De zwaai van Van der Staaij

door CM op 16/07/2012

in Buitenland, Europa, Haagse vierkante kilometer

Post image for De zwaai van Van der Staaij

Van orthodox-gereformeerden zou je toch loepzuivere rechtlijnigheid mogen verwachten. Zo niet van SGP-voorman Cees van der Staaij. Ditmaal werd hij niet betrapt op de achterbank van de dienstauto van Mark Rutte, maar vroeg hij de Tweede Kamer over een initiatiefwetsvoorstel van zijn hand te gaan stemmen, om dat verzoek twee weken later weer doodleuk in te trekken omdat het voorstel bij een stemming kennelijk zou zijn verworpen. Er zijn nadere onderhandelingen met de VVD nodig. Het torentje is alvast gereserveerd.

Maar waar gaat het nu eigenlijk over? In een ver verleden zat in de Tweede Kamer een politieke partij die zich de Lijst Pim Fortuyn noemde. Anders dan men wellicht zou verwachten werd die partij niet (meer) geleid door genoemde Pim Fortuyn aangezien deze zelfverklaarde toekomstige premier van Nederland het slachtoffer van een politieke moord werd. De partij ging door en had behoefte aan een nieuwe leider. Diverse troonpretendenten dienden zich aan en werden weer even hard van het politieke toneel verwijderd. Het meest succesvol was een zekere Mat Herben. Deze tamelijk aimabele man, die een grote deskundigheid op het gebied van vliegtuigspotten en clownsneuzen ontwikkelde, was geen fan van de Europese Unie. Bevoegdheden van Nederlandse staatsorganen werden veel te gemakkelijk weggegeven aan ‘Brussel’. Samen met de reeds genoemde Cees van der Staaij maakte hij daarom op 20 november 2006 een initiatiefwetsvoorstel aanhangig dat bepaalt dat het parlement de goedkeuring van een verdrag tot wijziging van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest alleen kan verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen. Het eisen van een tweederde meerderheid zou recht doen aan het eigen karakter van de Europese Unie als supranationale organisatie die diep en dagelijks ingrijpt in de constituties van de lidstaten. Verdragen betreffende de Europese Unie behoeven daarom een zeer breed draagvlak, als waren zij verdragen die afwijken van de Nederlandse Grondwet. Voor laatstgenoemde categorie verdragen kent de Grondwet weliswaar een aparte bepaling die – hoe toevallig – ook een tweederde meerderheid eist, maar dat een verdrag afwijkt van de Grondwet wordt niet snel aangenomen. Ontevredenheid over deze leer zal ongetwijfeld ook aan het voorstel van Herben en Van der Staaij ten grondslag hebben gelegen.

Slechts tien dagen na het aanhangig maken van het wetsvoorstel verdween de LPF uit de Tweede Kamer. Aan Van der Staaij kwam vervolgens de nobele taak toe de verdediging van het voorstel in zijn eentje voort te zetten. Dat deed hij zeker verdienstelijk en in mei en juni 2009 werd het wetsvoorstel plenair behandeld. Tot een stemming kwam het echter op verzoek van Van der Staaij niet, omdat hij het nuttig achtte dat eerst de nog in te stellen Staatscommissie Grondwet zich over de inhoud van het voorstel zou uitlaten. Helaas voor Van der Staaij overlaadde die het voorstel in haar in november 2010 verschenen rapport niet met complimenten. De staatscommissie was, zoals wel vaker in haar rapport, weer eens verdeeld over de vraag of artikel 91 van de Grondwet wel gewijzigd moest worden. En zelfs de voorstanders vroegen zich af of Van der Staaij zijn voorstel wel op de juiste criteria baseerde. Als bondgenoot was de staatscommissie minder nuttig dan gehoopt.

Maar goed, er lag een rapport, dus de stemming kon plaatsvinden. Die vond echter niet plaats, omdat de Tweede Kamer natuurlijk eerst nog een kabinetsreactie moest ontvangen en een debat met de verantwoordelijke minister moest voeren. Nadat dat eindelijk allemaal – met weinig gevoel voor urgentie – was afgerond kon Van der Staaij dan nog tamelijk onverwacht op 20 juni 2012 een brief aan de Tweede Kamer sturen met het dringende verzoek zijn voorstel nog vóór het zomerreces van de Tweede Kamer in stemming te brengen. De Kamervoorzitter was welwillend en nam het voorstel op de Kameragenda op. Maar toen kwam de zwaai van Van der Staaij. Bij nader inzien moest er toch maar niet over het voorstel worden gestemd. Een rondgang van de Volkskrant had opgeleverd dat het voorstel slechts de steun van 48 Kamerleden zou krijgen, en dat D66 en PvdA ronduit tegen zijn. Met de 31 zetels van de VVD erbij is er wel een meerderheid (in eerste lezing althans; daarna is er nog een lange, lange weg te gaan). De SGP kan in het zomerreces proberen de VVD achter haar voorstel te krijgen, wellicht in ruil voor gedoogsteun voor het volgende rechtse kabinet (en zeker steun voor een VVD-initiatief om de doorwerking van verdragsbepalingen te beperken). Mat Herben heeft dan mooi de tijd om een nieuwe gloedvol artikel ter verdediging van het wetsvoorstel te schrijven.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 CR 17/07/2012 om 10:15

Was het niet Van der Staaij die GroenLinks verwijten maakte, omdat die fractie de tweede lezing van het voorstel-Halsema over de verkiezingen heen wilde tillen, juist omdat de vereiste meerderheid ontbrak? Die verwijten waren terecht, trouwens.

2 PB 19/07/2012 om 09:24

De staatscommissie grondwet concludeerde volgens mij unaniem dat verdragen over de EU onder de 2/3 meerderheid zouden moeten vallen. Ze waren het alleen niet eens over de manier waarop dat moest gebeuren: ruimere interpretatie, materiele bepaling, processuele bepaling.

De VVD wil nu gewoon niet tegen stemmen omdat ze een eurokritische houding willen opvijzelen. Blijkbaar heeft de SGP toegegeven aan de druk van VVD dit voorstel niet in stemming te brengen.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: