De (ver)ontschuldiging van het strafrecht

door Redactie op 23/07/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for De (ver)ontschuldiging van het strafrecht

Terecht staan (zitten) voor een misdrijf lijkt allang geen schande meer. Soms zie je van fraude verdachte medeburgers in hun beste jas en hun met stukken gevulde rolkoffer, als een soort protsige haan ter zitting verschijnen waardoor de indruk ontstaat dat terecht staan een soort uitstapje is en een geschikte gelegenheid om zichzelf nog eens op een andere wijze voor het voetlicht te brengen. Dergelijke verdachten lijken eerder op weg naar een toneelvoorstelling met zichzelf in de hoofdrol dan naar een rechtbank waar ze terecht moeten staan voor een reeks ernstige misdrijven. Noch de straf, noch de overwegingen van de rechtbank in de trant van dat de verdachte kennelijk slechts oog heeft gehad voor de belangen van hem zelf en dat van enige erkenning en inzicht in het ontoelaatbare van zijn handelen geen sprake is geweest, leiden tot maar een begin van enig schuldbesef. Integendeel, de oorzaak van de veroordeling in eerste aanleg wordt door de veroordeelde overal maar niet bij de veroordeelde zelf gelegd en net als voor de behandeling in eerste aanleg wordt verkondigd dat in hoger beroep wel vrijspraak zal volgen.

Natuurlijk zijn er ook andere gevallen; maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat de van berouw vervulde, schuldbewuste verdachte meer en meer een zeldzaamheid wordt. Hoe komt dat eigenlijk?

In de eerste plaats omdat de waarden en normen die in het strafrecht zijn vastgelegd geen deel meer uitmaken van onze identiteit, maar buiten ons zelf zijn komen te staan Er is geen stabiele autoriteit meer die ze als het ware dagelijks uitdraagt en ze consistent handhaaft. Ik ontleen deze terminologie aan het interessante boek van de Belgische psycholoog en analyticus Paul Verhaeghe (Identiteit). Hij meent, onder andere, dat de gedachte van een maakbaar individu en het op de achtergrond raken van de collectiviteit, de ideologieën heeft doen verdwijnen en de daarmee samenhangende waarden en normen op de achtergrond zijn geraakt. Wie het als individu in de, wat hij noemt, neoliberale maatschappij wil maken moet hard werken en zonder al te veel scrupules opereren. Ik voeg daaraan toe dat het opzoeken van de grenzen van de wet daarvan een logisch gevolg is en voor velen kennelijk een alibi vormt voor normoverschrijding. In zo’n cultuur past geen schuld en ook geen schuldbesef.

Wie het niet gemaakt heeft draagt daarvan zelf de schuld, maar kan er in de richting van de instanties die met de handhaving zijn belast als verontschuldiging aanvoeren dat hij niet kon meekomen in de afvalrace. Zo hebben zowel de winnaars als de verliezers goede redenen om zich niet aan de wet te houden en bij zo’n situatie past geen schuld laat staan schuldbesef. Weliswaar wordt schuld, door politici bijvoorbeeld, nog regelmatig met de mond beleden, maar dan vooral om aan de mogelijke gevolgen ervan te ontkomen en niet vanuit een doorvoeld schuldbesef. Hoe zou men ook als men telkens vanuit de opportuniteit opereert en niet vanuit gedeelde waarden en normen. Sorry, de verkeerde (opportunistische) keuze gemaakt….

Zo’n keuze is bijvoorbeeld ook om zwaar in te zetten op de handhaving van de drugscriminaliteit en daar vooral de handel. Die keuze heeft naar mijn mening een verwoestende invloed gehad op het begrip schuld. Niet alleen vanwege de morele ambiguïteit en de daaraan gekoppelde zwakke basis van het moreel verwijt van de handel in verdovende middelen, maar ook vanwege de daarmee nauw verbonden dubbelzinnigheden bij de handhaving. Denk bv. aan de problematiek van voordeur en achterdeur bij het coffeeshopbeleid. Hoezo bovendien schuld als men slechts in een duidelijke maatschappelijke behoefte voorziet, de behoefte aan genot en deze met andere evenzeer schadelijke middelen wel gestild mag worden? En als het OM en politie zich in hun ijver om de grote “boeven”te pakken zich dan ook nog schuldig maken aan de overschrijding van de grenzen van het strafprocesrecht?! Dus geen nieuwe burgerinfiltrant.

De genoemde argumenten op macroniveau worden op individueel niveau versterkt door de moderne raadsman. Bekennen komt nog wel in aanmerking als mogelijke grond voor strafvermindering, maar moet bepaald niet worden opgevat als erkenning van schuld in morele zin. Vooral raadslieden in grote drugszaken hebben nogal eens de neiging om standaard het OM te verwijten buiten het strafprocessuele boekje te zijn gegaan om zo de vraag naar de schuld zolang mogelijk uit te stellen Daar kan men natuurlijk tegenin brengen dat zulks ook niet de taak van de verdediging is, maar ik heb nooit kunnen begrijpen hoe de houding dat het strafproces een soort wedstrijd is, waarbij het erom gaat om ondanks (mogelijke) schuld zoveel mogelijk te winnen verenigbaar is met het uitgangspunt dat een advocaat geen zaak zal aannemen “dien hij vermeent niet rechtvaardig te zijn”. Natuurlijk is niemand processueel gezien schuldig voordat zijn schuld door de rechter is vastgesteld maar de veel voorkomende houding, ook tegenover de cliënt, dat er eigenlijk niets aan de hand is tot het zover is en de opvatting dat het strafprocesrecht talloze mogelijkheden biedt om “ermee weg te komen” draagt vanzelfsprekend niet bij aan een eventueel schuldbesef bij de dader. En als er toch een veroordeling volgt, wat zegt de raadsman tegen zijn cliënt? Sorry, verkeerde keuze?!

Maar ook bij de dader van wie de schuld boven iedere twijfel is verheven (Robert M.) bv. is van schuldbesef dikwijls weinig te bekennen. Hoe valt anders te verklaren dat deze veroordeelde zijn eigen belang, bv. zijn recht op hoger beroep en cassatie, laat prevaleren boven de belangen van zijn slachtoffers? U begrijpt het al, schuld is in mijn ogen niet alleen het feitelijk vaststellen van verkeerd, strafbaar gedrag, maar ook het trekken van gevolgen uit die vaststelling, het schuldbesef.
Beide zijn in de loop van de tijd naar de achtergrond verdwenen, mede gestimuleerd door de ontwikkeling van een strafprocesrecht dat eerder het vinden van een formele waarheid stimuleert dan het zoeken naar de materiële. Het heeft als het ware het strafrecht overwoekerd. Dat is niet goed voor schuld en schuldbesef, de basis van onze moraal en ethiek. Het is daarom tijd voor herbezinning.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 30/07/2013 om 18:18

Dit artikel geeft vanwege de vermelding van meersoortige overwegingen en/of invloeden m.i. een meer realistisch beeld van strafrechtspraak dan media en partij vertegenwoordigers gewoonlijk geven.

Een eerste korte bemerking: begin cit.: “In de eerste plaats omdat de waarden en normen die in het strafrecht zijn vastgelegd geen deel meer uitmaken van onze identiteit, ……” eind cit.
“Waarden en normen” zijn historisch bezien begrippen die m.i. (ook) ter sturing en/of besturing van verzamelingen van mensen zijn gebruikt. Vele andere woorden zijn overigens met dit doel voor ogen in gebruik geraakt.

N.a.v. het aangehaalde boek van de Belgische psycho analyticus Paul Verhaeghe een tweede korte bemerking: dit boek is inderdaad ook voor niet-ingewijden leesbaar en te vatten. Het kan m.i. een humaan tegenwicht vormen van het overheersend liberaal marktgericht politieke ideologische denken en handelen.
Naar mijn mening biedt een psycho analytische benadering een verruiming van het denken over menselijk handelen dat (ook) van psycho-sociale elementen “vergeven” is.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: