De kracht van het First Amendment?

door Ingezonden op 16/03/2011

in Buitenland, Grondrechten, Rechtspraak

De bekendheid van de Amerikaanse Westboro Baptist Church is omgekeerd evenredig met het aantal aanhangers. De bekendheid vloeit in de eerste plaats voort uit de zeer controversiële standpunten die dit kerkgenootschap, dat voor een belangrijk deel bestaat uit leden van de familie Phelps, naar voren brengt: ‘Thank God for Dead Soldiers’; ‘Thank God for for 9/11’; ‘God hates fags’ mogen volstaan als voorbeelden. Al even belangrijk is de wijze waarop zij hun ideeën over Gods haat over de verloedering van de VS verkondigen. Dat doen ze onder meer steeds in de buurt van begrafenissen van in Irak omgekomen soldaten. Zo ook bij de begrafenis van soldaat Snyder.

De vader van deze soldaat laat het er niet bij zitten en begint een civiele procedure, die hij in eerste instantie wint. Een jury acht Phelps schuldig aan onder meer het bewust toebrengen van emotioneel leed en kent Snyder in totaal bijna $ 11 miljoen aan schadevergoeding toe. Echter, het Supreme Court bevestigt de uitspraak van het Court of Appeals dat de uitlatingen van Phelps beschermd worden door het First Amendment en deze ook in een civiele procedure niet beperkt mogen worden. Daaruit blijkt eens te meer dat bijvoorbeeld het kwetsend karakter geen grond kan zijn om bijdragen aan het publieke debat te verbieden, ook als die weinig verfijnd zijn. Het Supreme Court citeert hier uit de vlagverbrandingszaak Texas v. Johnsson (491 U.S. 397): ‘Indeed the point of all speech protection … is to shield just those choices of content that in someone’s eyes are misguided, or even hurtful’.

Men zou hier ook op andere, veel aangehaalde, passages uit Supreme Court uitspraken kunnen wijzen, bijvoorbeeld: ‘Under the First Amendment there is no such thing as a false idea. However pernicious an opinion may seem, we depend for its correction not on the conscience of judges and juries but on the competition of other ideas’ (Gertz v. Robert Welch, Inc., 418 US 323). Het Supreme Court neemt deze uitgangspunten serieus en daaruit vloeit een grote mate van bescherming voor sterk afwijkende opvattingen voort. Deze geldt bijvoorbeeld ook voor racistische uitlatingen: ‘the First Amend­ment does not guarantee that other concepts virtual­ly sacred to our Nation as a who­le – such as the princi­ple that discriminati­on on the basis of race is odious and destructive – will go unques­tioned in the market place of ideas’ (Texas v. Johnson, 491 U.S. 397). Het First Amendment staat evenmin veel beperkingen toe om reden dat gelovigen ernstig gekwetst worden (Cantwell v. Connecticut, 310 U.S. 296). Juist de strikte toepassing van dergelijke uitgangspunten onderscheidt de vrijheid van meningsuiting in de VS van die in de meeste andere landen.

Het recht op vrijheid van meningsuiting in Europa, als een dergelijke generalisering is toegestaan, laat veelal meer ruimte voor beperkingen. Zo is het propageren van rassendiscriminatie als misbruik van recht te kwalificeren (art. 17 EVRM) en in sommige landen mede op die grond verboden. In landen als Nederland, waar de Grondwet niet een misbruik van recht bepaling kent, stelt de strafwet hier overigens toch betrekkelijk duidelijke grenzen (art. 137d Sr). Het EHRM is ook coulanter bij het beoordelen van beperkingen gericht tegen het kwetsen van gelovigen. Het ziet in de vrijheid van godsdienst juist een grond om voor gelovigen kwetsende uitlatingen te beperken (o.a. EHRM 20 september 1994, Otto-Preminger-Institut v.Austria). Op dit gebied hebben de nationale autoriteiten overigens wel een relatief grote appreciatiemarge. Ook de actie van vader Snyder zal in veel landen in Europa waarschijnlijk niet op de vrijheid van meningsuiting af hoeven stuiten, hoewel hij weinig kans zou maken op het vermelde bedrag aan deels punitieve schadevergoeding.

Overigens is de bescherming van het First Amendment niet absoluut. Dat blijkt ook uit bepaalde overwegingen in dit arrest. In de eerste plaats wijst het Hof op de mogelijkheid van een inhoudsneutrale regeling die ‘actievoeren’ in de buurt van begraafplaatsen ten tijde van begrafenissen verbiedt. Dergelijke ‘time, place, manner restrictions’ worden aan een minder zware test onderworpen dan ‘content-based restrictions’. In de tweede plaats laat het Hof de mogelijkheid open dat de zaak anders beoordeeld zou zijn geworden indien vader Snyder de kerk waar de begrafenisdienst werd gehouden niet had kunnen binnengaan zonder direct geconfronteerd te zijn geworden met de kwetsende teksten. Dat was in casu echter niet het geval.

Aernout Nieuwenhuis

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Mihai Martoiu Ticu 16/03/2011 om 13:28

Ik dacht dat hate speech ook in de V.S. was verboden. UN Human Rights Committee kent ook zulke gevallen, zoals Faurisson v. France en Ross v. Canada. In Ross was er sprake van een docent, die buiten schooltijd antisemitische teksten verspreidde. De ouders van een joods meisje, dat niet leerling was van zijn school heeft een klacht ingediend en Ross kreeg een andere functie, als bibliothecaris. De man heeft het tot HRC gevochten en die heeft het bevestigd dat zijn rechten, zoals vrijheid van religie en van meningsuiting beperkt kunnen worden om “rights or reputations” van anderen te kunnen beschermen: “the removal of the author from a teaching position can be considered a restriction necessary to protect the right and freedom of Jewish children to have a school system free from bias, prejudice and intolerance.”

Als we terug komen bij je blog over Wilders, mocht Nederland geen rechtszaak tegen hem beginnen en mocht een moslim aantonen dat zijn uitspraken nadelige gevolgen voor zijn leven hebben, bijvoorbeeld dat hij niet aangenomen zou worden bij sollicitaties, zou men misschien ook zo’n klacht bij HRC kunnen winnen.

2 Mihai Martoiu Ticu 16/03/2011 om 18:05

Ook een leuk stuk over vrijheid van meningsuiting op volokh. Een verpleegster is veroordeeld voor het aanmoedigen van mensen om zelfmoord te plegen via sociale media.

http://volokh.com/2011/03/16/freedom-of-speech-no-defense-for-urging-a-particular-person-to-commit-suicide

3 Joke Mizée 17/03/2011 om 00:23

Bas van Stokkom c.s. hebben in hun rapport* over godslastering en haatzaaien een hoofdstuk gewijd aan de situatie in de VS (en ook de UK). Volgens hen lopen de volgende uitingen kans van bescherming door het First Amendment uitgesloten te worden: “bedreigingen, intimidatie, fighting words, laster, obsceniteit, kinderporno, en uitingen die oproepen tot imminent lawless actions. Maar al deze uitingen moeten wel op een specifieke persoon zijn gericht. Uitlatingen waarin haat jegens andere groepen wordt uitgedrukt, krijgen vrij baan, zelfs indien individuele leden van die groepen daardoor risico lopen.” (p. 161) Ook ‘uitingen die geen enkele bijdrage aan het publieke debat kunnen hebben’ is een criterium. Maar de nadruk ligt niet op ‘hate speech’ maar ‘hate crime’: het begrip ‘fighting words’ (p. 173 e.v.) lijkt zo uitgelegd te worden dat je iemand niet op obscene wijze de huid vol mag schelden (want dan maak je ‘m agressief) maar wèl als het racistisch is (want dat is een opvatting). Datzelfde begrip schijnt ook een rol te spelen bij de vraag of kruisverbrandingen in iemands achtertuin wel of niet onder hate crime vallen. In 2003 erkende het hooggerechtshof dat dat toch best wel intimiderend kon zijn.
* http://www.wodc.nl/images/ob248_volledige_tekst_tcm44-59920.pdf

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: