Decentralisatie of discriminatie?

door GB op 27/06/2017

in Decentralisatie, Rechtspraak

Post image for Decentralisatie of discriminatie?

Over de juridische grenzen aan verschillen tussen gemeenten bestaan veel opvattingen in de literatuur. Is het niet in strijd met artikel 1 Grondwet als opa Bokma in Delfzijl wel een traplift krijgt terwijl zijn tweelingbroer in Venlo in een identieke situatie moet horen dat hij zich van de hulp van zijn buren kan bedienen? Hoewel deze vraag zeer voor de hand ligt bij al het decentralisatiegeweld van de laatste jaren, kan hij nauwelijks aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Het college van Venlo behandelt zijn bejaarden op zichzelf immers niet ongelijk; niemand krijgt daar een traplift. Het college van Venlo doet alleen iets anders dan het college van Delfzijl. Maar dingen anders doen dan de buurman, is nog geen ongerechtvaardigd onderscheid maken.

Afgelopen week verscheen een zeldzame uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin het toch was gelukt om het verschil tussen discriminatie en decentralisatie aan een bestuursrechter voor te leggen. Dat was gelukt, omdat de Belastingdienst bij het opleggen van de verhuurdersheffing aansluit bij de basisregistratie WOZ. Kiest een gemeente ervoor om in geval van gezamenlijke eigendom één WOZ-beschikking naar de oudste mede-eigenaar te sturen, dan krijgt deze er ook de complete verhuurdersheffing achteraan. Stuurt de gemeente verschillende WOZ-beschikkingen naar verschillende mede-eigenaren, dan volgt de Inspecteur der Belastingdienst.

In het voorliggende geval protesteerde een pandjesbaas dat hij, en niet zijn jongere broer, van de fiscus de complete verhuurdersheffing op de mat had gekregen. Leeftijdsdiscriminiatie, volgens de oudste broer, en bovendien een ongelijke behandeling van hem door de Belastingdienst ten opzichte van de mede-eigenaren in andere gemeenten waar individuele eigenaren individuele WOZ-beschikkingen (en dus aparte aanslagen voor de verhuurdersheffing) krijgen. Dat de Belastingdienst aansluit bij de basisregistraties WOZ van de verschillende gemeenten, wilde volgens hem niet zeggen dat de fiscus niet daardoor ook discrimineert.

De rechtbank zegt daarover:

De rechtbank leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat de wetgever door de aansluiting bij de basisregistratie WOZ onderkend heeft dat als gevolg van gemeentelijke beleidsregels de ene mede-eigenaar wel als belastingplichtige voor de verhuurderheffing kwalificeert en de andere mede-eigena(a)r(en) niet. Dit onderscheid is door de wetgever bewust aanvaard mede uit overwegingen van uitvoerbaarheid en eenvoudige en eenduidige wetgeving. Hoewel het gemeentelijke beleid onderscheid maakt naar leeftijd, berust dit derhalve op een toegelichte keuze van de fiscale wetgever waarvan niet kan worden gezegd dat zij evident van redelijke grond is ontbloot.

Opa Bokma uit Venlo mag dus alleen anders worden behandeld dan zijn tweelingbroer in Delfzijl als de wetgever dit verschil tussen de beide Bokma’s bewust heeft aanvaard en het niet te gek wordt. Dat laatste zal niet snel aan de orde zijn, maar het is wel de vraag hoeveel verschillen de wetgever bij de drie grote decentralisaties van 2015 bewust heeft aanvaard. Men had de mond vol over individueel maatwerk, niet over verschillen tussen gemeenten.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 RGVleeming 28/06/2017 om 12:37

Volgt het verschil niet gewoonweg voort uit artikel 108 Gemeentewet?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: