De senator en het geld

door GB op 25/01/2011

in Bestuursrecht, Haagse vierkante kilometer

Post image for De senator en het geld

Onlangs publiceerde minister Donner van Binnenlandse Zaken weer het jaarlijkse overzicht van de subsidies die op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen aan de in het parlement vertegenwoordigde partijen zijn verstrekt. Dankzij dit overzicht weten we dat in 2009 een bedrag van € 375.589 naar de Onafhankelijke Senaatsfractie is gegaan. De Onafhankelijke Senaatsfractie? Voor wie nog nooit van deze partij heeft gehoord: de OSF is een samenwerkingsverband van 16 provinciale politieke partijen (waaronder bijvoorbeeld de Fryske Nasjonale Partij) die gezamenlijk een kandidatenlijst voor de Eerste Kamer indienen. Al vele jaren mag de partij één afgevaardigde naar de Senaat sturen. Meestal speelt deze een tamelijk marginale rol, maar met het huidige kabinet kan dat anders zijn. Rutte I beschikt immers niet over een meerderheid in de Eerste Kamer, en zelfs met structurele steun van de immer gouvernementele SGP komt het kabinet slechts op 37 van de 75 zetels. Op de eenmansfractie van de Partij voor de Dieren of op de fractie-Yildirim hoeft het kabinet niet te rekenen. Veel te links. De nabij het politieke midden opererende senator Henk ten Hoeve van de OSF zou daarom wel eens een sleutelrol kunnen gaan spelen, zo verkondigden enkele media al deze zomer.

Tot zover de senator, nu het geld. Volgens artikel 2 van de Wet subsidiëring politieke partijen verstrekt de minister subsidie aan ‘een politieke partij die aan de laatst gehouden verkiezingen voor de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft deelgenomen met haar aanduiding boven de kandidatenlijst en aan de lijst waarvan daarbij een of meer zetels zijn toegekend’. Het begrip politieke partij wordt in artikel 1 sub b gedefinieerd als ‘een vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer’. Heeft de OSF haar aanduiding laten registreren voor de Tweede Kamerverkiezingen? Als we afgaan op de registers van de Kiesraad is dat niet het geval. De partij is alleen geregistreerd met het oog op de Eerste Kamerverkiezingen. Als je jezelf Onafhankelijke Senaatsfractie noemt is dat ook wel logisch. Dit heeft echter wel tot gevolg dat bij de OSF geen sprake is van een politieke partij in de zin van de Wet subsidiëring politieke partijen, en de partij dus volgens de letter van de wet geen recht heeft op subsidie.

Kan de partij dan misschien gered worden door de ‘bedoeling van de wetgever’? De Wet subsidiëring politieke partijen beoogt immers evident ook partijen die alleen in de Eerste Kamer vertegenwoordigd zijn voor subsidie in aanmerking te laten komen. Bovendien is, juist met het oog op federatieve partijen als de OSF, een artikel 4 lid 2 in de wet opgenomen. Op grond hiervan gelden de leden van de aangesloten provinciale partijen als leden van de landelijk opererende partij. De memorie van antwoord aan de Eerste Kamer gooit echter roet in het eten:

“In artikel 1 onder b van het wetsvoorstel is geregeld wat wordt verstaan onder het begrip «politieke partij». Het betreft een vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd. In artikel G 1 is namelijk geregeld dat een politieke groepering aan het centraal stembureau kan verzoeken de aanduiding waarmee zij voor de verkiezingen Tweede Kamer op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. Het betreft een permanente registratie. De aanduiding kan tevens worden gehanteerd voor de verkiezingen van de Eerste Kamer. Indien de politieke partij zetels verwerft in de Eerste Kamer, komt de partij voor subsidie in aanmerking (zie artikel 2 van het wetsvoorstel). Indien een politieke partij uitsluitend zetels heeft in de Eerste Kamer, gelden deze zetels als kamerzetels in de zin van het wetsvoorstel. Het gaat er dus om dat de aanduiding van de politieke partij in het register, bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet, is geregistreerd en dat aan de kandidatenlijst van de partij zetels in de Eerste Kamer zijn toegekend. Niet vereist is dat de partij aan de verkiezingen van de Tweede Kamer heeft deelgenomen.”

Met andere woorden: deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen is niet vereist, registratie voor deze verkiezingen wel. Een registratie voor de Tweede Kamerverkiezingen geldt tevens voor de Senaatsverkiezingen (artikel Q 6 lid 1 Kieswet), maar het omgekeerde is niet het geval. Waarom registreert de OSF zich dan niet gewoon op grond van artikel G 1 Kieswet voor de Tweede Kamerverkiezingen? Ook dat levert echter problemen op. De Kiesraad schrapt zo’n registratie namelijk wanneer voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd. Kortom, aangezien de OSF nooit aan de Tweede Kamerverkiezingen deel zal nemen, zal de Kiesraad haar registratie elke keer schrappen. Niet handig.

Het lijkt erop dat noch de wettekst, noch de wetsgeschiedenis een grond bieden voor de subsidiëring van de OSF. Toch worden er al sinds de inwerkingtreding van de Wet subsidiëring politieke partijen in 1999 elk jaar bedragen naar de partijrekening overgemaakt. Aangezien het huidige kabinet op het terrein van de overheidsuitgaven pretendeert zeer zorgvuldig te werk te gaan, zou het Rutte en co wel sieren als de voor subsidiëring vereiste wettelijke grondslag behoorlijk geregeld werd.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 Marijn van der Sluis 25/01/2011 om 19:04

Opvallend is dat dit in 2008 ook al was opgemerkt door Dragstra (Enige opmerkingen over partijfinanciering, p. 142-143). Het speelt dus al een tijdje.

Mocht de subsidie worden stopgezet dan kan de OSF zich telkens voor 450,- euro (artikel G 1 lid 2 Kieswet) opnieuw laten registreren, om zo toch subsidie te kunnen ontvangen.

2 GB 26/01/2011 om 10:35

Af en toe een beetje opwarmen…

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: