De boze strafrechter en de enkelband

door IvorenToga op 16/05/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De boze strafrechter en de enkelband

Een deel van de rechters vindt dat de Raad voor de rechtspraak hen niet representeert naar de politiek omdat er niet meer geld voor de rechtspraak komt. Maar als het gaat om wetgeving en beleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie staat de Raad pal voor de bevoegdheden van de rechter. Dat bleek in 2009 toen de ‘mensenhandelaar’ Saban B. niet terugkwam na een door de rechter verleende schorsing en de minister die rechterlijke bevoegdheid wilde overdragen aan de gevangenisautoriteiten. De rechtspraak was misnoegd, net als nu het geval is naar aanleiding van het voornemen van staatssecretaris Teeven om de korte gevangenisstraf ten uitvoer te leggen door middel van elektronische detentie. De bewindsman zou hiermee op de stoel van de rechter gaan zitten. Volgens de Raad voor de rechtspraak zouden rechters om drie redenen fel gekant zijn tegen het voorstel. Burgers zouden de enkelband als een te lichte straf kunnen ervaren. Verder zou de positie van de rechter worden uitgehold omdat alleen hij over strafsoort en strafduur gaat. Tot slot vindt men de bewindsman inconsequent omdat politici al jaren roepen dat rechters te licht straffen, terwijl nu het financieringstekort bepalend is voor het verder uitkleden van het gevangenisregiem waartoe de rechter heeft gevonnist.

Eerst een korte historische terugblik. Het onderwerp is ouder dan vandaag maar nog net zo ingewikkeld. In de jaren zeventig werden door de toenmalige minister van justitie Van Agt straffen niet meer tenuitvoergelegd om zo het cellentekort op te lossen. In de jaren negentig kampte zijn opvolgster Sorgdrager met hetzelfde probleem. Ook toen nam het ministerie van justitie veel vrijheid om de straffen naar eigen inzicht wel of niet ten uitvoer te leggen. Dat is tegen het zere been van veel rechters. De rechter spreekt recht maar de minister van justitie executeert de straffen. De uitvoering van de straf is vaak anders dan de rechter zich heeft voorgesteld. Reeds het bestaan van de voorwaardelijke invrijheidstelling illustreert dat de straf eerder en anders eindigt dan in het vonnis is bepaald. Begin deze eeuw was ik voorzitter van een regeringscommissie die adviseerde over de herziening van het sanctiestelsel. De belangrijkste opdracht was om een hoofdstraf van Vrijheidsbeperking te ontwerpen die de voorwaardelijke veroordeling zou vervangen. In het kader van die nieuwe straf zou de strafrechter eenvoudiger elektronische detentie kunnen opleggen. Het rapport dat op 3 april 2003 onder de titel “Vrijheidsbeperking door Voorwaarden” aan het parlement werd gezonden bevatte een negatief advies over het laatste voorstel. Een zelfstandige straf van vrijheidsbeperking heeft het nadeel dat er een keur aan ongelijksoortige modaliteiten, zoals werkstraf, elektronisch huisarrest, een leerproject of een verslavingskliniek, in één keurslijf worden geperst. De Raad voor de rechtspraak onderschreef in juli 2003 dat advies en berichtte de toenmalige minister Donner bovendien dat de vrije uitvoering van het vonnis aan banden gelegd moest worden. Het dagblad Trouw, bij monde van Willem Breedveld, deelde die zorgen. Overigens was de commissie positief over de enkelband, zolang de rechter deze als voorwaarde bij een straf oplegde of de gevangenisautoriteiten de veroordeelde daartoe verplichtte aan het eind van zijn gevangenisstraf. De staatssecretaris gaat nu verder en wil de korte gevangenisstraf vanaf het begin al executeren met een enkelband buiten de gevangenis.

Ik word altijd wat onrustig als zoveel mensen het eens zijn. Die onrust voelde ik toen TBS-klinieken over de staatssecretaris heen vielen omdat hij 3 TBS-klinieken wilde sluiten. Leegstand levert verspilling van overheidsgeld op dat ook elders in het gevangeniswezen kan worden ingezet. Hetzelfde gebeurt nu bij de elektronische detentie. Het gevangeniswezen vreest dat de overblijvende zwaardere populatie gedetineerden meer agressie oplevert en veroordeelden met een enkelbandje bij recidive de straten onveiliger maken. We kunnen toch moeilijk mensen in de gevangenis laten zitten voor een meer diverse samenstelling en zouden die laatste zorgen oprecht zijn? Ik hoor de gevangenisleiding niet over de gewone gedetineerden die vrijkomen, terwijl de kans op recidive bij veel ex-gedetineerden groot is.
Rechters die zich bekommeren over onrust onder burgers vanwege de lichte uitvoering van de gevangenisstraf overtuigen me ook niet direct. Rechters zijn getraind minder gevoelig te zijn voor trends onder de burgerij, anders zou het aantal levenslang gestraften exorbitant stijgen.
Dan het argument van zwalkend beleid. Politici vinden rechters regelmatig te licht straffen en nu draagt de politiek zelf bij aan de uitholling van de rechterlijke vonnissen. Op zich begrijp ik de laatste ergernis wel, maar dit is niet de zorg van de rechterlijke macht maar die van het parlement. Bovendien is het bestaan van de zogeheten extramurale detentiemodaliteiten al zoveel jaren verankerd in wet en praktijk dat de vrijheid van de gevangenisautoriteiten niet goed meer valt terug te dringen. Sinds jaar en dag worden straffen veel korter geëxecuteerd en ingevuld met beperkingen en taken buiten de gevangenis dan de rechter ooit bedoeld heeft of vastgelegd in het vonnis. Ook via elektronisch toezicht. De rechter beslist over de duur van de vrijheidsstraf, maar de minister bepaalt volgens de wet of en onder welke voorwaarden de veroordeelde via vrijheidsbeperkende en reïntegratie bevorderende programma’s buiten de gevangenis zijn vrijheidsstraf mag ‘uitzitten’. Daarom is het mijn tweede natuur geworden om met mijn collega’s in raadkamer te rekenen met feitelijke en brutoduur van de op te leggen gevangenisstraf. Bovendien hebben rechters vaak onvoldoende zicht op alle institutionele aspecten, maar ook op de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelden om voldoende maatwerk te leveren bij de executie van straffen, temeer die executie vaak veel later dan de strafoplegging plaatsvindt. Dat maatwerk bij de uitvoering van de straf is noodzakelijk (er zullen weinig rechters zijn die dat bestrijden), terwijl een sterkere rol van de rechter dergelijk maatwerk in de executie van het vonnis onmogelijk maakt. Ik zie liever dat het parlement de geloofwaardigheid van de rechterlijke strafoplegging via de staatssecretaris beoordeelt.
Bij het opmaken van de balans van alle kritiek op dit wetsvoorstel moeten we ook het eigenbelang niet uit het oog verliezen. Het gevangeniswezen vreest banenverlies en de rechterlijke macht vreest domeinverlies aan de minister die de straffen executeert. Dat eigenbelang maakt dat de kritiek terughoudend tegemoet moet worden getreden.
De soep wordt immers niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend. De al lange tijd bestaande elektronische detentie wordt vaak gecombineerd met andere verplichtingen voor de veroordeelde en dat wordt in de nieuwe regelgeving niet anders. Het wordt zelfs beter, want de vrije uitvoeringspraktijk wordt met de voorgestelde formele en materiële wet legaler. En vergeet niet: de strafrechter die wil dat de door hem opgelegde korte vrijheidsstraf in een gevangenis wordt uitgezeten kan dat volgens het wetsontwerp gewoon bepalen in het vonnis!

Eigenlijk verbaas ik mezelf. De laatste jaren verdedig ik de stelling dat de rechter steeds meer strafzaken afgedaan ziet worden door het openbaar ministerie en in de eigen organisatie steeds meer domein verliest aan gerechtsbestuurders. Met voornoemde regeringscommissie schetste ik dat de rechter bij de uitvoering van de gevangenisstraf ervaart hoe de minister de straffen naar eigen inzicht uitvoert. De strafrechter wordt met deze drieslag op een steeds kleiner gebied met minder zeggenschap teruggedrongen. Waarom schaar ik me dan toch niet achter de critici van Teeven waar het gaat om de enkelband? Dat zit zo. Een vaak terugkerende kritiek is dat geld niet de inhoud van het beleid mag bepalen. Tekortschietende financiën kunnen echter een goede aanjager zijn om het systeem nog eens te doordenken. Ik roep in herinnering dat in 1915 de voorwaardelijke veroordeling werd ingevoerd als poging om de korte vrijheidsstraf terug te dringen. Sindsdien zijn er vele veranderingen doorgevoerd om dat doel te bereiken, zoals de werkstraf en de geldboete. De kern van het 100 jaar oude streven staat onverkort overeind: de korte gevangenisstraf kan als ‘korte klap’ zeker een gedragsbeïnvloedend effect hebben, maar meestal is de korte celstraf schadelijk omdat deze te kort is voor enige positieve gedragsbeïnvloeding maar wel leidt tot verlies van werk. Als we de retoriek over de uit te hollen celstraf wegdenken, is er misschien ook gelegenheid om naar de inhoud van het voorstel van Teeven te kijken. Dat voornemen is nog niet zo verkeerd.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 31/05/2013 om 15:16

Het onderhavig artikel heeft herkenbare elementen / aanknopingspunten van de werkwijze van de binitas politica die m.i. reeds decennia lang weerkeert bij de partijpolitieke overnamen van de macht over de gehele burger maatschappij en om de drie gescheiden democratische staatsmachten (de trias politica) te vervangen door een totaal door politieke partijen beheerste rechtsstaat (de unitas politica die o.m. bij totalitaire rechtsstaten voorkomen).

De kritieken die herhaaldelijk in de media verschijnen via Tweede Kamerleden en regeringsleden op “onwelgevallige” democratische besluiten van de Senaat plegen te eindigen in een “overbodig verklaring” van de Eerste Kamer of onjuiste voorstelling van de staatsrechtelijke taken van de Senaat in onze democratie.
Dergelijke kritieken komen er ook indien een (nog) onafhankelijke rechter een politiek onwelgevallige uitspraak doet.
De vele “kritische” publicaties en uitlatingen in de media zijn m.i. een herkenbaar element dat ook bij de continue politieke “herstructurering” van o.a. het onderwijs, van de geneeskunde, van de zorg, van de opslag van hoogst persoonlijke lichamelijke, psychische, van de sociale zekerheid, ….. voorkomt.

In feite zullen instellingen als “de Raad voor de rechtspraak” m.i. er mede toe bijdragen dat de rechterlijke macht de binitas minder of niet in de weg kan lopen.
Verhogingen van eisen gecombineerd met vermindering van middelen en verkorting van opleiding horen m.i. bij – naast een politieke informatieverstrekkingen – grote politieke veranderingsoperaties.

De binitas politica stellen “managers” aan om de “veranderingen”.strategisch en taktisch door te voeren / drukken.
Vele rapporten moeten worden uitgebracht en onderzoeken worden uitgevoerd om de politieke machtsovername van de laatste democratische pijler van de trias politica via de media aan rechters, advocaten en burgers te verkopen.
De financiering van al deze overname-activiteiten worden onttrokken aan het budget voor justitie (een “sigaar uit eigen doos” / een “budget neutrale” financiering).
Het is plausibel dat deze en andere bijkomende activiteiten forse extra bezuinigingen zullen vergen.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: