De onderkant van de achterstand

door IvorenToga op 15/10/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De onderkant van de achterstand

Volgens de door mij veelvuldig aangehaalde publicatie “Criminaliteit en Rechtshandhaving 2011”, heeft de rechter in de periode 2005-2011, in 7 jaar tijd dus, ruim 855.000 misdrijfzaken afgedaan. In diezelfde jaren heeft het OM echter iets meer dan 1.035.000 dagvaardingen uitgebracht. Een verschil van 180.000.

In 2011 bedroeg de rechterlijke productie iets meer dan 100.000 zaken en als we die als maatstaf nemen voor een noodzakelijke werkvoorraad, is er derhalve een achterstand ontstaan van ongeveer 80.000 zaken. Trek daar het mogelijk gevoegd behandelen van dagvaardingen vanaf en er blijven zo’n 75.000 zaken over, oftewel 9 maanden extra werkvoorraad over. Dat is zorgelijk, want het gebrek aan snelheid van de afdoening van misdrijven is nu net één van de punten waaraan de burger en trouwens ook de politiek, zich het meeste ergeren. Een vriend van mij die bij een uitgeverij werkte placht tegen zijn medewerkers te zeggen dat een te laat verschenen boek per definitie geen goed boek kon zijn en dat geldt naar mijn mening ook voor rechterlijke vonnissen. Slachtoffers vragen zich af wat er met hun zaak is gebeurd, door het uitbrengen van de dagvaarding zijn verwachtingen gewekt en verdachten wachten langer dan gewenst op duidelijkheid.

Wat kan er gedaan worden om dit probleem, dat nog komt bovenop de door veel rechters toch reeds als zwaar ervaren werklast, op te lossen? Die zaken zomaar laten verjaren kan natuurlijk niet. Het antwoord op die vraag is niet zo eenvoudig te geven, omdat er, althans bij mij, geen gegevens beschikbaar zijn over het type zaken waarover het gaat. Zijn het vooral kleine zaken die onwillekeurig zijn blijven liggen, of gaat het juist om zware zaken, voor de afdoening waarvan, onvoldoende zittingscapaciteit voorhanden was? En is de achterstand verdeeld over het hele land, of hoopt ze zich op bij bepaalde rechtbanken?

Laten we eens aannemen dat het om een pakket aan zaken gaat dat net zo is samengesteld, als het pakket dat de rechter wel heeft afgedaan. De samenstelling daarvan is door de jaren heen tamelijk stabiel en in eerdere columns heb ik laten zien dat er heel wat kleinere, relatief eenvoudige zaken in zitten. Zo kwamen in 2011 ruim 32.000 van alle afdoeningen, dat is 31%, voor rekening van slechts 5 misdrijven, te weten: eenvoudige diefstal, vernieling en beschadiging, bedreiging, rijden onder invloed (zonder slachtoffers) en rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid. Niet bepaal de top van de criminele ladder.
Ook als we kijken naar de hoogte van de opgelegde straffen in het pakket aan afgedane zaken, kunnen we niet anders dan concluderen dat er veel kleine zaken worden afgedaan.
Van de opgelegde geldboetes is in 2011 ruim 40% onder de 300 euro, dat is nog ruim onder de grens van wat, in de Wet Mulder, als administratieve boete mag worden opgelegd. In totaal gaat het hierbij om 9000 gevallen.
Van de opgelegde taakstraffen, voorwaardelijk en onvoorwaardelijk, is ruim tweederde onder de 60 uur en dan hebben we het over ruim 23.000 gevallen. Samen derhalve ook ongeveer 32.000 zaken. Als we de gevangenisstraffen onder een maand daar nog bijtellen komen we zelfs op bijna 40.000 zaken.

Al die zaken met relatief eenvoudige delicten, een navenante bewijslast en zeer bescheiden sancties worden, in principe door dezelfde rechters afgedaan als degene die zich bezighouden met de executies in de Amsterdamse onderwereld, de grote fraudezaken of de internationale drugshandel. Naar mijn mening is dat een vorm van verspilling en leidt het bij veel rechters ook tot ongenoegen waar het gaat om de professionele uitdaging. Zoals gezegd is het bewijs doorgaans eenvoudig te leveren, kan de strafmaat conform de geldende uitgangspunten worden berekend en staat er voor de verdachten relatief weinig op het spel.
Ik zou menen dat deze omstandigheden een goede aanleiding vormen om bij deze onderkant van de achterstand (toch) eens te experimenteren met het idee van de z.g. junior rechter, wat mij betreft ervaren gerechtssecretarissen, die als zodanig worden benoemd. Zij zien waarschijnlijk wel intellectueel brood in dit soort zaken, ze krijgen een mooie kans om het vak te leren en, de beteren, kunnen wellicht op termijn doorstromen naar een rechterlijke functie. De rechters die daar nu al zitten, kunnen zich dan gaan bezighouden met “het grotere werk”, hoewel ook in het resterende segment van zaken, nog veel relatief “klein grut” zal blijven zijn te vinden.

Als de onderkant van de achterstand niet zal blijken te bestaan en het alleen de grotere zaken zijn die blijven liggen, is er sprake van een heel ander probleem. Maar ook dan kan de junior rechter direct aan de slag, nl. met de “nieuwe” instroom van kleine zaken, zodat er bij de bestaande capaciteit ruimte vrij komt om de achterstand weg te werken.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Deze post is onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: