De cirkel is rond (of: hoe de doctrine zichzelf in het zadel helpt)

door GB op 23/07/2009

in Varia

Als het over de ‘doctrine’ gaat in het staatsrecht, dan is dat in de regel een optelsom van drie handboeken, een paar artikelen en soms een dissertatie. Die wetenschappelijke publicaties zijn weer opgebouwd uit associaties bij jurisprudentie, uit vergelijkingen met buitenlands staatsrecht en ook uit veel gespit in de parlementaire stukken en geschiedenis. De parlementaire stukken – op hun beurt – verwijzen soms echter weer naar de doctrine. Daarmee ontstaat een mooie echoput.

Pas wees iemand mij op een mooi voorbeeld, ten aanzien van de vraag of artikel 94 Grondwet (dat de plicht bevat om nationaal recht buiten toepassing te laten als dat in strijd komt een ieder verbindende bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties) zich richt tot de rechter of een plicht bevat voor alle ambten. Anders gezegd: mag de ambtenaar die parkeervergunningen verstrekt een wet buiten toepassing laten wegens vermeende strijdigheid met een een ieder verbindende verdragsbepaling of moet hij wachten tot de rechter dat eerst heeft gedaan?

Binnen het wetsvoorstel Halsema speelt deze vraag ook. Daar wordt een plicht tot buiten toepassing laten geïntroduceerd, dit keer wegens strijd met een aantal bepalingen van de Grondwet. Geldt die plicht alleen voor de rechter, of ook voor het bestuur? Artikel 120 Grondwet staat tenslotte in het hoofdstuk ‘rechtspraak’ terwijl artikel 94 in het hoofdstuk ‘wetgeving en bestuur’ staat. In de Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer (EK 06/07, 28331 nr. C, p. 11) schreef Halsema: ‘Hoewel men aanneemt dat dit artikel [artikel 94, GB]– dat geen normadressaat kent – geen monopolie aan de rechter toekent voor wat betreft de toetsing van de wet aan verdragsbepalingen, heeft het artikel in de praktijk niet tot problemen geleid. ‘ Met daarbij een verwijzing naar Kortmanns Constitutioneel recht uit 2005. Dat heeft Kortmann opgepikt. Want in 2008 verwijst een nieuwe druk van zijn boek naar – inderdaad – precies deze opmerking in de Memorie van Antwoord. (p. 188 noot 199)

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: