De Voetbalwet nader bekeken

door LD op 22/10/2010

in Grondrechten, Haagse vierkante kilometer, strafrecht

Post image for De Voetbalwet nader bekeken

Op 1 september van dit jaar trad een wet in werking die in de volksmond de naam ‘Voetbalwet’ heeft meegekregen. Deze wet mag zich zo kort na haar inwerkingtreding al verheugen over warme belangstelling van de nieuwsmedia en een enthousiaste ontvangst door lokale bestuurders. Recent werd bericht dat de wet voor het eerst is ingezet om geweld bij een voetbalwedstrijd te voorkomen. Voorafgaand aan het treffen tussen het geplaagde Feyenoord en landskampioen FC Twente pakte de politie Rotterdam-Rijnmond vier mensen op omdat zij via Internet tot geweld hadden opgeroepen. De Nijmeegse burgemeester Thom de Graaf zette de wet in tegen een man die herhaaldelijk verantwoordelijk was voor ernstige overlast in een Nijmeegse buurt. Hij kreeg een gebiedsverbod voor de duur van drie maanden. De ordeverstoringen die dit heerschap op zijn kerfstok heeft, hebben vrij weinig met voetbal te maken. Dat roept de vraag op waarom op zijn casus de Voetbalwet wordt toegepast.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de Voetbalwet als zodanig bestaat niet. Wel bestaat er een Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast. Zoals dagblad De Pers terecht uit de mond van een criminoloog optekent, gaat het hier eerder om een overlastwet dan om een echte voetbalwet. Het gaat verder ook niet om een aparte nieuwe wet, maar om een wijziging van de Gemeentewet, het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering. De Gemeentewet krijgt een nieuw artikel 172a op grond waarvan de burgemeester de bevoegdheid krijgt een aantal bevelen te geven aan een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord of een leidende rol heeft gespeeld bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde. Het gaat daarbij – kort gezegd – om een gebiedsverbod, een verbod om zich in bepaalde delen van een gemeente met een groep op te houden (groepsverbod) en een meldplicht. Het bevel heeft een geldingsduur van maximaal drie maanden en kan vervolgens ten hoogste drie maal verlengd worden met een periode van telkens maximaal drie maanden. In theorie is een gebiedsverbod van een jaar dus mogelijk. De beschreven maatregelen kunnen gecombineerd worden. Eventuele toetsing door een rechter vindt achteraf plaats wanneer de belanghebbende gebruik maakt van bezwaar- en beroepsmogelijkheden.

Uit de tekst van het nieuwe artikel 172a Gemeentewet blijkt al dat ‘Voetbalwet’ een vlag is die de lading niet dekt. Voor het op dit artikel volgende nieuwe artikel 172b geldt dit al helemaal. Dit artikel bepaalt dat de burgemeester een bevel kan opleggen dat afwisselend is aangeduid als ‘avondklok’ en ‘zorgbevel’. Het artikel heeft betrekking op zogenaamde ‘twaalfminners’, dat wil zeggen personen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt. Wanneer een twaalfminner herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord, kan de burgemeester aan een persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent het bevel geven dat deze zorg draagt dat de twaafminner zich niet onbegeleid in een bepaald gebied bevindt of dat deze zich niet tussen acht uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends onbegeleid op straat vertoont. Het is dit gedeelte van het bevel dat wel als avondklok is aangeduid, zij het dat van een echte avondklok geen sprake is. Begeleid naar buiten gaan is in het genoemde tijdvak immers geen probleem. Het doel van het artikel is dan ook ‘dat ouders daadwerkelijk voor hun kinderen zorgen’. Doen ouders dat niet en negeren zij het bevel, dan plegen ze een strafbaar feit.

Tot zover het bestuursrechtelijke gedeelte van de Voetbalwet (ik blijf de term voor het gemak maar even gebruiken). Het strafrechtelijke gedeelte kent door toevoeging van een artikel 509hh aan het Wetboek van Strafvordering de officier van justitie de bevoegdheid toe gedragsaanwijzingen te geven. Deze komen voor een deel overeen met de eerder besproken bevelen die de burgemeester kan uitvaardigen op grond van artikel 172a Gemeentewet. We vinden een gebiedsverbod, een contactverbod, een meldplicht en een gebod zich te doen begeleiden bij hulpverlening. De officier van justitie kan de gedragsaanwijzingen opleggen indien sprake is van verdenking van een strafbaar feit waardoor – kort gezegd – de openbare orde ernstig is verstoord en grote vrees voor herhaling bestaat. Nieuw is ook een artikel 141a van het Wetboek van Strafrecht. Dit stelt strafbaar het opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld tegen personen of goederen. Wie zich hieraan bezondigt, kan rekenen op een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of een geldboete van maximaal € 19.000 (vierde categorie). Ik vermoed dat dit artikel is toegepast bij de arrestatie van de personen die in de aanloop naar Feyenoord-Twente via Internet opriepen tot rellen.

Bepaalde onderdelen van de Voetbalwet zijn tamelijk omstreden. Dat geldt in het bijzonder voor het artikel over de twaalfminners. Dat is niet afkomstig uit de koker van de regering, maar het resultaat van een amendement van het Tweede Kamerlid Kuiken (PvdA), dat in eerste instantie door de regering werd ontraden. De Raad van State heeft mede naar aanleiding van opmerkingen van de commissie voor Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer nog eens kritisch naar dit amendement gekeken. In een zogenaamde voorlichting merkt Afdeling I van de Raad op dat het voorgestelde artikel op gespannen voet staat met artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM. Over de aard en de omvang van de problematiek rond twaalfminners is nog maar weinig bekend, met als gevolg dat bij de noodzaak van de maatregel vraagtekens kunnen worden geplaatst. Ook zou voorbij worden gegaan aan de figuur van de zogenoemde STOP-reactie als alternatief voor een bevel van de burgemeester (deze is echter afgeschaft, zoals de regering ook opmerkt in haar reactie op de voorlichting). De Afdeling van de Raad maakt zich ook enigszins zorgen dat het amendement slechts aan symptoombestrijding doet en niets doet aan de aanpak van opvoedingsproblemen in zwakke gezinnen. “Inzet van het strafrechtelijke instrumentarium zou zelfs kunnen leiden tot aanscherping van deze problematiek”, aldus de kritische voorlichting.

Eveneens kritisch was de Raadsafdeling over het voorgestelde artikel 141a Wetboek van Strafrecht. Ook dit was het resultaat van een amendement, ditmaal afkomstig van het Tweede Kamerlid Zijlstra, de tegenwoordige staatssecretaris van OCW. Het amendement heeft blijkens zijn toelichting betrekking op ‘het verschaffen van (onder andere) inlichtingen – bijvoorbeeld in de vorm van de afspraken die hooligans via SMS-berichten, internetcontacten, telefoongesprekken en andere methoden van communicatie-uitwisseling daags en vlak van te voren maken’. De Raadsafdeling ziet hierin een vorm van voorbereiding van openlijke geweldpleging in vereniging en vraagt zich af of strafbaarstelling hiervan wel past in het strafrechtelijk stelsel. Voorbereiding van een misdrijf is immers in de regel pas strafbaar wanneer op het delict een gevangenisstraf van acht jaar of meer staat (artikel 46 Sr). Op openlijke geweldpleging in vereniging (artikel 141 Sr, het artikel waarop artikel 141a betrekking heeft) staat ‘slechts’ vier en een half jaar.

Ondanks alle kritische noten heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen. De regering heeft daar de amendementen met verve verdedigd, dus ook het oorspronkelijk door haar ontraden amendement-Kuiken. De regering moest wel. Zij was voorstander van een spoedige inwerkingtreding van de wet om gemeenten grotere armslag te geven bij de bestrijding van overlast. Met een reeks toezeggingen – onder meer over evaluatie van de ‘avondklokbepaling’ – werd een meerderheid van de Senaat uiteindelijk over de streep getrokken. Daarmee zal de discussie over de Voetbalwet vermoedelijk niet verstommen. Hoogleraren als Jan Brouwer en Jon Schilder hebben al tijdens het wetgevingstraject aangegeven dat de wet niet effectief zal zijn in de strijd tegen voetbalvandalisme. Uitsupporters kunnen volgens hen niet voldoende worden aangepakt. Zij zullen tijdens de reguliere competitie immers doorgaans niet herhaaldelijk de openbare orde in een en dezelfde gemeente verstoren. Thuissupporters kunnen vaak al worden aangepakt op grond van de geldende APV’s, die de Voetbalwet uitdrukkelijk onverlet laat. Ook de burgemeester van Nijmegen acht de toegevoegde waarde van de nieuwe wet voor het tegengaan van hooliganisme ‘marginaal’. Als overheden er met de nieuwe wet in de hand dan niet in slagen voetbalgerelateerde overlast te beteugelen, zal de kritiek vermoedelijk zijn dat de Voetbalwet enerzijds niet ver genoeg gaat, en anderzijds – met maatregelen als de gememoreerde pseudo-avondklok – weer veel te ver.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: