De Grondwet geëvalueerd: laten we blij zijn met de Grondwet

door GB op 21/10/2009

in Recensies

Een van de meest interessante voorstudies voor de Staatscommissie Grondwet is de poging om de Grondwet te evalueren. Gewoon, zoals we bij de Wet op de palingstand ook kunnen beoordelen of het beoogde effect bereikt is. Dat trekt natuurlijk een hoop onderzoekstechnische vragen los. Wat is namelijk de ‘functie’ of ‘betekenis’ van onze Grondwet? Wat zijn de doelen? En hoe meet je die?

De Leidse onderzoekers maken meteen onderscheid tussen de latente, algemene functies van een Grondwet überhaupt, en bepaalde doelen die een grondwetgever kan nastreven bij het wijzigen van de Grondwet. Dat zijn dan de zogenaamde ‘manifeste’ doelen van een bepaalde grondwetswijziging. De grondwetgever wilde in 1983 bijvoorbeeld de delegatieterminologie uniformeren, en je kunt bekijken of dat gelukt is. (antwoord: ja, bijna helemaal). Maar de grondwetgever is niet altijd succesvol; soms gaat de rechter niet helemaal in de gewenste richting. De ‘glijdende schaal’ ten aanzien van de horizontale werking van grondrechten (ook een manifest doel in 1983) is niet echt een succes geworden in de jurisprudentie, en ook het afwijzen van de leer van de algemene beperkingen van grondrechten is niet even radicaal gebeurd als door de grondwetgever gewild.

Buiten deze vertrouwde juridische cirkels heeft het rapport echter een veel breder perspectief. Er zijn interviews gehouden met een kleine 50 ‘eerstelijns gebruikers’ van de Grondwet. En daar is een zogenaamd Q-sort onderzoek op losgelaten, waarmee samenhang tussen verschillende statements kan worden gezocht totdat sprake is van verschillende ‘discoursen’, gedeelde conceptuele kaders waarmee aan een onderwerp betekenis kan worden gegeven. Er zijn drie discoursen gevonden: Grondwetsidealisme, Grondwetsrealisme en Grondwetsconservatisme.

Het meest opvallende vind ik de conclusie dat er geen Grondwetsmimalisme is gevonden, geen Grondwetscynisme, of andere negatieve sentimenten, zoals die wel in nogal wat losse statements naar voren komen en in de literatuur. Het rapport zelf, bijvoorbeeld, maakt terloops een opmerking die deze kant op lijkt te gaan, als het voorzichtig opmerkt dat de ‘versterking van de klassieke grondrechten’ (een manifest doel van de grondwetsherziening van 1983) niet echt meer op de voorgrond staat sinds de aanslagen van september 2001. Maar het zijn dus losse opmerkingen die niet onder een samenhangend – negatief – ‘discours’ te brengen zijn.

De Universiteit Leiden heeft de presentatie van het onderzoek nog geprobeerd in de media uit te zetten, maar tot veel pers heeft het niet geleid. Het onderzoek had ‘De Pers’ volgens mij echter al gehaald, althans er is een column van Peter Middendorp die zeer waarschijnlijk één van de eerstelijnsgebruikers was die werd geïnterviewd. Er is namelijk een journalist van een ‘gratis dagblad’ geinterviewd, en zijn kreet ‘we moeten trots op de grondwet zijn’ heeft het gehaald als statement 49. Het zou aardig zijn op zijn columns ook een keer zo’n Q-sort-onderzoek los te laten. Wellicht dat het cynische discours dan wel gevonden wordt.

(h/t FJJ voor het vinden van de column)

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 FJJ 21/10/2009 om 12:32

Het lijkt alsof je teleurgesteld bent dat er geen cynische grondwetnihilisten gevonden zijn? Wellicht heeft men in de verkeerde kringen gezocht?

2 GB 22/10/2009 om 08:37

Eerder verbaasd. Omdat er wel statements waren die in die richting gingen, en om dat in de staatsrechtelijke literatuur een dosis cynisme niet geheel uitgesloten is.

Maar kennelijk moeten we dat opvatten als losse oprispingen. Uiteindelijk menen de 50 eerstelijnsgebruikers bij 'de overheid' in een brede zin van het woord (inclusief hoogleraren, en een aantal rechters en journalisten)het kennelijk niet…

Ik heb te weinig inzicht in de gebruikte methode om de conclusie echt op waarde te schatten, maar verrassend vond ik hem wel.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: