De algemeenheid van de wet

door JAdB op 11/03/2018

in Grondrechten, Haagse taferelen

Post image for De algemeenheid van de wet

Het wetsbegrip in Nederland, een staatsrechtelijke klassieker, opent als volgt: “Op 3 januari 1959 tijdens een vakantiereis met zijn gezin verloor mr. F.R. Böhtlingk in de buurt van Zürich het leven bij een autobotsing, waaraan hij zelf niet de geringste schuld had. In een zijner zakken vond men een half voltooide briefkaart waarop hij mij schreef: Ik heb het laatste hoofdstuk in mijn hoofd; het boek zal verschijnen.” Die opening alleen al zal maken dat menig staatsrechtgeleerde het boek niet snel vergeet. Het is een fantastisch geschreven en scherpzinnig werk, dat vooral handelt over de vraag wat de functies van de wet zijn en hoe het wetsbegrip zou moeten worden gedefinieerd. Het is ook om die reden onvergetelijk.

Böhtlingk betoogde dat het wetsbegrip materieel moest worden geïnterpreteerd. Alleen besluiten van de wetgever die aan bepaalde kenmerken voldoen, vallen dus onder het wetsbegrip. Een wet is bijvoorbeeld algemeen van aard. Volgens Böhtlingk was de wetgever dan ook niet bevoegd om besluiten te nemen die niet van algemene strekking waren.

“Ik stel (…) dat niet de wetgever doch de wet – d.i. de wetgever zolang hij onpersoonlijke, dus algemene rechtsregels stelt – door de Grondwet geroepen is de volheid van het gezag uit te oefenen. Wil de wetgever recht scheppen, dat ook de gewone burger bindt, dan mag hij dit dus geenszins doen in alle denkbare vormen, doch slechts in de vorm, die men daarvoor vanouds de aangewezene heeft geacht: bij algemene regeling.”

De wetgever is dus niet almachtig, en dat is in het belang van de machtenscheiding.

“Machtenscheiding is machtsbeperking. Het ligt voor de hand, dat men een beroep op de machtenscheiding pleegt te doen tegen die macht, waarvan men op een gegeven moment de meeste last heeft of vreest. En het is een feit, dat dit in de eeuw na de Franse revolutie vaak de uitvoerende (koninklijke) macht was en soms de rechterlijke (…). Maar men mag nooit, onder invloed van dit feit, uit het oog verliezen, dat de machtenscheiding zich evenzeer keert tegen de wetgever.

Ik moest hieraan denken toen ik het bericht las dat GroenLinks, naar aanleiding van het plan van ING om het salaris van topman Hamers met 50 procent te verhogen, een wet voorbereidt om “systeembanken” te verhinderen om zonder toestemming van de minister al te grote salarisverhogingen aan hun topmensen te geven. De bedoeling is dat de wet in werking is getreden vóór de aandeelhoudersvergadering van ING van 23 april, zo begrijp ik fractievoorzitter Klaver. Natuurlijk kan zo’n wet algemeen worden geformuleerd, maar het heeft er nu alle schijn van dat de wet geschreven wordt voor de specifieke (en in veel opzichten benijdenswaardige) situatie waarin Hamers zich bevindt. Ik vraag me af of Böhtlingk het daarmee eens zou zijn geweest.

Frits Böhtlingk werd 33 jaar.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Yoeri Roosendaal 12/03/2018 om 21:33

De vraag is nu allereerst of de Raad van State het ‘ermee eens is’. Ik verwacht geen positief advies. Je kunt best discussiëren over de vraag of systeembanken onder groter staatstoezicht moeten worden geplaatst. Dat is heel legitiem. Maar zoiets hoeft niet in een spoedwet geregeld te worden. Een individuele casus moet je sowieso niet met een formele wet aanpakken. Men kan zich afvragen waarom Klaver hier nú mee komt. Zijn partij heeft kennelijk jarenlang zitten slapen. Het antwoord zal wel iets te maken hebben met wat er woensdag 21 maart plaatsvindt, hoe oprecht en terecht de verontwaardiging ook is.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: