De jaren dertig?

door PWdH op 01/03/2009

in Uncategorized

Sinds het Centraal Planbureau officieel bekend heeft gemaakt dat zelfs gidsland Nederland niet immuun is voor de desastreuze gevolgen van de crisis op de financiële markten, waart in ons land de geest van de jaren dertig rond. Prima, zo is men aanvankelijk geneigd te zeggen, dat onze minister-president alvast ruim twintig jaar vooruitziet – dat is tenslotte regeren – hoe ons land er anno 2030 bij zou moeten liggen.

Dat blijkt echter al te progressief gedacht. De minister-president trok een historische vergelijking met de op veel grotere afstand gelegen jaren dertig van de vorige eeuw. Inderdaad was er ook toen sprake van een ernstige economische malaise in combinatie met een bankencrisis. Zelf maak ik mij ook weinig illusies over de economische perspectieven op korte termijn. Is de vergelijking in zoverre terecht, overigens wordt die niet gestaafd door de feiten.

Al is het maar omdat wie nu werkloos raakt veelal aanspraak kan maken op een uitkering, en niet – zoals Gerard van Westerloo gisteren in Trouw schreef – in de rij hoeft te staan bij een gaarkeuken en ‘in tochtige en vochtige kelders woont (…) waarin hun kinderen zich kapot hoesten aan de tbc’. Dat laat onverlet dat er nu vast ook de nodige ellende is, en het ook nog een hele toer zal gaan worden om de sociale zekerheid te blijven financieren. Desalniettemin is ons uitgangspunt nu heel wat beter dan dat van onze voorgangers in de jaren dertig van de vorige eeuw. Het verenigd Europa van nu mag in dit verband zeker niet onvermeld blijven.

Van deze kromme vergelijking van de economie van nu met die van de jaren dertig is het maar een kleine stap naar de al even kromme vergelijking van de politiek. Was tot voor kort Ed van Thijn de enige die onvermoeibaar betoogde dat de Nederlandse politiek toch echt steeds meer trekken kreeg van een zgn. waaierdemocratie naar model van de Weimar Republiek (het uitdijen van radicale flanken ten koste van gematigde midden van het politieke spectrum), inmiddels wordt dit model door velen gevreesd, en in het bijzonder de opkomst van Wilders.

In ‘Herfsttij der democratie’, het laatste essay dat J.A.A. van Doorn schreef voor zijn overlijden, wijst hij – als echte socioloog – de fundamentele individualisering van de samenleving aan als oorzaak van de malaise van onze democratie. Juist vanwege die individualisering – vanwege de daaraan inherente afkeer van collectieve identiteiten en loyaliteiten – gaat de vergelijking met de Weimar Republiek, ten tijde waarvan ‘de massa geuniformeerd door de straten marcheerde’, niet op.

Ik meen dan ook dat de kiezer zo weer bij Wilders wegzweeft, zodra de middenpartijen politici naar voren schuiven die de reële problemen die Wilders terecht aan de orde stelt niet alleen erkennen maar ook in het openbaar aanpakken (denk aan de Goudase bussenaffaire). Politici, bovendien, die in staat zijn in het parlement een politieke (dus niet: bestuurskundige) toespraak te houden.

De vergelijking met de jaren dertig lijkt me daarbij een buitengewoon nuttig hulpmiddel: laten zij zich afvragen hoe ons land er in 2030 voor moet staan, en hoe we daartoe nu moeten handelen.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: