De Wet Bibob: het bestuur als rupsje nooitgenoeg

door AT op 28/03/2012

in Bestuursrecht, Decentralisatie, Grondrechten, Varia

Post image for De Wet Bibob: het bestuur als rupsje nooitgenoeg

Op 20 maart jongstleden is heeft de Tweede Kamer de Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob aangenomen. De wet maakt een eind aan enkele weeffouten in de Wet Bibob, zoals de rare beperking van het inzagerecht van de aanvragers die geconfronteerd worden met een hen onwelgevallig Bibob-advies en de wat onthande positie van de bezwaarcommissie die ook inzage kan krijgen in het Bibob-advies. Bovendien komt de burgemeester beter beslagen ten ijs, doordat hij het Bibob-advies kan bespreken in de driehoek en dus kan verifiëren of het beeld dat het Landelijk Bureau Bibob schetst, overeenkomt met het beeld dat de Officier van Justitie en politiechef hebben.

De parlementaire behandeling ging vrij rimpelloos. Dat zal ermee te maken hebben dat het kabinet het aanvankelijke wetsvoorstel, met vergaande bevoegdheden voor de burgemeester, aanmerkelijk afzwakte en eigenlijk alleen zaken regelt waarover wel consensus bestaat, al was het maar omdat de rechtspositie van de betrokken burger enigszins verbetert en wordt voorzien in wat meer kwaliteitswaarborgen.

Op één punt gaat de Tweede Kamer echter verder dan het oorspronkelijke wetsvoorstel. Door het aannemen van het amendement van Çörüz (CDA) en Hennis-Plasschaert (VVD) komt de huidige beperking dat de gemeentelijke vergunning die onder de Bibob valt, betrekking moet hebben op een bedrijf of inrichting voor zover deze bij het op grond van het tweede lid van dat artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aangewezen, komt te vervallen. Het eerste lid van artikel 7 komt derhalve als volgt te luiden:

‘1. Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, kan door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester, worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.’

Artikel 3 is de Bibob-weigeringsgrond, op grond waarvan vergunningen kunnen worden ingetrokken en geweigerd indien ernstig gevaar bestaat dat met die vergunning criminele activiteiten zullen worden verricht, dan wel zwart geld zal worden witgewassen.

De uitbreiding van deze weigeringsgrond naar ‘alle gemeentelijke vergunningen’ lijkt een kleine stap. In de bedoelde algemene maatregel van bestuur – het Besluit Bibob – werd de kring van bedrijven en inrichtingen die onder de Bibob-weigeringsgrond vallen immers al steeds verder opgerekt. Aan de oorspronkelijke lijst met de horeca- en seksinrichtingen, coffeeshops en de speelautomatenhallen werden grow- smart- en headshops en meer recent de evenementen toegevoegd. De laatste toevoeging diende om de freefightgala’s door te lichten.

Komt dit wetsvoorstel door de Eerste Kamer, dan geldt echter in het geheel geen beperking meer en komt elke gemeentelijke vergunning voor een Bibob-toets in aanmerking. Met het nieuwe artikel 7 wordt de Wet Bibob dus relevant voor de vergunningen voor het verkopen van vuurwerk (vaak geregeld in de APV), maar ook voor de kapvergunning (stonden er geen bomen op het terrein van de Hells Angels?), de vergunning om een ‘vertoning voor publiek te geven, niet zijnde een betoging’ (misschien een mogelijkheid om Roemeense ‘straatzangers’ te weren?) en niet te vergeten de standplaatsvergunning (de döner kebab-kraam komt ook in beeld).

Welk probleem de Tweede Kamer denkt op te lossen is mij een raadsel. In het verleden bleek het immers niet zo heel moeilijk om het Besluit Bibob aan te passen aan de gevoelde behoefte in het lokale bestuur, getuige het voorbeeld van de uitbreiding ten behoeve van de freefightgala’s. Het Besluit Bibob bood zelfs Bibob-mogelijkheden voor sectoren waarvoor lang niet altijd een vergunningplicht gold (smart- en growshops). Van een evenredig instrument, dat als een scalpel in handen van de chirurg (lees: het bestuur) heel precies een inbreuk maakt op de levenssfeer van burgers, zo ver als noodzakelijk en niet verder dan dat, is al lang geen sprake meer.Wetgever en bestuur buitelen over elkaar heen om maar zoveel mogelijk onder de Wet Bibob te brengen. Van motorclubs tot milieuclubs; niets is meer veilig. Daarbij wordt vergeten dat naarmate het bestuur meer bevoegdheden krijgt, het openbaar ministerie steeds meer geneigd zal zijn zich terug te trekken. Onder het motto ‘los je eigen problemen maar op’ zou zo maar kunnen dat de Officier van Justitie niet zo happig is om opsporingsonderzoek te starten, leidend tot een strafrechtelijke veroordeling. Zijn prioriteiten liggen immers elders en een economische doodstraf via de Wet Bibob is dan een eenvoudiger alternatief.

Daar komt bij dat het in praktische zin voor veel gemeentelijke bestuursorganen onmogelijk zal zijn om deze verantwoordelijkheid te nemen. Nog daargelaten dat voor veel sectoren helemaal geen vergunningstelsel geldt (naast de smart- en growshops zijn ook criminogene belwinkels vaak niet aan een vergunning onderworpen),valt het niet mee om in tijden van bezuiniging en inkrimpende ambtelijke diensten de kennis en kunde te organiseren om aanvragen te toetsen op Bibob-risico’s. De curieuze uitkomst van dit soort doorgeschoten wetgeving zou zo maar kunnen zijn dat het openbaar ministerie geen trek heeft en het bestuur niet in staat is om op te treden. Tel uit je winst.

Foto: Robert Jeffries

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 ROVE (niet Karl) 28/03/2012 om 16:04

Geniale titel!

2 ROVE (niet Karl) 28/03/2012 om 16:05

en dito illustratie natuurlijk…!

3 a.zecha 05/04/2012 om 22:07

Om haar honger naar meer bestuursmacht te bevredigen gaan zulke rupsjes voort met wetgeving te creëren om de wegen naar komend “bestuurlijk groen” in regio’s buiten Den Haag te plaveien.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: