De eenzijdige bewapening door de zittende magistratuur

door IvorenToga op 01/11/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De eenzijdige bewapening door de zittende magistratuur

De rechtspraak doet het (nog) niet goed. Zaken blijven te lang liggen, de bejegening van justitiabelen laat te wensen over, rechters klagen en schrijven opstandige manifesten etc. Een volstrekt nieuwe verdedigingsstrategie richting de buitenwereld is de aanval op het openbaar ministerie. In plaats van de hand in eigen boezem te steken en de achterstanden in de verschillende sectoren aan te pakken, gedurfde debatten met de rechters aan te gaan, niet terug te deinzen voor de voordelen en de noodzaak van een sluitende begroting, te snijden in de lokale en landelijke overhead, kiezen bestuurders de vlucht naar voren: “Het is een chaos bij het openbaar ministerie, zo gaat het niet langer” vormen slechts enkele citaten uit de lange rij aanvallen op het openbaar ministerie. Beelden erbij van een slachtoffer die al vijf jaar moet wachten op de uitkomst van een strafzaak en het framen van een goede verdedigingsstrategie is voor de helft geslaagd. Wie me niet gelooft moet nog maar eens kijken naar de RTL-4 nieuwsuitzending over wachtlijsten in de strafrechtspraak van vrijdag 25 oktober 2013. Maar de rij van recente aanvallen is lang en levert daarmee een patroon op. Oh ja, en het komt allemaal door te weinig geld, die vermaledijde bezuinigingen zijn de oorzaak van de chaos en als klap op de vuurpijl komen de risico’s op gerechtelijke dwalingen om de hoek kijken als deze chaos in een nauwelijks gefinancierd gerechtelijk bedrijf blijft voortbestaan. Aldus het framen van de beeldvorming door de leiding van de rechtspraak. Dat er nog geen parlementaire enquête wordt gestart is een wonder.

Het “bashen” van het openbaar ministerie door de bestuurders van de rechtspraak is gênant en ik heb deze keer niet veel woorden nodig om dat uit te leggen en evenmin veel tekst om de gevaren te duiden. Mij interesseert het niet zo dat het openbaar ministerie steken laat vallen. Het OM is al jaren in ingewikkelde verbouwingsprocessen verwikkeld die het gevolg zijn van achterblijvende rechtspraak en daaropvolgende politieke besluitvorming. De invoering van de OM-boete en ZSM als buitengerechtelijke afdoeningsmodaliteiten waren nodig om zaken bij de strafrechter weg te halen die een groot segment aan strafzaken niet goed en tijdig weggewerkt kreeg. Het OM heeft er in de loop van nog geen decennium vele taken bijgekregen op het vlak van opsporing (nieuwe vormen van criminaliteit en lastige aansturingsrelaties met overheden en de politie), slachtoffers en eigen berechtingstaken. Naast politiek afgesproken en ingewikkelde fusieprocessen die samenhangen met de indeling van de politieregio’s is er ook nog sprake van versnellingstrajecten die er niet om liegen. De zittende magistratuur heeft het in dat opzicht makkelijker. In een eerder blog heb ik mijn bewondering al eens uitgesproken over het uithoudingsvermogen van het openbaar ministerie, waarbij de medewerkers en de officieren van justitie het soms bijzonder moeilijk hebben, maar niettemin in het algemeen de stormen van alle veranderingen zo goed mogelijk proberen te doorstaan. Dat die woelingen procestechnisch en organisatorisch gedoe opleveren kan elke betrokkene zien en ervaren, maar de strafrechter en de gerechtsleiding zullen zelf organisatorisch innovatiever moeten worden om op eigen benen te staan en minder afhankelijk te worden van de diensten die het parket levert.
Mijn moraal is dat voor een tijdige en goede afdoening van een strafzaak drie partijen verantwoordelijkheid dragen: het openbaar ministerie, de verdediging en de strafrechter. Maar als een strafzaak eenmaal is aangebracht is de strafrechter – en niemand anders – eindverantwoordelijk voor een tijdige berechting. Ook als de strafrechter nog moet bellen met een raadsman om deze onderzoekswensen te laten indienen of om alsnog de aanwezigheid van een tolk te regelen. De strafrechter is echter formeel te passief gemaakt, daarvoor is niemand anders verantwoordelijk dan de gerechtsbestuurder.

Mijn eerste punt is dus dat het openbaar ministerie in een ingewikkelde transitiefase verkeert en dat het verstandig is om daar gedurende vele jaren rekening mee te houden alsmede dat de strafrechtspraak zelf de hand in eigen boezem moet steken en die melaatse hand moet genezen in plaats van te zwartepieten jegens een ander deel van dezelfde rechterlijke macht.

Mijn tweede punt is dat zwartepieten temeer niet kies is jegens de partner die de staande magistratuur nu eenmaal is, nu de laatste dat nooit, althans niet publiekelijk, doet naar de strafrechter. Dat is pas interessant. De lezer kan zich met enig inlevingsvermogen vast wel voorstellen dat vanuit de staande positie van de officier van justitie de strafrechters steken laten vallen. Er zijn vele zaken waarin naar het deskundig oordeel van het openbaar ministerie door de rechtbanken verdachten ten onrechte zijn vrijgesproken, waarbij zij in hoger beroep toch een veroordeling voor elkaar krijgen. Verder zijn er legio strafzaken waarin de strafrechters moeiteloos vele malen de behandeling aanhouden om nog eens een zoveelste getuige te horen op grond van een juridische uitleg die volgens het openbaar ministerie kwestieus is. Ik zal de rij niet uitbreiden, maar elke lezer kan zich voorstellen dat het openbaar ministerie ook wel iets op te merken heeft over de organisatorische en juridische kwaliteit van de strafrechtspraak. Zij doen dat echter nooit, anders dan in een enkel geval in afgewogen bewoordingen. Hoe komt dat? Ik kan er slechts naar raden.

Tot vorig jaar liet de zittende magistratuur zich niet uit over de kwaliteit van het openbaar ministerie. Dat is dus veranderd, ik schetste dat hierboven als een onderdeel van een verdedigingsstrategie om zelf meer uit de wind te blijven. Een en ander zal passen bij de behoefte en de bedoeling de rechtspraak meer als concern in het politieke en publicitaire krachtenveld te positioneren. Ik heb met die op zich krachtiger positionering niet zoveel moeite, maar wel met het kiezen van de doelen, de analyse en de woordkeuze.

Ik maak me zorgen over het moment dat het openbaar ministerie zich op dezelfde wijze gaat verdedigen als de leiding van de rechtspraak sinds enige wijze tijd. Wie kan het hen kwalijk nemen? Als je aangevallen wordt mag je je toch verdedigen en onderdeel van die verdediging mag toch ook het motto “boter op het eigen hoofd” zijn? Ik zou die zelfverdediging de leiding van het OM niet euvel duiden. Het gevaar is dan wel dat de twee onderdelen van de rechterlijke macht uit elkaar drijven, terwijl samenwerking op velerlei vlak juist bitter nodig is. Of het nu gaat om administratieve processen, het gebruik maken van dezelfde digitale dossiers etc. ZM en OM zitten in dezelfde boot: wie een gaatje in de bodem maakt met harde en ongenuanceerde beschuldigingen, lijkt zich eenzijdig sterker te maken en te bewapenen ten koste van de andere opvarende, maar de vaarbaarheid vermindert alras kan ik de lezer verzekeren. Willen ZM en OM door deze moeilijke organisatorische overgangsperiode komen, die misschien nog wel tien jaren kan duren, dan kunnen ze beter samenwerken. Eenzijdige bewapening door de leiding van de rechtspraak leidt tot koude oorlogen en voordat kou uit de lucht is en muren gaan vallen, ben je soms decennia aan verziekte sferen en dubbele kosten verder. Niet doen dus!

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 CR 04/11/2013 om 10:41

Het argumentum ad hominem wordt hier bekwaam gehanteerd. Als het kennelijk zo’n chaos is bij het OM (en dat wordt in deze post niet in twijfel getrokken, integendeel, er wordt alleen uitgelegd dat het OM er niks aan kan doen), dan is de strafrechter bij uitstek in een positie om dat te ervaren. En dan is het waardevol als dat naar buiten wordt gebracht. Ook als de strafrechters misschien inderdaad dubieuze motieven hebben om dat te melden.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: