Deze week in Luxemburg (2013/19)

door AJM op 19/07/2013

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg (2013/19)

De rechters in Luxemburg blijven druk bezig. Als eerste moet natuurlijk worden genoemd dat uitspraak is gedaan in de roemruchte Kadi-zaak, inmiddels Kadi II. Met het Gerecht oordeelt het Hof dat de EU geen beperkende maatregelen mag opleggen aan dhr. Kadi zonder bewijs ten aanzien van zijn betrokkenheid bij terroristische activiteiten. Advocaat-Generaal Bot concludeerde eerder juist tot vernietiging van het arrest van het Gerecht.

Ook andere arresten van het Gerecht hielden stand. Het hoger beroep van FIFA en UEFA tegen de uitspraken van het Gerecht over televisie-uitzendingen van het WK en het EK heeft niet kunnen baten. Het Gerecht heeft weliswaar fouten gemaakt, maar deze zijn niet van invloed geweest op de betrokken zaken. Blijvend in de sfeer van televisie heeft het Hof zich uitgelaten over de maximale reclamezendtijd van de Italiaanse betaalzender Sky Italia. Dat betaalzenders kortere maximumzendtijden voor televisiereclame krijgen toegewezen dan vrij toegankelijke zenders, komt niet in strijd met het EU recht en met name het gelijkheidsbeginsel, mits het evenredigheidsbeginsel wordt geëerbiedigd. Of dat het geval is, bepaalt de nationale rechter.

Over de nationale rechter (en Italië) gesproken: het Hof heeft in een prejudiciële uitspraak herhaald dat het aan de nationale rechter is om de voor het geschil relevante prejudiciële vragen te bepalen en te formuleren. De Consiglio di Stato wilde weten of het als hoogste rechter op grond van artikel 267(3) VWEU verplicht was om zich te houden aan de (deels vage en soms weinig relevante) vragen zoals deze door de partijen in de procedure worden geformuleerd. Dat hoeft niet. Inhoudelijk oordeelde het Hof vervolgens dat de regels in de gedragscode voor de uitoefening van het beroep van geoloog in Italië een besluit van een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101(1) VWEU oplevert.

In overige mededingingszaken slecht nieuws voor de Schindler groep, die had deelgenomen aan een kartel in de markt voor liften en roltrappen. De aan de Schindler groep opgelegde boete blijft in hoger beroep in stand.  Daarnaast heeft het Hof zich in de Finse zaak P Oy opnieuw uitgelaten over de voorwaarde ‘selectiviteit’ bij fiscale steunmaatregelen.

Verder is het Hof ingeroepen om de reikwijdte en inhoud van een aantal verordeningen te verhelderen. Het Hof definieert het begrip ‘overmacht’ in verordening nr. 3665/87 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten. Daaronder valt niet het verzuim van de bevoegde autoriteiten om de exporteur te informeren over de mogelijkheid dat zijn medecontractant fraude heeft gepleegd. Daarnaast oordeelt het hof dat artikel 35 van Verordening nr. 1291/2000 inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten niet alleen moet waarborgen dat de invoerverplichting wordt nagekomen, maar ook dat het bewijs van gebruik van het certificaat binnen een bepaalde termijn wordt overgelegd. In een heel andere zaak was het de vraag of de Zweedse rechter bevoegd was om kennis te nemen van een geschil over de schulden veroorzaakt door een  aandeelhouder en bestuurslid van een Zweedse vennootschap die in Nederland wonen. Volgens het Hof valt onder ‘verbintenissen uit onrechtmatige daad’ in de zin van artikel 5(3) Verordening nr. 44/2001 ook de aansprakelijkheid voor schulden die zijn ontstaan doordat de vennootschap haar werkzaamheden heeft kunnen voortzetten hoewel sprake was van onderkapitalisatie en de vennootschap in vereffening had moeten gaan.

In ander nieuws: Het EU recht verzet zich er niet tegen dat ondernemingen die een elektronische communicatiedienst of -netwerk aanbieden een bijdrage zijn verschuldigd ter dekking van alle kosten van de nationale regelgevende instantie die niet door de staat worden gedragen. Er gelden wel voorwaarden. Evenmin – en helaas voor wie in België een Citroën wil kopen met een verzekering cadeau – is het verboden dat een lidstaat in een limitatief aantal opgesomde gevallen een algemeen verbod geeft op gezamenlijke aanbiedingen aan de consument waarvan minstens één bestanddeel een financiële dienst is. Wel staat het EU recht eraan in de weg dat een lidstaat als enige voorwaarde voor studiefinanciering voor een opleiding van een andere lidstaat voor meer dan één jaar stelt dat de aanvrager gedurende minstens drie jaar zijn vaste woonplaats op het nationale grondgebied heeft gehad. Goed nieuws voor flink rondreizende studenten dus.

Tot slot nog Eurowob en externe betrekkingen. Hoewel lidstaten bepaalde instellingen of organen die optreden in een wetgevende hoedanigheid kunnen uitsluiten van de verplichting om toegang te verlenen tot de milieu-informatie waarover zij beschikken, mag die uitsluiting geen betrekking hebben op ministeries wanneer zij voorschriften van lagere rang dan een wet voorbereiden en vaststellen. En artikel 27 van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, gehecht aan de Overeenkomst tot oprichting van de WTO, valt onder de gemeenschappelijke handelspolitiek.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: