De WWIK en beginselvastheid

door Ingezonden op 25/10/2011

in Haagse vierkante kilometer

De Wet werk en inkomen kunstenaars (Wwik) uit 2005 staat al weer op de lat om te worden ingetrokken met ingang van 2012. De Tweede Kamer is reeds akkoord, de Eerste Kamer beslist er binnenkort over. Waarom moet deze wet van de regering worden ingetrokken? Vanwege het gelijkheidsbeginsel! De beginsel moet echter worden betracht naar de mate van gelijkheid. Bovendien is intrekking van de Wwik in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het respect voor de lagere overheden.

De wet werkt goed, zo blijkt uit evaluaties. De wet bereikt zijn doel: de ontwikkeling van een eigen beroepspraktijk mogelijk te maken. Ongeveer 84% slaagt erin na 2 jaar zo’n praktijk op te bouwen. Nog eens 10 % heeft tegen die tijd een andere beroepspraktijk gevestigd. Het middel dat de wet biedt is kunstenaars een paar jaar (maximaal 4) te laten werken met behoud van een lagere uitkering. Die 4 jaar moeten binnen een termijn van 10 jaar worden opgenomen.

De regering ontkent dit niet, maar brengt het gelijkheidsbeginsel in stelling: voor geen enkele andere beroepsgroep is namelijk dezelfde regeling getroffen. De regering wenst zo kunstenaars minder afhankelijk te maken van de overheid.
De regering hoopt er ook een bezuinigingseffect mee te bereiken, maar dat staat niet voorop. De bezuinigingseffecten worden door de regering niet hoog ingeschat. Volgens de uitvoeringsinstantie van de wet, de Stichting Cultuur – Ondernemen zal het afschaffen ervan de overheid zelfs op kosten jagen. De regering voert aan dat kunstenaars minder afhankelijk van de overheid zouden moeten zijn, maar leidt ze naar bijstandsuitkeringen. Hun traject naar zelfstandigheid wordt abrupt verbroken. Het verzelfstandigingsbeleid wordt weggewerkt. Kunstenaars die al onder de werking van de wet vielen, worden geconfronteerd met een beëindiging per 1 januari 2012. Voor de betrokken gemeenten betekent dat een directe verhoging van de bijstandskosten.

Een dergelijk handelen is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Betrokkenen mochten op de wet vertrouwen en hun handelen daarop afstemmen. Het rechtszekerheidsbeginsel brengt dan mee dat zij in de gelegenheid moeten worden gesteld hun handelen op een wijziging van de wet af te stemmen. Een amendement om het rechtszekerheidsbeginsel te respecteren is verworpen. Zij krijgen daarvoor nog geen 2 maanden de tijd indien de Eerste Kamer met het wetsvoorstel akkoord gaat. Dat is een buitengewoon korte termijn, maar het is de wet. Wetten zijn onschendbaar. Internationale regels bieden hier geen uitkomst.

Volgens de regering moeten alle beroepsbeoefenaren gelijk worden behandeld. Doet de wetgever dat altijd? Nee, natuurlijk niet. Voor veel beroepen bestaan toegesneden regels. Sommige, zoals die voor topsporters, impliceren zelfs een regelrechte bevoordeling voor de beroepsgroep. Alle beroepen zijn verschillend, en vragen een verschillende regeling. Voor het verschil in regeling bestaat meestal een goede reden, zo ook in het geval van de WWIK. Het opbouwen van een vraag naar een product is essentieel voor cultureel ondernemerschap en juist daarin onderscheidt culturele industrie zich van de meeste andere ondernemers. Dat is precies de reden waarom de regering overigens creatieve industrie bevordert: creativiteit.

Gelijke behandeling moet gebeuren in de mate van gelijkheid. Dat betekent dat er 2 keuzes zijn: of kunstenaars (en eventueel anderen) verkeren inderdaad in een bijzondere positie of de regering heeft gelijk. Het laatste heeft ze niet aangetoond. Daarmee deugt de motivering niet, en ontstaat strijd met het motiveringsbeginsel.

De WWIK is steeds positief geëvalueerd en in de werking van de wet ligt dus geen reden om haar af te schaffen. Toch gebeurt dat. Hoe treurig dat is blijkt ook uit de aangenomen motie om uit te zoeken of de positieve effecten van de WWIK naar bijstandsregelingen kunnen worden verplaatst. Of die aangenomen motie die aanspoort dat de regering bevordert dat de gemeenten iets gaan doen in de sfeer van de coaching. De regering jaagt eerst de gemeenten op kosten door de intrekking van de WWIK en gaat ze dan vragen nog meer geld uit te geven?

Er ligt dus een belangrijke taak voor de Eerste Kamer.

Inge van der Vlies, hoogleraar Kunst en Recht

{ 4 reacties… read them below or add one }

1 RML 25/10/2011 om 10:53

Waarom is het dat alle grote namen in de kunst allemaal ook succesvol zijn als ondernemer? Omdat succes als kunstenaar niet bestaat zonder succes als ondernemer. Het is fijn dat een kunstenaar “zichzelf” kan zijn en zichzelf kan “uiten” op kosten van de samenleving. Dat zou iedereen waarschijnlijk wel willen. Feit blijft dat de meeste mensen gewoon hard moeten werken aan hun succes in hun professie en hun huishoud/balansboekje op orde moeten houden, zonder ondersteuning van de overheid.

Kunstenaar, doe wat je wilt maar doe dat op eigen kosten. Kun je dat niet dan zul je ander inkomen (erbij) moeten zoeken. En ja, dat geldt ook voor bv (top)sporters, schrijvers, etc. (die dat in heel veel gevallen trouwens al lang doen).

2 kunstenaar 25/10/2011 om 11:34

pure onzin, en inderdaad dit gaat de overheid alleen maar meer kosten

Balkenendenorm 180.000 per jaar dat is 15.000 per maand (2 jaar lang wwik uitkering)

RML
dus jij denkt dat een kunstenaar die in de wwik zit niet gewoon hard moet werken om zijn huishoud/balansboekje op orde te moeten houden

we praten over een bedrag van 630 per maand

je wilt leven zonder ondersteuning van de overheid

gelijkheidsbeginsel

dus geen hypotheek aftrek meer voor de welgestelde
geen belachelijke subsidies voor bedrijven meer
enzovoorts

3 MD 25/10/2011 om 12:17

Hoewel ik me kan vinden in veel overwegingen van dit stuk vraag ik me af of het werkelijk zo is dat de wetgever (formeel-juridisch) gebonden is aan het motiveringsbeginsel. Het is uiteraard om allerlei redenen goed dat hij uitlegt waarom hij het recht vormt zoals hij dat doet. Maar is het daarmee ook zo dat hij, als hij dat niet doet, een rechtsbeginsel schendt? En dus – een redenering op basis van art. 120 Gw daargelaten – onrechtmatig handelt?

4 SV 01/11/2011 om 14:14

@RML de wwik is er juist omdat een kunstenaar over het algemeen veel harder moet werken om inkomsten te genereren. Het gaat om een kwetsbaar beroep omdat ze geen hulp hoeven te verwachten van financiële instellingen om een starters bedrag te krijgen. Zeker in het begin werken veel kunstenaars (en tevens muzikanten, dansers die ook onder de WWIK vallen) ver beneden minimum loon. Het zal vast dat succesvolle kunstenaars ook succesvolle ondernemers zijn en daar heeft juist de WWIK vaak bij geholpen. Het is zeker geen vetpot daarnaast wordt er door twee partijen goed in de gaten gehouden of de kunstenaars wel hard genoeg werken. Dit betekent dat alle WWIK mensen jaarlijks een uitgebreid onderzoek krijgen over hun functioneren, werkhouding en inkomsten. Dit maakt juist de WWIK zo succesvol.

Wat mij zeer verbaasd is uw ouderwetse dogmatische mening over kunstenaars. Uw mening over lui zijn en afhankelijkheid van de overheid lijkt op niet meer gebaseerd te zijn dan het oude geloof dat alle boeren naar mest zouden stinken (Even ervan uitgaande dat u wel zover in de realiteit weet te staan dat u begrijpt dat dat zeker niet het geval is) gezien de in het artikel genoemde feiten, die overigens door verschillende onderzoeken onderschreven worden en zo vaak genoemd worden dat het onder de algemene kennis van iedere WWIK-vraagstuk geïnteresseerde mag vallen

Als een kunstenaar zo lui is als u stelt wordt hij zeer snel uit de WWIK gegooid. Geen gepassioneerd mens stelt zich lui op ten opzichte van zijn of haar passie. Ik denk werkelijk dat het voor u verstandig zou zijn te weten wat de precieze feiten zijn voor u een volledige beroepsgroep over één kam scheert.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: