De formele invoering van een Europese publieke opinie?

door MD op 26/07/2010

in Buitenland

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon hebben de Unieburgers het recht van ‘burgerinitiatief’. Tot operationalisering ervan is het echter nog niet gekomen, onder andere omdat men het niet eens kan worden over de voorwaarden voor, en procedures rondom dat recht. Als gevolg hiervan neemt de invoering van het initiatief hier en daar bizarre vormen aan, terwijl het slechts gaat om het recht de Commissie te dwingen om na te denken(!) over het indienen van een voorstel, indien zij daartoe de bevoegdheid heeft.

Art. 11 lid 4 EU luidt: “Wanneer ten minste één miljoen burgers van de Unie, afkomstig uit een significant aantal lidstaten, van oordeel zijn dat inzake een aangelegenheid een rechtshandeling van de Unie nodig is ter uitvoering van de Verdragen, kunnen zij het initiatief nemen de Europese Commissie te verzoeken binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden een passend voorstel daartoe in te dienen.” Verder stelt het artikellid dat er op voorstel van de Commissie nadere procedures en voorwaarden opgesteld moeten worden voor het gebruik ervan. De logica daarachter is natuurlijk dat bv. vastgelegd moet worden van “een significant aantal lidstaten” is, volgens welke procedure formeel duidelijk gemaakt moet worden dat het hier gaat de gebruikmaking van deze bevoegdheid en niet om één miljoen ongerelateerde klachtenbrieven en hoe zekergesteld kan worden dat er inderdaad één miljoen burgers betrokken zijn (en niet één persoon één miljoen namen en handtekeningen verzonnen heeft).

De uitwerking van deze bevoegdheid levert al maanden controverse op. Eerder al werd er voorgesteld dat alle ondertekenaars een kopie van hun paspoort of een burgerservicenummer of iets dergelijks moesten aanleveren bij het zetten van een handtekening. Daarop was uiteraard veel kritiek. De laatste stand van zaken is dat de handtekeningen binnen tenminste één jaar na formele aanmelding van het initiatief, in tenminste 9 lidstaten verzameld moeten zijn. Verder mag er geen initiatief worden genomen tegen zaken die verdragsrechtelijk zijn vastgelegd (oneseat.eu, die inmiddels 1266697 handtekeningen heeft verzameld is dus buiten de orde) en mag het niet om een simpelweg frivool voorstel gaan (de schijnbaar bestaande campagne voor het verplicht stellen van rock-snorren voor leden van het Portugese nationale voetbalelftal, die 60.000 aanhangers schijnt te hebben, mag dus ook niet). Al met al gaat het om 16 pagina’s aan regels en procedurevereisten, waar onze Tweede Kamer volstaat met art. 132a van het Reglement van Orde.

Ergens doet deze heisa bevreemdend aan, omdat het om niet meer gaat dan de ‘bevoegdheid’ de Commissie te dwingen om na te denken over het doen van een voorstel. Alsof de Commissie een petitie die, buiten de regels om, 900.000 handtekeningen verzameld heeft linea recta bij het vuilnis zet. Ik ga er tenminste vanuit en mag toch hopen dat serieus ondersteunde voorstellen het oor van de Commissie wel weten te vinden. Waar de invoering van het Europese burgerinitiatief onder andere als positief effect zou kunnen of moeten hebben dat er zoiets ontstaat als een ‘Europese publieke ruimte’ – initiatiefnemers moeten immers serieus in gesprek met burgers uit andere lidstaten – dreigt er nu iets anders te gebeuren. Niet alleen hoeven initiatieven tot verdragswijziging of die uit ‘maar 6 lidstaten’ afkomstig zijn kennelijk niet serieus genomen te worden, ook hebben burgers zich kennelijk te houden aan Europese regels over het indienen van een petitie. Want laten we eerlijk zijn, de kracht van het Europese burgerinitiatief overstijgt dat van een petitie zeker niet. De procedureregels zijn dus weliswaar zeer begrijpelijk vanuit het oogpunt dat het om een formele bevoegdheid met rechtsgevolgen gaat, maar zijn enigszins bizar als men de inhoud van die bevoegdheid in ogenschouw neemt.

Het één en ander wekt bij mij de bevreemdende indruk dat schijnbaar ofwel de burgers zonder die verdragsbepaling niet ‘bevoegd’ zouden zijn geweest de Commissie te verzoeken met een voorstel te komen, ofwel de Commissie een dergelijk verzoek volstrekt zou hebben kunnen negeren. Dat laatste is formeel-juridisch juist. Maar als het daarom ging zijn we weinig opgeschoten. De Commissie kan immers altijd nog weigeren een voorstel te doen. Zeker is dan ook dat schijn in dit geval bedriegt. Zoals wel vaker lijkt een verdragsbepaling die garanties biedt of zaken ‘extra duidelijk maakt’ dus in zijn tegendeel te kunnen gaan verkeren als die a-contrario geïnterpreteerd wordt. Gezien de inhoud van het Verdrag van Lissabon en de daarin opgenomen zekerheden hou ik mijn hart vast voor toekomstige interpretaties.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: