De declaraties van Wolfsen

door FTG op 15/07/2009

in Varia

Post image for De declaraties van Wolfsen

Vandaag verscheen het bericht dat tegen Wolfsen, de burgemeester van Utrecht, aangifte is gedaan in verband met oplichting. De aangifte houdt verband met de declaraties die Wolfsen ingediend heeft met het oog op dubbele woonlasten. Dit relletje dateert al van enige maanden geleden. Wolfsen had in Utrecht een appartementje gehuurd, in afwachting van een definitieve verhuizing naar Utrecht. De kosten hiervan had hij gedeclareerd. Een aantal mensen, onder wie Tak, vond dat Wolfsen gezien de relevante regelgeving geen recht had op uitbetaling van deze declaraties. De minister van Binnenlandse Zaken sprak dit tegen in een brief van 20 februari 2009 en in een antwoord op kamervragen. Hoe zit het nu precies?

Artikel 31 Rechtspositiebesluit burgemeesters regelt dat als de burgemeester na benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, hij ten laste van de gemeente aanspraak op heeft een vergoeding van reis- en pensionkosten. Dit is nader uitgewerkt in artikel 4 van de door de minister vastgestelde Regeling rechtspositie burgemeesters. In dat artikel 4 is geregeld dat de vergoeding voor reis en pensionkosten per maand een bedrag van maximaal 90 procent van de gemaakte pensionkosten bedraagt tot ten hoogste 50 procent van de bezoldiging.

Zijn kosten voor het huren van een appartement hetzelfde als pensionkosten? Naar de tekst van het Rechtspositiebesluit en de Regeling kijkend zou men zeggen van niet. Een appartement is immers geen pension. Maar een grammaticale interpretatie is niet zaligmakend. Andere factoren, zoals de wetsgeschiedenis, bijvoorbeeld blijkend uit een toelichting bij het besluit of de Regeling, kunnen ook een rol spelen bij de interpretatie. Een toelichting is evenmin allesbeslissend, maar kan wel belangrijke aanwijzingen geven omtrent de betekenis van een regel.

In de toelichting bij artikel 31 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters is te lezen dat een recht bestaat op reis- en pensionkostenvergoeding, indien nog geen woonruimte is gevonden. Meteen daarna is in de toelichting te lezen dat er tevens een verhuiskostenvergoeding bestaat, indien tijdelijke huisvesting noodzakelijk blijkt. De toelichting maakt dus een onderscheid tussen kosten in verband met enerzijds verblijf in een pension en anderzijds tijdelijke huisvesting, zoals in een appartement. In het eerste geval worden de pensionkosten vergoed, in het tweede geval de verhuiskosten.

Het rechtspositiebesluit is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie burgemeesters. In de toelichting bij artikel 4 van die regeling is te lezen dat naast kosten voor logies, ook kosten voor reizen tussen woonplaats en gemeente in aanmerking komen. Verder staat er: “Indien geen gebruik wordt gemaakt van hotel of pension dan betreft de vergoeding uitsluitend gemaakte reiskosten.” Hier valt vrij overtuigend uit af te leiden dat degene die de toelichting schreef, als uitgangspunt had dat artikel 4 van de Regeling alleen bedoeld is voor vergoeding van de kosten van een hotel of pension en niet voor de kosten van een appartement.

In de brief van 20 februari 2009 zegt de minister dat uit de toelichting bij de Regeling niet valt af te leiden wat precies moet worden verstaan onder “pensionkosten”. Zij heeft die toelichting dan niet erg goed gelezen.

Het grammaticale argument (“pension” is geen “appartement”) en de toelichting bij het Rechtspositiebesluit en de Regeling wijzen er dus op dat de door Wolfsen gemaakte kosten inderdaad niet onder de Regeling vallen. De minister gebruikt echter ook nog andere argumenten. Zij wijst erop dat de door haar gehanteerde uitleg overeenkomt met een al jaren toegepast beleid. Dat zegt op zich echter helemaal niets: het beleid kan immers al jaren in strijd zijn met de regelgeving.

Verder beargumenteert de minister dat een vergoeding van de kosten van een appartement in overeenstemming is met het doel van de Regeling: huur komt naar zijn aard overeen met het doel van een verblijf in hotel of pension, namelijk een tijdelijke overbrugging tot huisvesting beschikbaar is. Hier zit natuurlijk wel wat in, maar het lijkt me niet voldoende om doorslaggevend de andere argumenten te weerleggen.

Concluderend betekent dit dat de regelgeving niet helemaal duidelijk is, maar dat de meest voor de hand liggende interpretatie is dat de huur van een appartement niet onder de regeling valt. In feite probeert de minister met haar interpretatie het Rechtspositiebesluit burgemeesters en de Regeling rechtspositie burgemeesters een nieuwe inhoud te geven. Als zij de inhoud van de regelgeving echter onbevredigend vindt, moet zij er bij de regering voor pleiten om het Rechtspositiebesluit te wijzigen en dient zij vervolgens zelf de Regeling rechtspositie burgemeesters te wijzigen door het vaststellen van een nieuwe regeling. Zij kan er echter geen nieuwe inhoud aan geven door een nogal geforceerde interpretatie van de reeds bestaande regeling.

De aangifte tegen Wolfsen in verband met oplichting lijkt mij overigens vrij kansloos (en bovendien nogal buitenproportioneel). Voor strafbaarheid is opzet vereist en die lijkt mij aan de kant van Wolfsen totaal afwezig.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: