Dat klopt voor geen parkeermeter!

door LD op 28/05/2014

in Bestuursrecht, Decentralisatie

Post image for Dat klopt voor geen parkeermeter!

Parkeren in Amsterdam kan een gruwel zijn. De tarieven zijn hoog en de meters – zo kan ik uit eigen ervaring stellen – lang niet altijd gebruiksvriendelijk. Op grond van gemeentelijke regelgeving moet je bij het betalen van het parkeergeld ook nog eens je kenteken opgeven, wat lastig is als de parkeerautomaat niet meewerkt. Een parkerende vrouw die netjes had betaald, maar kennelijk een onvolledig kenteken had ingevoerd, kreeg daarom een forse naheffingsaanslag opgelegd. Ze vocht de naheffing vervolgens aan bij de rechtbank, en met succes.

Je staat er niet altijd bij stil, maar betaald parkeren in de stad is een vorm van belastingheffing. De wettelijke grondslag daarvoor is artikel 225 Gemeentewet. Dat verwijst op zijn beurt weer naar gemeentelijke verordeningen. In Amsterdam gelden een Parkeerverordening 2013 en een Verordening Parkeerbelastingen (ten tijde van de zaak 2013-II, inmiddels 2014). Daarop is dan weer een Uitvoerings- en Aanwijzingsbesluit, vastgesteld door het college, gebaseerd. Het is dat Uitvoerings- en Aanwijzingsbesluit dat parkeerders verplicht het kenteken op te geven “van het in het betreffende gebied te parkeren voertuig”. Appellante had als gezegd keurig betaald en een bewijs van betaling ontvangen, dat zij achter de ruit van haar auto had geplaatst. Het intoetsen van het kenteken was volgens haar mislukt doordat het touch screen van de automaat niet goed functioneerde. Dat kan inderdaad een probleem zijn, zo is ook mijn ervaring. Als het scherm al leesbaar is (wat het niet is als de zon erop staat), moet je heel precies intoetsen. Maar goed, een aanraakscherm is al beter dan de draaiknoppen waarmee je vroeger je kenteken moest invoeren. Dat duurde eindeloos.

Appellante had dus betaald en kon dat bewijzen met een rekeningafschrift. Niettemin had ze een naheffing gekregen, omdat de parkeercontroleur geen kenteken op het betalingsbewijs had gezien. Die naheffing was vrij fors: € 4 aan parkeerbelasting en maar liefst € 55,90 aan kosten van de naheffingsaanslag. De rechtbank schiet gelukkig te hulp bij zoveel onrecht. Zij stelt vast dat appellante betaald heeft en dat het bepaald onaannemelijk is dat ze voor een ándere auto heeft betaald. Onder verwijzing naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2008 – met als kernoverweging dat parkeren zonder op de voorgeschreven wijze aangifte te doen niet hetzelfde is als parkeren zonder dat de verschuldigde belasting is betaald – overweegt de rechtbank als volgt:

In het onderhavige geval heeft verweerder – evenals in de zaak die ten grondslag lag aan het aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 8 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3200 – met toepassing van artikel 234, tweede lid, van de Gemeentewet voorschriften neergelegd in het Uitvoerings- en Aanwijzingsbesluit ter facilitering van de controle en handhaving. De daarin opgenomen verplichting tot het invoeren van het juiste kenteken heeft echter, gelet op de redactie van artikel 234 van de Gemeentewet, uitsluitend betrekking op het doen van aangifte voor parkeerbelasting. De rechtbank volgt verweerder daarom niet in zijn betoog dat aan het niet-naleven van het voorschrift het rechtsgevolg dient te worden verbonden dat niet rechtsgeldig is betaald. Het niet, niet volledig of onjuist invoeren van het kenteken van de auto waarmee wordt geparkeerd, doet niet af aan het in artikel 20 van de Awr neergelegde beginsel dat ter zake van een belasting die op aangifte moet worden voldaan uitsluitend kan worden nageheven indien die belasting niet is betaald. Indien de voorwaarde van invoering van het kenteken zo moet worden opgevat dat parkeren zonder juiste invoering van het kenteken betekent dat sprake is van parkeren zonder dat de verschuldigde belasting is betaald, zoals door verweerder is betoogd, zou dat meebrengen dat dit artikel in zoverre onverbindend zou zijn wegens strijd met artikel 20 van de Awr. De rechtbank verwijst in dit verband naar rechtsoverweging 3.3. van het hierboven aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 11 januari 2008.

De interpretatie dat parkeren zonder het kenteken te hebben ingevoerd, of zonder het juist te hebben ingevoerd, gelijk staat aan parkeren zonder betaling, komt dus in strijd met de moeder aller belastingwetten, de Algemene wet inzake rijksbelastingen. In dit geval mocht de controleur in eerste instantie op basis van het ontbreken van een kentekenvermelding wel aannemen dat niet betaald was, maar het stond appellante vrij tegenbewijs te leveren:

Het bewijs dat voor het parkeren van een auto is betaald kan derhalve op verschillende manieren worden geleverd, niet alleen door een juiste invoering van het kenteken bij de automaat. De rechter heeft vervolgens de vrijheid aan dat tegenbewijs de waarde toe te kennen die hem goeddunkt.

En in dit geval was de rechtbank – niet verwonderlijk – overtuigd en werd de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam teruggefloten. Het inmiddels opgeheven Mokum Mobiel zou tevreden zijn geweest.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: