De Hoge Raad als tipgever

door GB op 12/05/2009

in Rechtspraak

Post image for De Hoge Raad als tipgever

Af en toe is het aardig om heel specifiek en heel concreet de omvang van de rechtsvormende taak van de rechter en de communicatie tussen rechter en wetgever te volgen. Rondom het innen van de belasting speelt een interessante casus.

Wat is het probleem? Gemeentelijke gebruikersheffingen moeten worden opgelegd aan feitelijke gebruikers van ‘percelen’. In het geval van een studentenhuis betekent dat dat het gehele ‘perceel’ rioolheffing moet betalen, en niet de individuele student. Meestal slaat de gemeente dan de langstwonende student aan voor het hele bedrag, dat deze dan maar moet zien te vereffenenen met zijn huisgenoten. Dat leidt al heel wat jaren tot het nodige studentenleed. Huisgenoten zijn inmiddels weg, armlastig of allebei, maar dat levert de aangeslagen student geen kwijtschelding op. Hij zal moeten betalen en het terugvorderingsprobleem is zijn probleem.

Wettelijk zit het vast op de tekst die van ‘percelen’ spreekt, en dus niet van kamers, waarbij ieder van de bewoners aansprakelijk is voor het gehele bedrag. De vraag is wat de rechter daaraan nog kan doen. In 1988 haalde de Hoge Raad in een vergelijkbare kwestie al wel een trucje uit: bij verontreinigingsheffingen oppervlaktewateren merkte de Hoge Raad studentenpanden aan als bedrijfsruimte, waarbij de ingebruikgever, d.w.z. de verhuurder de aanslag op de mat vindt. Die moet dat dan maar naar rato verdelen over en innen bij zijn huurders.

De rechter is tot dusver niet zover gegaan dat hij ook bij de afvalstoffenheffing de verhuurder als feitelijk gebruiker aan te merken. Waarschijnlijk omdat de afvalstoffen afkomstig moeten zijn uit ‘particuliere huishoudens’. Toch lastig om daar dan een bedrijfsruimte van te maken.

Aan de zijde van de wetgever worden er weleens schriftelijke vragen gesteld en wijdt men er wat sympathieke woorden aan. Maar heel erg veel schieten huisoudsten er niet mee op. ‘Studenten vormen geen politieke lobby’ en hebben daarom het nakijken, moppert Snoijink later in een noot (BNB 2008/300). Dan grijpen de gerechtshoven in. Het Gerechtshof Den Bosch was er klaar mee en gaf een klagende studente gelijk. De aanslag moest worden verlaagd tot een evenredig deel aan de huishouding, omdat de handelwijze van de gemeente in strijd kwam met het evenredigheidsbeginsel. Als dat bij de Hoge Raad komt constateert deze echter dat het ‘de heffingsambtenaar binnen het wettelijk stelsel niet vrijstaat om aan de verschillende feitelijke gebruikers van een perceel afzonderlijke aanslagen op te leggen naar een evenredig breukdeel.’ Wat de studenten daarmee moeten? ‘Het is aan de wetgever om desgeraden met het oog dit verhaalsprobleem een nadere regeling te geven.’ De Hoge Raad doet er ook nog een tip bij: ‘dit is in het verleden ook gebeurd met de gebruikersheffingen in de OZB, waarbij het om vergelijkbare problemen ging.’ (BNB 2008/300) Toen (1995) veranderde de wetgever de eis van ‘feitelijk gebruik’ naar gewoon ‘gebruik’ voor de OZB. Verhuren is ook gebruik, zodat de verhuurder kon worden aangesproken voor het OZB-gebruikersdeel van studentenpanden.

Het Hof Leeuwarden grijpt nog radicaler in. Het stelt een studente die met een forse belastingschuld uit het verleden werd geconfronteerd volledig in het gelijk. Een studentenhuis is simpelweg geen ‘perceel’, en kan dus helemaal niet aangeslagen mag worden. Ook dan jaagt de Hoge Raad de rechter weer terug in zijn staatsrechtelijke hok. (BNB 2008/301) Volgens de definitie is een studentenhuis toch echt een perceel. En dan volgt uit de wet dat ieder van de bewoners verantwoordelijk is voor het gehele bedrag van de aanslag. ‘Het staat de rechter niet vrij de redelijkheid hiervan te beoordelen. Dit is niet anders indien verhaal op andere belastingplichten praktisch niet mogelijk is.’ Het is aan de wetgever, gevolgd door de tip die de Hoge Raad al eerder gaf.

Misschien is in deze twee uitspraken wel een nieuw topos voor de omvang van de rechtsvormende taak van de rechter aan de orde: namelijk een verwijzing naar vergelijkbare problemen die reeds eerder door de wetgever zijn opgelost. Daarbij gaat de Hoge Raad zeer voorzichtig om met de speelruimte die hij de wetgever laat. Hij geeft een wetgevingstip, geen wetgevingsbevel. Aan de andere kant kwalificeert de Hoge Raad deze gang van zaken wel als een ‘probleem’ dat de wetgever dan zou laten bestaan.

Ondertussen heeft Cramer de kamer echter al bericht dat zij de wet zal wijzigen, waarbij het inderdaad mogelijk wordt om (conform de tip van de Hoge Raad) de verhuurders te gaan aanslaan voor deze belasting. Daarbij verwijst de minister inderdaad naar de OZB, maar ook naar de eerdere, door de Hoge Raad gevonden oplossing voor de heffingen voor waterverontreiniging. Resteert nog wel een probleem: kwijtschelding voor de studenten zit er niet in.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: