De laatste perverse prikkel in de strafrechtspraak

door IvorenToga op 11/06/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De laatste perverse prikkel in de strafrechtspraak

Wie mijn columns leest, weet ondertussen dat ik niet veel pervers zie in financiële prikkels. Aan het werk van rechters zijn weliswaar prijskaartjes verbonden, maar die zijn er in mijn optiek vooral om de beperkte middelen te verdelen. Hoe rechters hun werk doen is niet afhankelijk van het prijskaartje, maar slechts van het recht. Dat recht kan zo worden uitgelegd dat die alle betrokkenen dwingt tot medewerking aan een spoedige berechting, dat de organisatie van de strafrechtspleging een belang is dat verdedigingsrechten kan inperken en dat de verdedigingsrechten in zekere zin gelijk lopen met de ernst van de zaak en de belangen die op het spel staan. Een dergelijke rechtsopvatting maakt de behandeling van (sommige) zaken goedkoper.

Het boeiende en spannende aan het recht is dat rechtsopvattingen kunnen verschillen en dat er ook duurdere rechtsopvattingen bestaan. Uiteindelijk bepaalt echter niet het prijskaartje, maar de rechter gehoord de verdediging en het openbaar ministerie het recht. Omdat de wetgever en de Hoge Raad niet concreter (kunnen) zijn over de (uitkomst van de) door de rechter te maken belangenafweging, hebben goedkopere en duurdere rechtsopvattingen evenveel recht van spreken. Met een wakend oog van de verdediging en het openbaar ministerie en een tweede toets door andere feitenrechters, is het niet reëel te stellen dat het prijskaartje en niet de bij feitenrechters levende opvattingen de stand van het recht bepalen. Natuurlijk hangt veel af van de wijze waarop de zaken verdeeld worden en welke rechter welke zaken krijgt, maar dat neemt niet weg dat het uiteindelijk de feitenrechter is die de richting bepaalt en daarmee ook de kosten. Voor managers binnen de rechtspraak is dit een lastige aangelegenheid. Hun greep beperkt zich tot de verdeling van zaken, daarna moeten ze afwachten of hun rechters een betaalbaar gerecht mogelijk maken. In juridisch opzicht is het echter een zegen dat het managers in dit opzicht niet makkelijk wordt gemaakt.

Een van de weinig aangelegenheden waarop het managers wel eenvoudig lukt om financieel maximaal te scoren is het aantal meervoudige behandelingen. Een zoekopdracht op rechtspraak.nl naar zaken met een bekennende verdachte en een straf die niet uitstijgt boven 12 maanden gevangenisstraf leert namelijk dat dergelijke zaken niet zelden meervoudig behandeld worden. Dit terwijl deze zaken zonder meer lijken te voldoen aan de criteria voor behandeling door de politierechter: ze zijn eenvoudig van aard en de straf is beperkt. De reden dat deze zaken toch door de meervoudige kamer worden behandeld is bekend. Een meervoudige behandeling levert meer geld op en de Raad voor de Rechtspraak schrijft vanuit kwaliteitsdoeleinden een bepaalde verhouding tussen meervoudige en enkelvoudige behandeling voor.

Hebben we hier dan toch van doen met een perverse prikkel? Vanuit juridisch perspectief bevreemdt het namelijk dat er zoveel zaken door de meervoudige kamer behandeld worden die ook voor behandeling door de politierechter in aanmerking komen. De wet bepaalt immers dat de meervoudige kamer een zaak kan verwijzen naar de politierechter. Die beslissing is dus niet des manager, maar des rechter. Die rechter lijkt echter maar weinig genegen te zijn de manager op dit punt te passeren.

Nu begrijp ik ook wel dat het niet voor de hand ligt om een zaak ambtshalve naar de politierechter te verwijzen wanneer deze bij de meervoudige kamer is aangebracht. Toch kan een dergelijke verwijzing in belang zijn van de verdachte. Een strafblad is nooit mooi, maar een veroordeling door de politierechter staat er toch minder slecht op dan een veroordeling door de meervoudige kamer. Bovendien is met de verwijzing naar de politierechter voor de verdachte meteen duidelijk waarop de officier van justitie koerst, namelijk geen straf die boven 12 maanden gevangenisstraf uitstijgt. Daarbij is de kans groter dat er direct uitspraak wordt gedaan. Allemaal zaken die zeker voor een bekennende verdachte de moeite waard zijn.

Logistieke redenen kunnen in ieder geval niet worden ingeroepen om van verwijzing af te zien. Volgens de wet kan de zaak op dezelfde dag en zelfs direct worden voortgezet door een van de drie rechters uit de meervoudige kamer die dan als politierechter optreedt. De behandeling van de zaak hoeft dan zelfs niet opnieuw te worden aangevangen. De beslissingen van de meervoudige kamer kunnen in stand blijven en de politierechter kan tevens recht doen op het onderzoek door die meervoudige kamer. Bijkomend voordeel is dat de twee andere rechters een kop koffie kunnen drinken en even ander werk kunnen doen.

Ik moet dus nog maar zien of er gronden zijn een verwijzingsverzoek bij bekennende verdachte af te wijzen. In het verleden is in ieder geval wel eens op voornoemde gronden tot een dergelijke omgekeerde verwijzing bevolen. Als advocaat wist ik het in ieder geval wel, zij het dat advocaten ook een lagere vergoeding toekomt bij behandeling door de politierechter. Iedereen zal het echter met mij eens zijn dat de stand van het recht niet door het prijskaartje zou moeten worden bepaald. Kortom: advocaten, help de strafrechtspraak van de laatste perverse prikkel af!

Rick Robroek
Stafjurist gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 21/06/2013 om 17:14

Het artikel wekt de schijn dat de auteur méér bezuinigingen op de strafrechtspraak bepleit evenwel het gebruik van de woorden “bezuinigen” en “bezuinigingen” vermijdt.

De (bezuinigings-) aap komt half zichtbaar uit mouw indien de auteur schrijft dat “er ook duurdere rechtsopvattingen bestaan”
Deze aap komt stilaan meer in het zicht wanneer de auteur schrijft dat een zaak die “bij de meervoudige kamer is aangebracht” doorverwezen kan worden naar de (goedkopere) politierechter.
Het is m.i. plausibel dat ook deze bezuinigingsmanoevre ten koste gaat van de (rechtsbescherming) van desbetreffende burger(s).

De auteur besluit zijn pleidooi om méér te bezuinigingen op de strafrechtspraak met de woorden: “Kortom: advocaten, help de strafrechtspraak van de laatste perverse prikkel af!” nadat hij nèt tevoren “de perverse prikkel” nèt niet benoemde: “….. dat advocaten ook een lagere vergoeding toekomt bij behandeling door de politierechter.” Heel slim gebracht!

M.i. wordt te vaak bewaarheid dat “goedkoop” voor de Staat “duurkoop” voor burgers wordt; en dat is geen goede democratische zaak.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: