‘De kloof’ tussen Raad en Regering

door GB op 04/08/2009

in Varia

Midden in de komkommertijd heeft de Raad van State een ‘Tweede periodieke beschouwing over interbestuurlijke verhoudingen in Nederland’ afgescheiden. Voor een deel is het een beleefde uitwisseling tussen bestuurders in een taal die alleen door bestuurskundigen kan worden gedecodeerd. Dat geldt al helemaal als de Raad een populistisch register opentrekt: ‘De Raad beveelt daarom aan om het basisprincipe voor de interbestuurlijke verhoudingen ‘ Decentraal wat kan, centraal wat moet’ te wijzigen in: ‘Decentraal moet, tenzij het alleen centraal kan.’ Inhoudelijk bedoelt de Raad daarmee een omkering van de bewijslast, waarbij telkens moet worden onderbouwd waarom iets gecentraliseerd wordt.

Het aardige is dat gaandeweg de fluwelen handschoenen toch een beetje uitgedaan worden, en het zelfs voor leken duidelijk is waar volgens de Raad de pijn zit:

De meeste ontwikkelingen in de interbestuurlijke verhoudingen gaan weliswaar in de juiste richting, maar bestaan nog te veel uit goede intenties en woorden en te weinig uit resultaten en daden. […] Het afsluiten van bestuursakkoorden, het opstellen van programma’s en het formuleren van kabinetsstandpunten alléén zijn niet voldoende. Het komt op de uitvoering aan. […] Gelijkwaardigheid van de decentrale overheden en respect voor hun autonome positie in ons staatsbestel zijn geen vanzelfsprekendheid en moeten vaak per onderwerp opnieuw worden bevochten.

De Raad van State beweegt zich echter ook op een principieel constitutioneel niveau, en daar zeggen ze behartenswaardige zaken. Ten aanzien van de vraag hoeveel ruimte een gemeente heeft om lokaal belasting te heffen (een ruimte die stelsmatig verkleind wordt) stelt de Raad dat die eigenlijk vergroot moet worden:

Maar evenzo belangrijk is volgens de Raad dat de burger het signaal krijgt, dat ook de lokale democratie geen wensendemocratie is. Geen cultuur van ’u roept, wij draaien’, maar vergroting van het besef dat realisering van wensen geld kost, wensen niet vrijblijvend zijn en moeten worden afgewogen tegen een verhoging van de provinciale en gemeentelijke belastingen of het verminderen dan wel schrappen van andere uitgaven. De keuzevrijheid die provincies en gemeenten hebben ten aanzien van de belastinginkomsten leidt tot verdieping van het provinciale en gemeentelijke debat en aldus tot een versterking van de lokale democratie.

En ten aanzien van steeds verfijnder toezicht:

Kunnen die situaties ook niet worden overgelaten aan het eigen horizontale verantwoordingsmechanisme, inclusief het toezicht van de decentrale rekenkamers, en het algemene verticale toezicht, bestaande uit schorsing en vernietiging van besluiten en het in de plaats treden in geval van taakverwaarlozing? Zou aldus ook niet meer recht worden gedaan aan de controlerende taak van gemeenteraden en provinciale staten en daarmee aan het dualisme?

Dit zijn naar mijn idee de kernpunten van een succesvolle decentralisatie, die ook de ‘democratie’ decentraliseert. Tocqueville beschreef daarvoor de onderliggende (en eigenlijk vanzelfsprekende) theorie: burgers raken meer betrokken bij een bestuur naarmate ze er meer van te vrezen en te verwachten hebben. Naarmate de gemeente minder belasting kan heffen en onder stevig toezicht staat hoeven burgers nergens bang voor te zijn, en verslapt de aandacht voor de lokale democratie.

Toch zitten er nog wel andere vragen aan vast: in hoeverre zijn verschillen tussen gemeenten acceptabel? En (gedeeltelijk in verband met het eerste): in hoeverre mogen gemeenten aan inkomenspolitiek doen? Je kunt namelijk een race to the bottom krijgen, omdat gemeenten niet zo heel groot zijn, en de burgers mobiel. Misschien schuilt dan juist in de wens tot belastingvrijheid en – verantwoordelijkheid een reden om meer te gaan herindelen. Ik weet niet helemaal of de Raad van State dat ook een goed idee vindt.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 WdH 04/08/2009 om 20:44

Zie ook het rapport De Eerste Overheid (2007) van de VNG-commissie Gemeentewet en Grondwet, geschreven onder voorzitterschap van Jozias van Aartsen.

Daarin wordt ook een lans gebroken voor meer autonomie en financiële armslag en keuzevrijheid voor gemeenten, ten koste van provincies en rijk.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: