De onafhankelijke rechter en Oud & Nieuw

door IvorenToga op 14/01/2014

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De onafhankelijke rechter en Oud & Nieuw

Zo’n twaalf jaar geleden werd de Nederlandse Raad voor de rechtspraak in het leven geroepen. Een belangrijk doel was het versterken van de onafhankelijke positie van onze rechters tegenover de uitvoerende macht. Het handhaven van die onafhankelijkheid is geen gemakkelijke taak. Met het inrichten van een nieuw orgaan ben je er nog lang niet. Je zult het in de praktijk moeten waarmaken. Dat gaat weleens mis, zoals recent in het kader van het zogenaamde Oud & Nieuw supersnelrecht.

Met de Raad voor de rechtspraak, die voor de helft uit rechters bestaat, schiep de wetgever een buffer tussen het ministerie en de rechters. De Raad is verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de verdeling van middelen en de benoeming van bestuursleden, kortom allerlei activiteiten en beslissingen die voorheen tot de competentie van het ministerie van Justitie behoorden en waarmee direct of indirect invloed op de rechters kon worden uitgeoefend.
Nederland liep met het oprichten van een Raad voor de rechtspraak allerminst voorop. Met name in Zuid-Europese landen bestaan dergelijke organen al veel langer, soms zelfs sinds het begin van de 20e eeuw. Er is echter wel een verschil. Diverse van die oudere collega-instellingen gaan niet alleen over rechters, maar tevens over officieren van justitie. Zij bestaan daarom uit een mix van beide groeperingen.

Terecht heeft ons land ervoor gekozen de zittende en de staande magistratuur in de Raad voor de rechtspraak gescheiden te houden. Is het geven van algemene instructies door de minister van Justitie ten aanzien van rechters uit den boze, met betrekking tot officieren van justitie kan het als instrument van overheidsbeleid als een logisch gevolg van de plaats van het OM worden beschouwd. Rechters hebben zich uitsluitend aan de door de wetgever in het leven geroepen regelgeving te houden. Zij zijn, als we het alleen over het strafrecht hebben, binnen die grenzen vrij te beslissen of iemand die de officier van justitie aan hen presenteert, moet worden gestraft en, zo ja, welke sanctie moet worden opgelegd.
Die vrijheid is, zoals elke vrijheid, niet absoluut. Zo moet willekeur worden voorkomen en ernaar worden gestreefd dat gelijke monniken zoveel mogelijk met gelijke kappen worden bekleed. Voor dit laatste hebben de rechters zgn. oriëntatiepunten ontwikkeld. Dat wil zeggen dat voor veel voorkomende delicten met meer of minder grote nuances strafmodaliteiten op een rijtje zijn gezet waaraan rechters zich in vergelijkbare gevallen kunnen spiegelen.
De gedachte hierachter is dat een rechter weet welke straffen zijn collega’s door de bank genomen opleggen. De oriëntatiepunten binden de rechter niet, maar leggen op hem wel enige druk uit te leggen waarom hij ervan afwijkt, als hij dat doet. (En de oriëntatiepunten zijn openbaar.)

Oriëntatiepunten moeten niet met richtlijnen worden verward. Richtlijnen zijn doorgaans wel bindend en dat is waarmee officieren van justitie te maken hebben. Ook het OM kent dus voor veel delicten lijstjes (die lang niet altijd met de oriëntatiepunten sporen). Officieren van justitie doen daarop bij het formuleren van een strafeis vaak een beroep. Aandacht wordt daaraan vooral besteed, als het OM beleid wil uitdragen. Zo was dat onlangs weer eens het geval in het kader van Oud & Nieuw.
De viering van Oud & Nieuw gaat vrijwel elk jaar met hinderlijk gedrag van feestgangers gepaard. De politie en de hulpdiensten hebben daaraan handen vol werk en moeten overuren maken. Om het hinderlijke karakter te benadrukken roepen politie en OM daarom steeds meer om strenge maatregelen, ook dit jaar weer. Zo wordt van rechters gevraagd (geëist) dat zij O&N-delicten aanzienlijk zwaarder bestraffen dan gelijke vergrijpen bij andere gelegenheden. Officieren van justitie krijgen daarvoor speciale lijstjes mee.

Het is uiteindelijk echter de rechter die beslist of de hogere strafeisen moeten worden gehonoreerd. Hij kan voor dit soort gelegenheden niet op oriëntatiepunten terugvallen. Het bestuur van het onder de Raad voor de rechtspraak vigerende LOVS, het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (bestaande uit de voorzitters van de afdelingen publiekrecht), dacht hiervoor kennelijk een oplossing te vinden door kort voor Oud & Nieuw een overzicht van rechterlijke uitspraken rond te sturen ten behoeve van de rechters die over dit soort zaken moesten oordelen. Het was een selectie van uitspraken van gerechtshoven waarin Oud & Nieuw telkens als een bijzonder evenement werd aangemerkt dat hoger straffen rechtvaardigde.
Dit was een misstap van het LOVS. Oriëntatiepunten komen na overleg en terugkoppeling met rechters tot stand. Daarmee is onverenigbaar, als een orgaan van de Raad voor de rechtspraak in de hype van Oud & Nieuw met een eigen selectief lijstje komt. Zo gaat dit orgaan, dat bovendien uit managers bestaat, naast het OM op de bank zitten en geeft het geen blijk van de zo zorgvuldig gekoesterde onafhankelijkheid die de zittende magistratuur ten opzichte van het OM hoort in te nemen.
Een faux pas was ook de opmerking van de voorzitter van de Raad op Oudejaarsdag, althans zoals geciteerd in NRC Handelsblad van die dag, dat “rechters het geweld dat sterk samenhangt met Oud en Nieuw en bijvoorbeeld gericht is tegen hulpverleners, naar verwachting zwaar [zullen] bestraffen”. Ten eerste gaan de Raad en zijn voorzitter niet over rechterlijke uitspraken en tweede kan zo’n uitlating druk op de betrokken rechters leggen en verwachtingen wekken die mogelijk niet worden bewaarheid.

Ik hoop dat alle rechters die O&N-delicten hebben beoordeeld, dit met een onafhankelijke blik hebben gedaan en zich niet door het LOVS-overzicht of de uitlating van de voorzitter van de Raad hebben laten leiden.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter Rechtbank Amsterdam

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 6 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 14/01/2014 om 22:24

Dit argument volg ik niet: Waarom is het bezwaarlijk als rechters een stapeltje jurisprudentie in de bus krijgen? Dat lijkt me alleen maar positief. En als dat stapeltje geen goede doorsnee van het geheel is, lijkt het me op de weg van de advocaat van verdachte liggen om er nog een stapeltje naast te leggen.

2 lyngbakken 16/01/2014 om 07:36

Ik begrijp dit niet van een rechter.
Rechters willen toch zo goed en volledig mogelijk geïnformeerd zijn en zo goed mogelijk luisteren voordat ze een beslissing nemen? Daar past toch juist bij dat je alle informatie en visies tot je neemt, weegt en dan beslist?
En waarom is een rechter niet onafhankelijk als hij er zelf voor kiest dat LOVS-overzicht leidend te laten zijn? Dat is toch juist een teken van onafhankelijkheid?
Er kan dan natuurlijk wel een probleem ontstaan: een verschil in uitkomst tussen verschillende rechters. Dat lijkt ook mij niet wenselijk. Daarvoor kan een jurisprudentie-overzicht helpen, maar dat is nu net wat het LOVS verzond. Juist prima dan, zou ik zeggen.
Of is het probleem van Korthals Altes dat dat overzicht te selectief/niet representatief was samengesteld?
Dan is de kritiek inhoudelijk, in plaats van formeel, zoals nu opgeschreven, en ben ik benieuwd naar de inhoudelijke kritiek op de samenstelling.
Uit de krant begreep ik overigens dat alleen in Amsterdam niet extra zwaar is gestraft met oud en nieuw. Is het misschien zo dat Amsterdam afwijkt van het hele land? Daar hoeft op zich niks mis mee te zijn, maar dan zie ik voor een dergelijke afwijking wel graag inhoudelijke argumenten. En die ben ik (ook) in de krant in ieder geval niet tegengekomen.
Is sprake van Amsterdamse bluf: vaak (maar niet altijd) leuk en verfrissend, en niet altijd even gedegen?

3 M.J. Hoogendoorn 16/01/2014 om 10:32

@Lyngbakken
Ik vind de grief vrij duidelijk. Kern van het proces is dat twee partijen gekleurde verhalen komen houden, daarbij gekleurde informatie aanleveren en dat de rechter op basis van een eigen onderzoek tot een oordeel komt. Dan moet die rechter natuurlijk niet al van zijn ‘baas’ gekleurde informatie hebben gekregen.

@Martin Holterman
Hoe moet de advocaat weten dat de rechter al een stapeltje gekleurde informatie heeft gekregen? Is het niet de taak van het OM om die aan te leveren en is het niet de taak van de Raad voor rechtspraak om daarin neutraal te blijven?

4 lyngbakken 16/01/2014 om 21:02

Volgens mij is alle informatie gekleurd. Maar wellicht heb jij een probleem met de kleur waar het hier om gaat? Wat dan? Het gaat toch gewoon om jurisprudentie?
En wat is een baas tussen aanhalingstekens? Het suggereert van alles, maar zegt niks.

Ten slotte: wat belet de rechter om de verkregen rechtspraak op zitting ook gewoon ter sprake te brengen? Dat lijkt me overigens hoe dan ook een goed idee als die rechtspraak relevant is. Dan kan er ook op worden gereageerd. Van dom houden wordt immers niemand wijzer.
En als´ie niet relevant is zie ik al helemaal niet wat het probleem is.

5 M.J. Hoogendoorn 21/01/2014 om 13:22

Het moge wellicht zo zijn dat alles maar een mening is, maar in een procedure wordt juist geprobeerd dat niet zo te laten zijn. Ik denk dat je bij een proces niet kan stellen dat alle informatie, waar die ook vandaan komt, mooi meegenomen is. Wat belet anders allerhande pressiegroepen om de rechter vast te bestoken met gekleurde informatie? Of wil je zeggen dat alleen gekleurde informatie die van de Raad komt bona fide is?

Voor wat betreft je suggestie om het pakketje op zitting ter sprake te brengen: Ik denk dat niet iedere verdachte zijn proces als eerlijk zal ervaren als de rechter het standpunt van het OM zelf alvast onderbouwd blijkt te hebben en je aanbiedt daarop ad hoc te reageren. Onderbouwing van het standpunt van het OM lijkt mij de taak van het OM.

Met baas tussen aanhalingstekens bedoel ik overigens dat de raad voor rechtspraak in organisatorisch opzicht de baas zonder aanhalingstekens van de rechters is, maar dat de raad geen instructiebevoegdheid bezit ten aanzien van individuele zaken, zoals een baas zou hebben. Als de Raad toch probeert richting te geven aan de uitkomst van individuele zaken te geven treedt zij echter in dat opzicht wel op als baas.

6 lyngbakken 23/01/2014 om 22:15

Inderdaad is niet alle informatie mooi meegenomen. De informatie moet voor de zaak relevant zijn. Jurisprudentie in vergelijkbare zaken lijkt mij dat per definitie te zijn; informatie van pressiegroepen is dat niet per definitie. Zij zijn bovendien (behalve wanneer zij meedoen in een concrete procedure) geen actor in het strafproces.

Het lijkt ook mij niet direct zinvol om een reactie op jurisprudentie te vragen aan de verdachte, maar wel aan de advocaat. Daarmee kan dan het debat plaatsvinden waar het allereerst thuishoort, in de rechtszaal.

Ten slotte: in de blog staat dat het jurisprudentieovericht werd verzonden door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, dat ¨vigeert¨ onder de Raad voor de rechtspraak (aanhalingstekens van mij, L).
Ik begrijp niet wat dat ertoe doet. Wordt gevreesd voor inmenging door de Raad voor de rechtspraak in het werk van de rechter? Maar waarom als het gaat om jurisprudentie? Is dat dan niet net een heel slecht voorbeeld?
Door de blog krijg ik nu vooral een beeld van rechters met nogal lange tenen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: