De GG- en de GT-quotiënt en het strafklimaat

door IvorenToga op 12/04/2013

in Rechtspraak

Post image for De GG- en de GT-quotiënt en het strafklimaat

Ik wil het nog eens hebben over de straftoemeting maar dan vanuit een ander perspectief. De rechter heeft bij de strafoplegging drie hoofdstraffen tot zijn beschikking. Vroeger moest hij daaruit een keuze maken, tegenwoordig kan hij ze ook in combinatie opleggen. Dat doet hij ook in ongeveer 15% van alle vonnissen waarbij straf wordt opgelegd. De combinatie van gevangenisstraf en taakstraf wordt daarbij het meest gebruikt. Echter in 85% van de gevallen maakt de rechter nog steeds een keuze. Daarbij is de geldboete nog steeds nummer één met ruim 29000 gevallen in 2011, op enige afstand gevolgd door de taakstraf (24000) en kort daarachter de gevangenisstraf met 23000 vonnissen.

Ik vond het interessant om eens na te gaan hoe die verhouding er voor de afzonderlijke misdrijven, waarover wordt gerapporteerd in de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving, nu precies uitziet en hoe die zich in da laatste jaren heeft ontwikkeld. Daartoe vergelijk ik het jaar 2011 met 2005. De verhouding druk ik uit in het aantal (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraffen dat per type/categorie misdrijf wordt opgelegd te delen door achtereenvolgens het aantal opgelegde (deels) onvoorwaardelijke geldboetes en alle taakstraffen. Bij die laatste straf wordt namelijk niet per delict onderscheiden of hij voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is opgelegd. Het eerste quotiënt noem ik de gg- quote, het tweede de gt-quote. Al deze groter zijn dan 1 worden er voor een delict dus meer vrijheidsstraffen opgelegd dan geldboetes c.q. taakstraffen, als hij kleiner is dan 1, is het omgekeerde het geval.

Van de 39 typen misdrijven waarover ik zo’n verhouding heb berekend, was in 2005 in 17 gevallen de gg- quote groter dan 1. In 2011 was dat er 1 minder. Wat daarbij allereerst opvalt is dat relatief gezien verreweg de grootste concentratie van “positieve” scores boven de 1 te vinden is in het domein van de vermogensdelicten. In 2005 hadden alle misdrijven, m.u.v. verduistering en heling, in die categorie een gg- quote groter dan 1. In 2011 was eenvoudige diefstal onder de 1 gezakt. In de categorie vernieling en misdrijven tegen de openbare orde waren er in beide jaren slechts twee groepen die een score boven de 1 hadden, te weten de categorie overige misdrijven tegen het openbaar gezag en brandstichting. Bij de “gewone”geweldsmisdrijven heeft alleen stalking een positieve score; bij de seksuele misdrijven daarentegen scoort alleen “openbare schennis” onder de 1; bij alle andere groepen is de gevangenisstraf dominant en bij de misdrijven tegen het leven en de overige geweld- en zedenmisdrijven is dat (natuurlijk) ook het geval. In de verkeerssector zijn alle scores zwaar negatief, bij de drugsmisdrijven hebben alleen de delicten met harddrugs een waarde boven de 1. Voor het overige zijn er geen positieve quotes meer aan te treffen, merkwaardigerwijs ook niet bij de misdrijven tegen de Vuurwapenwet.

Het aantal gt-quotes met een waarde boven de 1 is veel kleiner dan bij de gg- quote. Het zijn er slechts 11. In dat verschil weerspiegelt zich het feit dat de taakstraf kennelijk dichter bij de gevangenisstraf ligt dan de geldboete. Daarbij moet dan nog bedacht worden dat het bij de gevangenisstraf alleen om de (deels) onvoorwaardelijke sancties gaat, terwijl alle taakstraffen meetellen, ook de geheel voorwaardelijke.

In de vermogenssfeer gaat het alleen om eenvoudige diefstal en diefstal met geweld. Merkwaardigerwijs heeft gekwalificeerde diefstal noch in 2005 noch in 2011 een score groter dan 1. Daar wordt dus relatief minder vaak een vrijheidsstraf opgelegd dan bij eenvoudige diefstal. Daarnaast hebben alleen afpersing en afdreiging in beide jaren een positieve waarde. Bij de vernieling c.a. hebben alleen de overige misdrijven tegen de openbare orde een stabiele score van boven de 1; in 2005 zijn er nog twee andere waaronder het niet opvolgen van een ambtelijk bevel met een quote van net boven de 1, maar in 2011 zijn die tot onder die drempel gedaald. Bij de zedenmisdrijven heeft alleen verkrachting door de jaren heen een positieve score en bij het geweld geldt dat alleen voor de levensmisdrijven en de categorie overige. Bij alle ander delicten, verkeer, drugs, vuurwapens en overige wetten laten alleen de harddrugdelicten nog een waarde groter dan 1 zien.

Als we vervolgens kijken naar de absolute waarde van de delicten met een positieve gg- score, dan val allereerst op hoe stabiel het beeld is in de tijd. Alleen 2 misdrijven die een score van net boven de 1 hadden in 2005, vallen in 2011 terug tot onder die drempel (ontucht en eenvoudige diefstal). Voor het overige hebben alle delicten die in 2005 positief scoorden, ook in 2011 een score boven de 1. Gevangenisstraf is voor deze delicten kennelijk de dominante sanctie. Het meest is dat, zoals te verwachten viel, het geval bij de levensmisdrijven waarbij de score 53 is in 2005 en zelfs 285 in 2011. Aan dat grote verschil moet echter niet al te veel waarde worden gehecht. Voor een belangrijk
deel komt dat door de kleine aantallen waar het hier over gaat.

De absolute waarden van de gt-scores liggen veel dichter bij elkaar. Er is geen enkele met een score groter dan 5. Van de 11 scores in totaal zijn er 10 onder de 3. Dat illustreert m.i. dat gevangenisstraf en taakstraf over een breed terrein elkaars substituut zijn geworden. Zelfs bij de misdrijven tegen het leven is de score slechts ruim 3 in 2005 en ruim 4 in 2011.

In een volgende column zal ik proberen deze alternatieve benadering van ons strafklimaat verder uit te diepen en te nuanceren.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: