De jeugd van tegenwoordig

door FTG op 11/08/2009

in Varia

We leven in barre tijden. De jeugd van tegenwoordig is bandeloos en heeft geen ontzag meer voor autoriteit. Op sommige universiteiten schijnen de studenten zelfs docenten te tutoyeren. Geen wonder dat de criminaliteitscijfers omhoog schieten!

In de voortreffelijke bundel Afscheid van Leiden merkt Karel van het Reve op dat dit type uitspraak, dat de jeugd steeds losbandiger wordt, van alle tijden is en dat de juistheid van zo’n uitspraak daarom twijfelachtig is. Hij geeft het voorbeeld van Aurelius Augustinus, die in het jaar 383 schrijft dat de studenten in Carthago lijden aan “een walgelijke, niets ontziende bandeloosheid” (conf. V.viii).

Ik kan daar een nog ouder voorbeeld aan toevoegen. Tacitus schrijft in zijn Dialogus, rond 80 na Christus, dat de jeugd tegenwoordig opgroeit in een sfeer “van losbandigheid en van scabreuze loslippigheid”, waardoor de jeugdigen schaamteloos worden, met het onvermijdelijke gebrek aan egards jegens ouderen tot gevolg (29).

Een nog ouder voorbeeld komen we tegen in een redevoering van Demosthenes (Tegen Konon) uit de vierde eeuw voor Christus. Uit die redevoering blijkt dat Athene toen geplaagd werd door groepen losgeslagen jeugdigen die de stad onveilig maakten door overmatig drankgebruik, het provoceren van brave burgers en het uitlokken van relletjes.

Er zijn ongetwijfeld nog talloze andere voorbeelden te geven. Als het echt waar zou zijn dat de jeugd al sinds duizenden jaren steeds losbandiger wordt, dan zou de gehele jeugd inmiddels in permanente staat van dronkenschap moeten verkeren, verwikkeld in één grote orgie, waarbij schapen en geiten niet ontbreken, op bij voorkeur openbare plaatsen zoals het monument op de Dam. Maar zo gek is het nou ook weer niet.

Met opmerkingen over de kwaliteit van het onderwijs is ook iets dergelijks aan de hand. Als je niet klaagt over het steeds dalende niveau daarvan hoor je er eigenlijk niet bij. Ik zelf klaag daar dan ook af en toe over. Dat dalende niveau uit zich met name hierin dat studenten tegenwoordig niets meer weten, dit in schril contrast met de situatie in mijn eigen studententijd. Ook daarover wordt echter al duizenden jaren geklaagd. Bijvoorbeeld door diezelfde Karel van het Reve in een bundel uit 1979 genaamd Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes. Hij overpeinst daar bedroefd het bedenkelijk lage peil van de schrijfvaardigheid van zijn studenten. Hij wijt dit lage peil overigens aan hun docenten, die “op een Nederlandse volzin meestal geen vat hebben”.

Aan Tacitus kunnen we weer een nog ouder voorbeeld ontlenen. Met de elementaire grondslagen van het onderwijs wordt volgens hem de hand gelicht, met alle treurige gevolgen van dien. Aan het lezen van oudere schrijvers, aan ethiek, aan natuurwetenschappen en aan staatswetenschappen wordt onvoldoende aandacht besteed (Dialogus, 30). Ook hier geldt natuurlijk weer dat als het niveau van het onderwijs en van studenten echt al duizenden jaren naar beneden keldert, het een wonder mag heten als hedendaagse studenten er alleen al in slagen de weg te vinden naar de gebouwen waar college gegeven wordt. Dus ook op dat punt zal het wel meevallen.

Dit alles sluit overigens geenszins uit dat het met de huidige jeugd en het huidige onderwijspeil inderdaad droevig gesteld is.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: