‘De Grondwet bewijst uitstekende diensten’

door Ingezonden op 18/11/2013

in Varia

Post image for ‘De Grondwet bewijst uitstekende diensten’

De Grondwet is bijna jarig en mag zich in een toenemende belangstelling verheugen. In maart 2014 bestaat hij 200 jaar en ook de festiviteiten rondom 200 jaar Koninkrijk dragen bij aan de hernieuwde aandacht voor onze constitutie. Maar als we de commentaren op onze Grondwet bezien, lijkt er weinig reden tot vreugde.
Zo brandde hoogleraar staatsrecht Wim Voermans de Grondwet onlangs nog ongenadig tot de grond af. De aanklacht is bekend en wordt breed gedragen: de Grondwet is te sober, belangrijke zaken worden veronachtzaamd, hij stemt niet overeen met de werkelijkheid, en tot overmaat van ramp mag de rechter wetten niet eens toetsen aan die muffe Grondwet. Is onze Grondwet dan werkelijk zo’n verouderd gedrocht? Kunnen we zijn jubileum maar beter stilletjes voorbij laten gaan?

Integendeel, er valt juist genoeg te vieren aan onze Grondwet. Hij biedt in al zijn soberheid en bescheidenheid al bijna twee eeuwen het kader waarbinnen onze politiek zich afspeelt. Dat is geen geringe prestatie. Hij kan dat enkel omdat hij zich louter richt op de basis. Door gewoontevorming maken de verschillende staatsorganen regering, wetgever en rechter zelf de ongeschreven regels die hun onderlinge verhoudingen nader regelen. Dit politieke proces kan uiteraard grillig en onstuimig zijn, maar ook inventief in het vinden van nieuwe staatsrechtelijke constructies.

Neem het minderheidskabinet-Rutte I. Door decennia van meerderheidskabinetten was het gebruikelijk geworden om zeer gedetailleerde regeerakkoorden op te stellen. De regeringscoalitie kon dan rustig beginnen aan de uitvoering van de gemaakte afspraken. De Tweede Kamer werd daarmee gereduceerd tot afstempelmachine van wetsvoorstellen. Oftewel: weg controlefunctie, weg inhoudelijk debat. Omdat er in 2010 echter geen meerderheidscoalitie gevormd kon worden, ontstond een constitutionele noviteit: het minderheidskabinet-Rutte I. Deze constructie had veel voordelen: de regering moest opeens knokken voor meerderheden, het debat over wetsvoorstellen verlevendigde en niet-regeringspartijen hadden daadwerkelijk invloed.

Stel dat we in een eerder stadium een regel in de Grondwet hadden opgenomen als regeringen dienen te steunen op een stabiele meerderheid in de Tweede Kamer. Dat was tenslotte de praktijk, dus waarom die achterhaalde Grondwet niet wat meer overeen laten komen met die realiteit? Dan hadden we onszelf in 2010 toch met een serieus probleem opgezadeld. Een onnodig probleem bovendien, want de politieke praktijk blijkt heel goed in staat zelf oplossingen te bedenken voor constitutionele patstellingen. Maar daar moet dan wel ruimte voor zijn. Dat kan alleen met een bescheiden Grondwet, die zich beperkt tot fundamentele zaken.

Maar er valt nog meer te genieten. Denk bijvoorbeeld aan het toetsingsverbod: de Grondwet bepaalt dat niet de ongekozen rechter, maar de democratisch gelegitimeerde wetgever uitmaakt of een wet overeenstemt met onze Grondwet. We zouden daarmee de paria zijn van constitutioneel Europa, zo niet de wereld, hoort men staatsrechtjuristen in koor verkondigen. Bovendien leidt het gebrek aan rechterlijke toetsing tot verder verval van de Grondwet. De rechter zou die anders tenminste nog eens goed kunnen afstoffen. Probleem is alleen dat het veelal niet bij afstoffen blijft: in hun interpretatief enthousiasme doorkruisen rechters meer dan eens de democratische besluitvorming. Te vaak denkt men dat rechters louter zakelijk democratische besluiten op hun grondwettelijkheid controleren. De praktijk is anders.
Neem de beroemde abortuszaak Roe versus Wade in de Verenigde Staten; hét land van de rechterlijke toetsing. Het Amerikaanse hooggerechtshof bepaalde dat abortus niet bij wet verboden mag worden; het valt onder een constitutioneel recht op privacy van vrouwen. De 18e-eeuwse Amerikaanse Grondwet spreekt echter nergens over privacy, laat staan over een recht op abortus. Het moge duidelijk zijn: van het simpelweg toetsen van wetten aan de constitutie is allang geen sprake meer. Des te verstandiger is het dat de Nederlandse Grondwet de toetsing overlaat aan een orgaan dat wel door de kiezer ter verantwoording kan worden geroepen: de wetgever. Het levert misschien geen spectaculaire rechterlijke uitspraken op, maar het zorgt er wel voor dat politieke besluiten genomen worden waar ze genomen moeten worden: in het parlement.

Kortom: er valt genoeg te vieren aan onze constitutie. Dat men er niet zo veel over hoort bewijst de vitaliteit ervan. Een bescheiden Grondwet die de Nederlandse politiek al bijna 200 jaar geruisloos maar effectief in goede banen leidt: leve onze saaie Grondwet!

Bastiaan Rijpkema
Promovendus rechtsfilosofie bij de Universiteit Leiden. Dit stuk verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad van 14/11/2013.

{ 10 reacties… read them below or add one }

1 Super De Boer 18/11/2013 om 12:05

8) Tuurlijk, maar de wijzigingsprocedure mag wel ietsje gesmeerder. Hoeft niet per se met uzi’s op het Binnenhof, dat zou te ver gaan, maar binnen een jaar of 2 moet toch kunnen.

2 Henk 18/11/2013 om 15:58

Pffff. Vereist rechtsfilosofie niet enige diepgang? Welk ‘verlevendigd debat’ hebben we gezien bij Rutte I? In het Catshuis – ‘radiostilte, heren’? Op de achterbank samen met Van der Staaij – ‘welke achterbank’? In het torentje met Robesin – ‘uitsluitend een rondleiding’? Er moesten telkens nieuwe deals worden gesloten, maar tot een meer verlevendigd parlementair debat is het niet gekomen. Zelfs de steun van de PvdA voor Europa, werd in de achterkamers geregeld.

Zo ook nu. Je kunt heel blij worden van het idee dat er nu een serie splinterpartijtjes nodig is om het land te regeren. Prima. Maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het debat. Het werkelijke debat wordt immers op Financien gevoerd. Met de deuren dicht.

En om de volledige toetsingsdiscussie in het Reformatorsch Dagblad af te doen via Roe v. Wade, is echt een kreupele vorm van populisme. Kom op, Bastiaan, dit kan verheffender.

3 Yoeri Roosendaal 18/11/2013 om 21:01

De twee gegeven voorbeelden – het minderheidskabinet en het toetsingsverbod – zijn toch wel bijzonder zwak. Welk land zou het in zijn hoofd halen in de Grondwet vast te leggen dat uitsluitend meerderheidskabinetten toelaatbaar zijn? Welk land heeft dat überhaupt gedaan? En welke staatscommissie heeft zoiets ooit geadviseerd? Het is natuurlijk een onzinnig voorstel dat niemand ooit zou overwegen, en dat maakt het eerste voorbeeld tot een klassiek geval van een stroman. Wat we in dit verband wél in de Grondwet zouden kunnen opnemen zijn enige regels over de kabinetsformatie (is nu nota bene in een Reglement van Orde vastgelegd!) of over de reikwijdte van de vertrouwensregel. Juist met een pseudo-minderheidskabinet als dat wat we nu hebben is het wel van belang duidelijk op te schrijven of die vertrouwensregel ook in de relatie Eerste Kamer-regering geldt (en zo ja, in welke mate). Dat was ook het soort regels waar Voermans in zijn stuk op doelde.

Het voorbeeld van Roe vs. Wade is zo mogelijk nog treuriger. Je zou toch op z’n minst op moeten merken dat ondanks het feit dat veel conservatieve Amerikanen die uitspraak niet kunnen pruimen, vrijwel niemand rechterlijke toetsing van wetten aan de Constitution afwijst. Het Supreme Court is immers net zo creatief bij de interpretatie van ‘the right to bear arms’, dus uiteindelijk kan iedereen met een minderheidsbelang er juist baat bij hebben. Met andere woorden, een uitspraak waarover je kunt discussiëren is geen argument om de rechter maar helemaal de toetsingsbevoegdheid te ontnemen. De rechter mag dan ongekozen zijn, hij is ook onafhankelijk en onpartijdig, in tegenstelling tot de wetgever. Natuurlijk moet ook de wetgever de rechter kunnen corrigeren, maar dat is in Nederland nu juist vrijwel onmogelijk dankzij onze rigide grondwetswijzigingsprocedure, zoals ook SuperDeBoer opmerkte. Maar misschien dat je daar juist van ‘geniet’?

4 Super De Boer 18/11/2013 om 22:16

😐 Toch nog even ‘advocaat van de duivel’: ook een langdradige wijzigingsprocedure mag natuurlijk geen reden zijn om niet aan een wijziging te beginnen. Vgl. de discussie over artikel 47 Statuut en het trouw zweren aan de koning (die naar ik begrijp zelf overigens kwistig met referenda strooit, althans zou willen strooien). Wat dat betreft natuurlijk niets dan lof voor Femke Halsema (c.s.) vanwege het voorstel inzake het toetsingsverbod (al ben ik er zelf nog niet helemaal uit wat ik daar van vind). Er is initiatief genomen, ondanks de gerede faalkans. Een Grondwetswijziging hoor je niet op een achternamiddag door het parlement te kunnen jassen, zeker niet als de stemprocedures van de EK worden gevolgd. Een kans dat het strandt mag er dus best zijn.

Maar tenzij je de Grondwet als een soort van Heilige Schrift benadert, dus als een stuk dat al ‘af’ is en niet meer kan worden verbeterd, kost een wijziging onder de huidige regeling gewoon net iets te veel tijd en/of moeite.

Waarbij ik misschien nog wel het zwaarst til aan het feit dat niet direct gekozenen, te weten de ho-mannen van de Eerste Kamer, met slechts (circa) 26 stemmen belangrijke zaken kunnen frustreren.

Ik weet ook niet precies hoe, er is al veel over gezegd en geschreven, maar de Grondwettelijke wijzigingsprocedure kan volgens mij nog best wat smeerolie gebruiken. Het schrappen van het ontbinden van de Eerste Kamer bij Grondwetswijzigingen (1995) is wat mij betreft niet genoeg. En zóóó progressief ben ik nu ook weer niet 8) , dus dat wil misschien iets zeggen.

5 Martin Holterman 19/11/2013 om 01:23

@Yoeri: Euh, art. 63, 67 en 68 GG?

Artikel 63
(1) Der Bundeskanzler wird auf Vorschlag des Bundespräsidenten vom Bundestage ohne Aussprache gewählt.
(2) Gewählt ist, wer die Stimmen der Mehrheit der Mitglieder des Bundestages auf sich vereinigt. Der Gewählte ist vom Bundespräsidenten zu ernennen.
(3) Wird der Vorgeschlagene nicht gewählt, so kann der Bundestag binnen vierzehn Tagen nach dem Wahlgange mit mehr als der Hälfte seiner Mitglieder einen Bundeskanzler wählen.
(4) Kommt eine Wahl innerhalb dieser Frist nicht zustande, so findet unverzüglich ein neuer Wahlgang statt, in dem gewählt ist, wer die meisten Stimmen erhält. Vereinigt der Gewählte die Stimmen der Mehrheit der Mitglieder des Bundestages auf sich, so muß der Bundespräsident ihn binnen sieben Tagen nach der Wahl ernennen. Erreicht der Gewählte diese Mehrheit nicht, so hat der Bundespräsident binnen sieben Tagen entweder ihn zu ernennen oder den Bundestag aufzulösen.

Artikel 67
(1) Der Bundestag kann dem Bundeskanzler das Mißtrauen nur dadurch aussprechen, daß er mit der Mehrheit seiner Mitglieder einen Nachfolger wählt und den Bundespräsidenten ersucht, den Bundeskanzler zu entlassen. Der Bundespräsident muß dem Ersuchen entsprechen und den Gewählten ernennen.
(2) Zwischen dem Antrage und der Wahl müssen achtundvierzig Stunden liegen.

Artikel 68
(1) Findet ein Antrag des Bundeskanzlers, ihm das Vertrauen auszusprechen, nicht die Zustimmung der Mehrheit der Mitglieder des Bundestages, so kann der Bundespräsident auf Vorschlag des Bundeskanzlers binnen einundzwanzig Tagen den Bundestag auflösen. Das Recht zur Auflösung erlischt, sobald der Bundestag mit der Mehrheit seiner Mitglieder einen anderen Bundeskanzler wählt.
(2) Zwischen dem Antrage und der Abstimmung müssen achtundvierzig Stunden liegen.

6 Martin Holterman 19/11/2013 om 01:27

En als we toch buitenlandse grondwetten aan het citeren zijn, in de Amerikaanse komt het woord privacy inderdaad niet voor, maar er staat wel:

The enumeration in the Constitution, of certain rights, shall not be construed to deny or disparage others retained by the people.

En ook:

No person shall be (…) deprived of life, liberty, or property, without due process of law

(Die staat er zelfs twee keer!)

En om de laatste van de drie privacy-artikelen ook maar even mee te nemen:

The right of the people to be secure in their persons, houses, papers, and effects, against unreasonable searches and seizures, shall not be violated

7 Yoeri Roosendaal 19/11/2013 om 22:49

@ Martin

Dan heb je kennelijk gemist dat men in Duitsland al sinds maart van dit jaar discussieert over de mogelijkheid van een minderheidsregering. De discussie begon in de aanloop naar de verkiezingen voor de Bundestag toen het erop leek dat SPD en Groenen samen geen absolute meerderheid zouden halen. De SPD-top wilde geen coalitie met (ook) Die Linke, maar die partij was mogelijk wel bereid tot gedoogsteun aan een Rood-Groene coalitie. Ze zou dan ook een SPD-kanselier aan een meerderheid helpen bij de stemming in de Bundestag:

http://www.zeit.de/politik/deutschland/2013-03/stoess-minderheitsregierung-bund

Momenteel komt Merkel’s CDU/CSU vijf zetels tekort voor een absolute meerderheid. Ook in dit verband wordt wel gesproken van de mogelijkheid van een minderheidsregering:

http://www.sueddeutsche.de/politik/merkels-dritte-amtszeit-mut-zu-wechselnden-mehrheiten-1.1779171

Het kan allemaal in het licht van de artikelen die je noemde. Die sluiten een minderheidsregering geenszins uit.

8 Martin Holterman 19/11/2013 om 23:06

@Yoeri: Dan komen we op de vraag of een “confidence and supply” coalitie een coalitie is of een minderheidsregering. Maar ik geef toe, het antwoord daarop is hetzelfde voor dit Duitse voorstel als voor Rutte I.

9 Super De Boer 20/11/2013 om 14:30

8) Farizeeërs!

10 Super De Boer 21/11/2013 om 00:56

8) Als in: kijvende Schriftgeleerden. Ik lees net elders dat de term ‘Farizeeërs’ in hedendaags taalgebruik meestal wordt gebruikt om mensen aan te duiden die ‘schijnheilig’ zijn of ‘huichelen’. En dat wil ik Yoeri noch Martin aanwrijven, uiteraard.

🙂 Kunnen we het dan nu weer hebben over hoe de Binnenlandse Grondwettelijke Revolutie bij de horens te vatten?

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: