog op zich wachten. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: