Davied van Berlo’s utopie

door SvdL op 02/12/2011

in Varia

Post image for Davied van Berlo’s utopie

‘Internet kan onze democratie verdiepen en versterken’ schreef Davied van Berlo gisteren in de Volkskrant. Onzin: hoe transparanter de overheid door internet wordt, hoe groter de kans dat er internetbeperkende maatregelen worden opgelegd. Het gaat bureaucraten namelijk niet om de vrijheid van burgers, maar om het functioneren van de staat.

Van Berlo begint zijn artikel al direct ongelukkig. Hij gaat aan de haal met twee ‘bewegingen’ die hun ontstaan volgens hem aan internet te danken hebben, maar waarvan het effect nog altijd moet blijken: de Arabische Lente en de Occupy-beweging. Na de successen in Tunesië en Egypte blijkt de revolutietheorie weerbarstiger dan Twitterende en Facebookende jongeren. Hun strijd, blijkt,  is nog lang niet gestreden. Net als die van de tentenkampen all over the world die en masse uit de stadsparken worden geveegd. Van Berlo steekt zijn enthousiasme voor de overheid 2.0 desondanks niet onder stoelen of banken. De essentie van zijn stuk blijft ondanks de wankele inleiding overeind.

Web 2.0, het sociale web, heeft de opinievorming en het maatschappelijke debat enorm versneld. Het is gemakkelijker geworden voor elke burger om zijn ideeën te verspreiden of te reageren op anderen.

Ik noem dit het ‘mantra 2.0′. Probleem is namelijk niet de toegang tot (en u mag invullen wat u wilt), maar de vraag wie er vervolgens luistert en wat er met al die meningen en opinies gebeurt? Het gaat niet om access maar om follow through.

Niet bij Van Berlo. Hij ziet in de combinatie van internet en democratie sterke parallellen met de Griekse agora waar ‘het’ volk (mannen – zonder vrouwen en slaven) debatteerde. Internet kan leiden tot meer transparantie in het overheidsfunctioneren en als we alle nadelen buiten de deur houden, verdiept en versterkt internet onze democratie. De vraag is of dat klopt. Nogmaals: er is weliswaar toegang tot, vraag is wat er gebeurt als je binnen bent. Met mijn vele tweets richting Rutte, Donner of Wilders in ieder geval he-le-maal niets.

Sterker: de kans dat we over vijf jaar nog steeds zo ‘vrij’ binnen kunnen komen, is vrijwel nihil. Van Berlo haalt Thorbecke aan die zijn grondwet van 1848 schreef tegen de achtergrond van de logistieke eenwording van Nederland. Hij wijst op de rationalisering van overheidsfunctioneren na de bureaucratie-these van Weber, geschreven tegen de achtergrond van opkomende communicatietechnologie. Volgens Van Berlo is technologie de motor voor politieke veranderingen.

Dat klopt, maar op een geheel andere wijze dan de auteur bedoelt. Beide ontwikkelingen (logistieke eenwording, opkomst massamedia en telegrafie) leiden tot grote onzekerheid in het overheidsfunctioneren. De staat heeft daar op gereageerd door te reguleren en disciplineren. Door voorwaarden te stellen en in te grijpen. Door de technologieën te gebruiken om bij burgers binnen te dringen. Precies zoals Van Berlo aangeeft: tot in de haarvaten van de samenleving. En als we de geschiedenis als uitgangspunt nemen, teken ik voor u ook direct de reactie van diezelfde overheid op het web 2.0 uit: de ‘machine’ zal er alles aan doen om haar onzekerheid te reduceren.

Niet zelden komen die neer op wat de Franse filosoof Foucault ‘disciplineren’ noemt. Middels onderwijs (je krijgt alleen toegang tot functies als je een diploma hebt gehaald), sociaal beleid (je moet aan steeds veranderende voorwaarden voldoen om recht op een inkomen te hebben), belastingen (als je niet betaalt, komt de staat het halen) en straks ook internet (toegang tot internet alleen als je aan een aantal eisen voldoet). Web 2.0 is Foucaults ‘panopticisme’ avant la lettre – het toezicht, de controle en disciplinering van zoveel mogelijk individuen op een zo’n efficiënt mogelijke manier.

Van Berlo’s enthousiasme is ingegeven door de overwaardering van de autonomie van de online burger – probleem is dat hij vergeet dat de die autonome burger een risico voor de staat betekent. Het grootste risico voor de vrijheid van het individu is al lang niet meer het functioneren van de staat, zoals liberalen ons altijd voor hielden. Die stelling is al ruim een eeuw omgedraaid: het grootste gevaar voor het functioneren van de staat is het vrije individu. De staat kan namelijk niets met autonome, vrije burgers. De bureaucratie vereist een gemiddelde en daar moeten we ons naar schikken. Daarom is het wachten op de eerste internetbeperkende maatregelen uit Den Haag. En hoe meer burgers toegang krijgen tot het politieke domein, precies zoals Van Berlo hoopt, hoe sneller die maatregelen gaan komen.

Sebastiaan van der Lubben

{ 5 reacties… read them below or add one }

1 PB 02/12/2011 om 19:37

zeer scherp!

2 Michiel Jonker 02/12/2011 om 20:09

Mee eens! Daar komt nog bij dat de overheid door internet niet transparanter zal worden. De achterkamertjes waar de echte deals worden gesloten, zullen soms een beetje worden verplaatst. Onderdeel van heel veel deals zal een strategie zijn hoe, ook in tijden van internet, kan worden voorgewend dat de deal op een transparante manier tot stand is gekomen. Dat wil zeggen dat er een schijnbaar besluitvormingsmoment zal worden ingebouwd dat door middel van internet “transparant en zichtbaar” is, inclusief een motivering van de afwegingen die aan het schijnbesluit ten grondslag liggen, terwijl het echte besluitvormingsmoment al eerder heeft plaatsgevonden.

Dat is in wezen niks nieuws, het gebeurt nu ook al volop. Het zal door internet in sommige gevallen complexer worden om de echte deals verborgen te houden en het schijnverhaal goed te regisseren (de geschiedenis met succes te herschrijven). Als gevolg van die toegenomen complexiteit zal de overheid nog meer tijd en energie gaan besteden aan het creëren van schijnverhalen. In plaats van 60% van de overheids-inspanningen wordt het straks misschien 70%.

Davied van Berlo is zelf een intelligente bureaucraat. Hij is vooral bezig om de overheid in staat te stellen meer controle uit te oefenen over discussies op internet. Hij probeert met name ambtenaren ervan bewust te maken dat wat ze als privé-persoon op internet zeggen, invloed kan hebben op hun loopbaan. Zijn gespeelde naïviteit maakt deel uit van zijn strategie. Hoe meer mensen zijn betoog geloven, hoe makkelijker het voor de overheid wordt om transparantie voor te wenden zonder transparant te zijn, en om mensen (burgers en ambtenaren) via internet te bewaken.

3 Davied 03/12/2011 om 09:50

De reactie die ik elders ook al gaf, plaats ik hier ook maar even door 😉

Als je denkt dat democratie is dat je kunt twitteren (e-mail al eens geprobeerd?) met Rutte, dan zullen we niet ver komen. Er zullen echter nieuwe vormen van zelforganisatie en taakverdelingen tussen maatschappelijke partijen ontstaan. Dat zijn geen revoluties, maar is aanvullend op bestaande bewegingen en samenwerkverbanden. De staat is niet alleen de minister-president, het is ook de wijkmanager die samen met de wijkagent en betrokken burgers overlast bestrijdt in een wijk.

Blijkbaar heb je mijn stuk gelezen als een hoeraverhaal (utoptie), terwijl de kern juist een waarschuwing is. Aan de angstvisioenen die ik schets onder ‘Democratie 2.0′ en ‘Democratie 3.0′ voeg je nog enkele scenario’s toe die evenzeer beangstigend zijn. Daarom blijf ik bij mijn conclusie: gooi niet de oude kleren weg (rechten, zekerheden, etc.) voordat je weet of de nieuwe echt beter zijn. Daar zitten namelijk heel veel beschermingsmechanismen in die voorkomen dat jouw scenario’s werkelijkheid worden.

4 Davied 03/12/2011 om 10:01

@Michiel Ik geloof in transparantie, maar niet in totale openheid. Mijn werkzaamheden zijn heel openbaar en online te volgen, maar ik ga ook niet met een camera om mijn nek rondlopen. Er zijn grenzen aan openheid, bijv. omwille van de privacy maar ook omdat het niet altijd handig is om alles wat je hoort meteen aan de rest van de wereld door te geven. Dat komt het vertrouwen niet ten goede.

Kortom, er is een tegenstelling tussen transparantie en onderhandelen, compromissen, etc. Over de balans daartussen zullen de komende jaren nog heel wat boeken verschijnen. Maar ik denk wel dat de beweging naar meer transparantie gaat en het is juist die verschuiving die gaat zorgen voor discussies en veranderingen.

Je geeft in je reactie aan dat het steeds lastiger zal worden voor mensen die achter de schermen met dubbele agenda’s willen werken. Dat is exact wat ik ook zeg. Uiteraard zullen er mensen zijn die gaan proberen om alles bij het oude te laten, maar dat zal steeds moeilijker worden en voor steeds meer zaken onmogelijk. En dat heet vooruitgang.

5 Michiel Jonker 03/12/2011 om 14:14

@Davied

Net als jij zie ik een onderscheid tussen transparantie van publieke besluitvorming (want daar hebben we het nu over) en “totale openheid”. Actueel voorbeeld: als Angela Merkel “totaal open” was geweest over haar recente activiteiten, zou de Eurozone nu reeds uit elkaar zijn gevallen.

Of jij ook echt gelóóft in transparantie, waag ik te betwijfelen, gezien het verloop van een eerdere discussie die wij op de website van Binnenlands Bestuur voerden (eind 2009 / begin 2010). Ik vond je in die discussie retorisch handig, maar niet transparant. De schijn van transparantie (soms in de vorm van “instrumentele” of “functionele” transparantie) is iets anders dan werkelijke transparantie. Daarnaast zijn er nog mensen die van zichzelf geloven dat ze transparant zijn, omdat ze “blissfully unaware” zijn van hun eigen manieren om dingen geheim te houden of uit de aandacht te houden. Handige spindoctors zijn meesters in schijnbare transparantie – met of zonder internet.

Met het “vertrouwen” dat je noemt, lijk je te doelen op het vertrouwen tussen mensen die bezig zijn met elkaar tot een deal te komen. Dat is iets anders dan het vertrouwen van buitenstaanders die de gevolgen van die deal zullen ondervinden. Vaak wordt “vertrouwelijkheid” gebruikt als een eufemisme voor geheimhouding.

Ik ben het met je eens dat er vaak een spanningsveld (ik noem het geen “tegenstelling”) bestaat tussen transparantie en onderhandelen om tot compromissen te komen. Sterker nog, verschillende onderhandelingspartners hebben vaak belang bij een verschillende mate van transparantie. Bijvoorbeeld een vakbond die leden wil raadplegen over een tussentijds, voorlopig resultaat bij loon-onderhandelingen, terwijl de werkgevers er belang bij menen te hebben om pas een “definitief” resultaat aan de werknemers bekend te maken. Vaak menen machtige partijen minder belang te hebben bij transparantie dan minder machtige partijen. Anderzijds willen machtige partijen wel graag zelf zoveel mogelijk weten over minder machtige partijen (hetgeen zich dan uit in een streven naar een “panopticum” waarbij de machtige partij zichzelf probeert te positioneren als onzichtbare observator).

Dat is de strijd die momenteel met betrekking tot internet plaatsvindt: wie krijgt de rol van onzichtbare observator, en wie krijgt de rol van geobserveerde? Deze strijd staat centraal in de meest recente onhullingen van Wikileaks / Assange (“Spyfiles”), over de manier waarop overheden samenwerken om privé-gegevens, inclusief de inhoud van boodschappen van internetgebruikers, te bespioneren. Assange wil van internet een instrument van het volk maken om machthebbers te observeren, terwijl de machthebbers precies het tegenovergestelde proberen te bereiken. Beide partijen proberen de ANDER te dwingen tot transparantie.

Ik schat in dat jij sterk verbonden bent met het kamp van gevestigde machthebbers (jouw opdrachtgevers op het ministerie), maar je om tactische redenen voordoet als iemand die vooral geïnteresseerd is in de bescherming van burgers. Ik denk dat jij in die zin zelf een voorbeeld bent van iemand met een dubbele agenda. Ik denk dat je je tactiek sinds eind 2009 hebt verfijnd (een soort van “reculer (un peu) pour mieux sauter”). Het is ook goed mogelijk dat je jezelf, achter de schermen, opvat als een bruggenbouwer tussen beide belangen.

Om meer vertrouwen bij mij te wekken, zou je echter heel concreet moeten aangeven welke maatregelen jij, als overheidsdienaar, vindt dat de overheid moet treffen om internet tot een effectief instrument te maken ter bevordering van transparantie bij de overheid, en niet ter bewaking, disciplinering en onderdrukking van burgers.

Ik ben het met je eens dat voorzichtigheid met het sleutelen aan democratische regels geboden is. Maar deze voorzichtigheid mag geen voorwendsel worden om transparantie van de overheid op de lange baan te schuiven.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: