Dereguleren

door FTG op 16/10/2014

in Bestuursrecht, Decentralisatie

Post image for Dereguleren

In de gemeente Hollands Kroon is een dereguleringsoperatie gaande, waarbij een groot aantal bepalingen uit de APV wordt geschrapt (zie onder 7.1 de korte toelichting, onder 7.2 de nieuwe voorgestelde APV en onder 7.4 de geldende APV). De bedoeling is te komen tot terugdringen van administratieve lastendruk, vergroting van de vrijheid van burgers en bedrijven en aanzetten tot “nieuwe, originele oplossingen”. Het is namelijk zo dat “inwoners worden gestimuleerd om de regie voor veiligheid rondom wonen voor het grootste gedeelte in eigen hand te houden”.

Het zal de meeste lezers verheugen te lezen dat artikel 2.47, dat hinderlijk gedrag op openbare plaatsen verbiedt, komt te vervallen. De redactie van dit blog gaat in ieder geval voortaan in Hollands Kroon vergaderen. Er kan dan meteen geld ingezameld worden om de lopende kosten te dekken, want ook het verbod op bedelarij (artikel 2.65) en het verbod om op te treden als straatartiest (artikel 2.9) komt te vervallen.

Daarnaast komt het verbod op wildplassen te vervallen (artikel 4.8), evenals het verbod op het bespieden van personen (artikel 2.53). Ook het openen van straatkolken en rioolputten wordt door de APV niet langer verboden (artikel 2.16). Het zal interessant zijn om te volgen wat voor “nieuwe, originele oplossingen” de bewoners van Hollands Kroon zullen gaan bedenken om de regie op dit punt in eigen handen te houden. Het college heeft in ieder geval voldoende vertrouwen in de vindingrijkheid van de plaatselijke bevolking.

In het kader van het verlichten van administratieve lasten komt een flink aantal vergunningplichten te vervallen, zoals die voor de verhuur van vaartuigen (artikel 2.78), het houden van bijen (artikel 2.64) of het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg (artikel 2.10). Ook komt een aantal verboden te vervallen, waarvan hierboven al enige voorbeelden zijn gegeven. Of zoiets verstandig is, hangt natuurlijk voor een groot deel af van de situatie ter plekke. Het is maar de vraag of het bijvoorbeeld voor een gemeente als Amsterdam of Utrecht verstandig zou zijn om in de APV de bevoegdheid van de burgemeester te schrappen om openbare plaatsen aan te wijzen waar het verboden is softdrugs te gebruiken. Voor de gemeente Hollands Kroon kan dat natuurlijk heel anders liggen.

Deregulering kan heel nuttig zijn, maar het kan ook dat schrapping van bepalingen die op het eerste gezicht overbodig zijn, onverwachte juridische gevolgen hebben. Zo bepaalt artikel 5.18 dat het verboden is zonder vergunning een standplaats in te nemen. Het huidige artikel 5.19 bepaalt dat het voor de rechthebbende op een perceel verboden is toe te staan dat zonder vergunning van B&W een standplaats is of wordt ingenomen. Artikel 5.18 wordt gehandhaafd, artikel 5.19 komt te vervallen. Logisch, zal men misschien zeggen, artikel 5.19 is overbodig. Als het publiekrechtelijk verboden is een standplaats in te nemen, doet het verlenen van privaatrechtelijke toestemming er niet toe. Toch maakt het uit voor de handhaving. Als er zonder vergunning een standplaats wordt ingenomen, dan is de rechthebbende op het perceel (die zelf niet de standplaatshouder is) geen overtreder van artikel 5.18, maar wel van artikel 5.19. Bij het vervallen van artikel 5.19 vervalt ook de mogelijkheid om de eigenaar van het perceel een last onder dwangsom op te leggen. Die kan natuurlijk nog steeds opgelegd worden aan de standplaatshouder, maar soms is het handig om ook druk op de rechthebbende te zetten.

Ten slotte komt artikel 2.44 te vervallen. Het eerste lid daarvan luidt: “Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.”

Geen goed idee in Amsterdam! Voor de gemeente Hollands Kroon kan het misschien wel, al was het maar alleen om van het het zeer moeizaam geformuleerde lid twee af te komen. Dat luidt: ” Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.”

Wat betekent dit nou precies? Welke bedoelde handelingen? In het eerste lid worden maar twee handelingen genoemd: het vervoeren van inbrekerswerktuigen en het bij zich hebben van inbrekerswerktuigen. Het verbod van het eerste lid geldt dus blijkens het tweede lid niet als de inbrekerswerktuigen niet zijn bedoeld voor het vervoeren van inbrekerswerktuigen of voor het bij zich hebben van inbrekerswerktuigen. Ook zonder veel ervaring te hebben met de werkzaamheden van de inbreker, lijkt het me zeker dat inbrekerswerktuigen nooit zijn bedoeld om inbrekerswerktuigen te vervoeren. Het verbod van het eerste lid geldt dan dus nooit. Dan je kan het artikel ook maar beter schrappen vind ik.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: