De onoplosbare samenhang van straf en zorg

door IvorenToga op 07/05/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De onoplosbare samenhang van straf en zorg

Enkele maanden geleden hield ik een lezing over verslaving en de TBS, waarin ik verdedigde dat het juridische perspectief van de vrije wil groter is dan gedragskundigen en andere omstanders aannemen. In het bijzonder heb ik bepleit dat louter een verslaving geen zelfstandige stoornis oplevert op grond waarvan de verslaafde voor vele jaren in het forensische circuit van de TBS hoort te bivakkeren. Ik trok de consequentie uit mijn betoog dat deze categorie verdachten in aanmerking komen voor de celstraf, in welk kader men ook geestelijke zorg kan krijgen. Na ommekomst van de vrijheidsstraf kan de nog steeds verslaafde veroordeelde aankloppen bij de geestelijke gezondheidszorg en als ook deze opvang geen baat biedt, kan het straatbeeld helaas meer zwervers herbergen. Deze aanblik dient deernis en meedogen op te leveren, maar met een teruglopend overheidsbudget zullen we zwervers soms aan hun lot en aan de terugkerende gevangenis moeten overlaten. Ondanks wat de honderden (anonieme) reacties veronderstelde, heb ik deze aanblik nimmer toegejuicht. Mensen zien afglijden naar het afvalputje van de samenleving is intens verdrietig als we ons de blik van de ouders voorstellen: niemand wenst dit zijn kind of medemens toe. De overheid kan dit echter niet altijd oplossen. Daarom parafraseerde ik de moderne uitdrukking “mensen in hun eigen kracht zetten”, soms moeten we de (verslaafde) medemens overlaten aan hun eigen kracht, ook als dit onmacht inhoudt om het eigen verbrokkelde leven te helen.
Waar het juridische en het forensische schuldbegrip meer verschillen dan wordt aangenomen (zie Stoornis en straf 2004), kan er mogelijk wel meer samengewerkt worden tussen het strafrecht en de geestelijke gezondheidszorg in de executieve sfeer. Op die vloeiender overgang is ook de wetgeving Forensische zorg toegesneden (zie Samenwerken in de forensische zorg 2011).

Laten we de gevolgen van de vorige samenvatting kort nader bezien. Staatssecretaris Martin van Rijn informeerde op 25 april 2013 de Tweede Kamer over een hervorming van de langdurige ondersteuning en zorg. De hervormingen zijn nodig omdat de eisen die aan de organisatie van de langdurige zorg zijn gesteld, veranderen. Mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en niet eenzaam zijn. In de visie van de staatssecretaris zal er vaker een beroep dienen te worden gedaan op het eigen sociale netwerk van mensen. De intramurale-GGZ moet mede onder invloed van de bezuinigingen een derde van zijn capaciteit in 2021 hebben ingeleverd. Dit betekent dat veel gekneusde medeburgers in beginsel op straat komen te staan als ook de familie en andere intimi geen opvang kunnen bieden. Waar ik hierboven het probleem heb verschoven van de forensische zorg naar de GGZ verplaatst de beleidsmaker het probleem naar de gemeente. Gemeenten worden immers in de plannen van de staatssecretaris in 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen met psychiatrische problemen, waarbij niet behandeling, maar op participatie gerichte ondersteuning vanuit een beschermende woonomgeving centraal staat. Ook het bieden van een beschermende woonomgeving aan deze doelgroep wordt een taak van gemeenten.
Gemeenten hebben echter ook een veiligheidstaak en willen overlast te vermijden. Dit overheidsdoel leidt tot grote druk op de wijken met veel sociale woningbouw, zoals de Utrechtse wijk Overvecht. Binnen die wijken kan dit vermoedelijk sociale spanningen geven, met een grotere toeloop naar politie, wijkzorg en andere instellingen. Als verslaafden niet te handhaven zijn, maar louter overlast en geen strafbare feiten plegen, wacht het zwervende bestaan. Ook hier wordt zichtbaar dat de verzorgingsmaatschappij gestaag evolueert richting een participatiemaatschappij. Als de verslaafde mens er niet in slaagt om op een aanvaardbare wijze te participeren zal in het komende tijdvak de zorg voor hem onmiskenbaar afnemen. Die brede maatschappelijke ontwikkeling is een gegeven. (Zie voor recente bronnen: hervorming langdurige ondersteuning en zorg : http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws/documenten-en publicaties/publicaties/2013/04/25/hervorming-van-de-langdurige-ondersteuning-en-zorg.html.

De laatste jaren leggen strafrechters op zeer pleitbare gronden steeds minder TBS op. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor belendende organisaties zoals de GGZ, gemeenten en uiteindelijk medeburgers in de straat. De een zal zeggen dat problemen over de schutting worden gegooid. Een ander zal pleiten voor een coördinator die in overleg treedt met alle betrokken organisaties en instellingen om uitval in de samenleving te keren en te zorgen dat zorg terecht komt waar deze nodig is. De eerste uitlating komt uit de onderbuik en helpt niet echt. De tweede uitlating is van een beleidsmaker die gelooft in de supervisie van een supercoördinator die niet veel klaarspeelt omdat het meestal protocollaire gedrochten oplevert die bovendien weinig greep zal bieden op de onafhankelijke rechter. De ruimte ontbeert voor een verdere uitbouw, maar ik wijs naar soortgelijke ontwikkelingen en problemen bij Bureau Jeugdzorg die eveneens als overkoepelende instantie heeft te dienen. Het levert evenmin veel op als de rechter als executierechter zou optreden die de verschillende schakels verbindt, omdat veel maatschappelijke ellende en overlast niet bij de rechter hoort te komen en hij ook te weinig zicht heeft op de uitvoeringspraktijk. Bovendien zou een te grote ruimte voor de strafrechter te grote risico’s opleveren omdat bij een rechter die hoofdzakelijk in bestwil criteria denkt te weinig sprake is van juridische toetsingskaders.

Alles hangt met alles samen. Het is al winst als elke betrokkene zich bewust is van de gevolgen van zijn keuzen en hij die gevolgen voor lief neemt. Dit levert een bedachtzamere keuze op die misschien positiever kleurt als we niet het probleem van de verslaafde en zijn overlast centraal stellen maar het perspectief van de geringe maakbaarheid van mens en maatschappij. Ik pleit voor bijstelling van onze pretenties om de wereld naar onze hand te kunnen zetten, waar aanvaarding van het menselijk verval uit voortvloeit. Die aanvaarding houdt ook een zeker respect in voor de keuze van elke mens om zijn leven niet te reorganiseren nadat er een klein leger aan professionals zorg en bemoeienis heeft getoond.

Nog een laatste kanttekening. In eerdergenoemde lezing sprak ik over falende zorg voor verslaafden. Dat heb ik verkeerd geformuleerd. De inzet van strafrechter, GGZ, GGD-en en gemeenten zijn goed bedoeld en vaak blijk gevend van een grote maatschappelijke betrokkenheid. Recidive door verslaafden illustreert nog niet dat de hulpverleners verkeerde of onvoldoende zorg hebben geboden. Zouden we niet beter uit de buurt van dit soort emotionele afwegingen kunnen blijven, maar liever opteren voor een zakelijke afweging over schaarser wordende overheidsmiddelen, waarbij we recht doen aan demografische veranderingen, veranderde maatschappijmodellen en uiteraard, zoals altijd, de beperktere overheidsmiddelen? We lopen tegen de muur van onze maatschappelijke verandermogelijkheden op. In plaats van moedeloosheid kunnen we ook opluchting voelen vanwege de geringere pretentie en claim om mens en wereld te redden. Het inleveren van die lichtzinnige pretentie, het aanvaarden van menselijk onvermogen van helper en verslaafde, kan leiden tot minder boosheid om bezuinigingen, minder droefheid om ons eigen vermeende falen en tot meer aanvaarding van de realiteit.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 CR 08/05/2013 om 09:34

En dan zie je daar zo’n zwerver op straat liggen terwijl het zachtjes regent, en dan denk je vol trots: die hebben we toch maar mooi in zijn kracht gezet.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: