De vrijheid van meningsuiting in Straatsburg

door SV op 29/07/2009

in Buitenland, Grondrechten

De stemming is gesloten voor de Belgische rechts-extremist Daniel Féret. De voorman van het Belgische Front National werd in de verkiezingen van 2001 bekend van slogans als “Attentats aux USA: c’est le couscous clan”, maar ook van zwaarder geschut: “renvoyer les chômeurs extra-européens”. Het Straatsburge Hof bevestigde op 16 juli jl. dat zijn pamfletten en uitlatingen haat en discriminatie zaaiden; het sanctioneerde de tien jaar ontzegging van het passieve stemrecht die het Belgische Hof had opgelegd. De uitspraak bevat een overweging die tot nadenken stemt.

Het Hof begint met de test: kort gezegd, de grens van de vrijheid van meningsuiting ligt bij haatzaaien en aanzetten tot geweld. Het stelt dan dat de vrijheid van meningsuiting bij uitstek geldt voor hen die het volk vertegenwoordigen. Zij representeren de kiezers, signaleren hun zorgen en verdedigen hun belangen. Een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van vertegenwoordigers zal dan ook strikter moeten worden getoetst.

Opvallend is dat als tot de concrete zaak wordt toegekomen, het Hof relevant acht of de uitlatingen worden gedaan in verkiezingstijd. Het Hof signaleert dat verkiezingsuitlatingen de oordelen van de kiezers reflecteren, zodat politici een grote vrijheid van meningsuiting zouden moeten hebben. Nu dit als het goed is ook geldt voor uitlatingen van politici buiten verkiezingstijd, en het Hof niet spreekt van een grotere vrijheid van meningsuiting, is die vrijheid niet groter bij verkiezingen.

Integendeel. In verkiezingstijd, redeneert het Hof, komen partijen sterker tegenover elkaar staan en krijgen de stereotypen en slogans de overhand over redelijke argumenten. De impact van rascistische uitlatingen zou dan ook groter en schadelijker zijn in verkiezingstijd. Hieruit kan ik niet anders concluderen, al wordt dit niet geexpliciteerd, dat uitlatingen van politici in verkiezingstijd sneller haaizaaien.

Er kan getwist worden of public speech in Europa ook, zoals in Amerika, moet worden toegestaan tenzij sprake is van imminent danger, zoals WdH al signaleerde. Wat daarvan zij, het is fundamenteel onjuist om uitlatingen van vertegenwoordigers zwaarder te laten wegen (al dan niet via het opportuniteitsbeginsel) als deze in verkiezingstijd zijn gedaan. Juist dan moeten politici kunnen uitspreken waarvoor ze staan en waar ze het land naartoe willen brengen. Het Hof lijkt te willen dat extremistische partijen zich in verkiezingstijd gematigder voordoen. Ik stel mij voor dat meer kiezers zich hierdoor laten verleiden om op een extremistische partij te stemmen – om na verkiezingstijd uit te vinden dat de partij, eenmaal binnen, een andere koers vaart.

De rechtvaardiging die het Hof daarvoor biedt – in verkiezingstijd krijgen stereotypes en slogans de overhand boven redelijke ideeën – is niet onderbouwd en kan gemakkelijk worden omgekeerd. Politieke partijen moeten op de kracht van hun ideeën winnen, niet doordat de uitlatingen van een extremistische partij worden beperkt.

Helaas kan het OM kan zich in de zaak-Wilders weer op een precedent beroepen. Bij het prepareren van de pleitnota moet het nog even opletten dat in Straatsburg niet het Europese Hof van Justitie is gevestigd, zoals een bekend blog meende.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: