Deze week in Luxemburg (2013/38-39)

door AJM op 01/10/2013

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg (2013/38-39)

Deze week meteen twee weken aan EU jurisprudentie. Het Hof is weer vol terug en heeft een indrukwekkende hoeveelheid uitspraken gewezen. Voor deze bijdrage uitgesplitst met handzame subkopjes.

Nietigheidsberoepen: Europese subsidies, beperkende maatregelen tegen Iran en vaststelling van de begroting

Het Koninkrijk Spanje heeft zonder succes een verzoek tot nietigverklaring gedaan van een Commissiebesluit tot vermindering van de financiële bijstand uit het Cohesiefonds voor acht projecten in Catalonië. (T 402/06) Ook een Nederlands verzoek om nietigverklaring bleef zonder succes. Dit keer ging het om de nietigverklaring van een uitvoeringsbesluit van de Commissie houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven op basis van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. (T 343/11)

De steeds terugkomende beroepen over de diverse beperkende maatregelen tegen Iran leveren deze week een divers beeld op. Het verzoek van Iran Shipping Lines en anderen tot gedeeltelijke nietigverklaring van onder meer een Raadsbesluit betreffende beperkende maatregelen tegen Iran heeft succes. (T 489/10). Dat gold niet voor het verzoek van een Iraanse bank en een aantal andere verzoekers ten opzichte van een vergelijkbaar besluit. (T 8/11). Tot slot institutioneel interessant: De Raad van de Europese Unie heeft verzocht om de nietigverklaring van een handeling van de voorzitter van het Europees Parlement waarin werd geconstateerd dat de algemene begroting van de EU voor het begrotingsjaar 2011 definitief was vastgesteld. Het Hof heeft dat beroep verworpen. (C 77/11).

Sociale verhalen

In Spanje bestaat een regeling waarbij moeders die onder een wettelijk socialezekerheidsstelsel vallen na het verplichte verlof van zes weken langer verlof kunnen opvragen. De biologische vader kan in deze tweede periode ook verlof opnemen, maar niet als de moeder niet onder een wettelijk socialezekerheidsstelsel valt. Zijn rechten worden dus afgeleid van die van de moeder (dat geldt niet in het geval van adoptie). Het Hof heeft geoordeeld dat het Europese recht zich in beginsel niet tegen een dergelijke regeling. (C-5/12). In dezelfde sfeer: A-G Wahl heeft geconcludeerd dat het EU recht zich niet uitstrekt tot het recht op betaald verlof voor ouders die een kind hebben gekregen via een surrogaatouder. (C-363/12). A-G Kokott concludeert dat het recht op moederschapsverlof zich uitstrekt tot beide moeders wanneer een kind is geboren uit een surrogaatmoederschap. Het verlof wordt dan niet verdubbeld maar tussen de moeders verdeeld, waarbij zij beide recht moeten hebben op minstens twee weken. (C-167/12).

Het ging deze maand niet alleen om ouderschap. Het Hof heeft geoordeeld dat het verbod van leeftijdsdiscriminatie ook betekent dat ambtenaren die in aanmerking komen voor een ouderdomspensioen, niet om die reden mogen worden uitgesloten van wachtgeld dat bestemd is voor ambtenaren die zijn ontslagen wegens schrapping van hun post. (C-546/11). Ook oordeelde het Hof dat het socialebijstandsstelsel van een land niet automatisch mag uitsluiten dat een uitkering wordt toegekend aan een economisch niet-actieve staatsburger van een andere lidstaat wanneer die uitsluiting ook geldt voor de periode na de eerste drie maanden van verblijf. Dat de betrokken staatsburger niet voldoet aan de voorwaarden voor een recht om meer dan drie maanden legaal op het grondgebied van het gastland te verblijven (hij moet immers over voldoende bestaansmiddelen beschikken om te voorkomen dat hij een uitkering moet aanvragen) doet daar niet aan af. (C-140/12).

Reizen en verblijven

Er zijn drie interessante uitspraken gewezen over het reizen en verblijven binnen en naar de EU. Turkse onderdanen hebben volgens het Hof geen recht om zonder visum het grondgebied van een lidstaat van de EU te betreden om daar een dienst te ontvangen. Het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst EEG-Turkije verzet zich er niet tegen dat na de inwerkingtreding ervan een visumplicht wordt ingesteld met betrekking tot het ontvangen van diensten. (C-221/11). Een andere zaak gaat over de Europese terugkeerrichtlijn. In Duitsland is vóór de implementatie van die richtlijn aan een aantal personen een verbod opgelegd om het Duitse grondgebied binnen te komen en daar te verblijven. Volgens het Hof is het ook dan niet toegestaan om strafmaatregelen te verbinden aan de uitzetting wanneer die meer dan vijf jaar oud is op het tijdstip waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaat opnieuw binnenkomt, nu de maximale termijn op grond van de Richtlijn vijf jaar betreft. Het Hof heeft daarnaast geoordeeld dat het niet toegestaan is om een dergelijk verbod in beginsel voor onbepaalde tijd in te stellen, waarbij de betrokken persoon een aanvraag moet indienen voor een beperking. (C-279/12).

Wie binnen de EU reist kan dat nu ook prima met de trein doen en mag ook schadevergoeding verwachten bij vertraging vanwege overmacht. Een spoorwegonderneming mag in haar algemene voorwaarden volgens het Hof geen clausule opnemen waarbij zij zich vrijstelt van haar verplichting tot vergoeding van de prijs van het vervoerbewijs in geval van vertraging die is te wijten aan overmacht. (C 509/11).

Subsidies en vergunningen

Wanneer een lidstaat een steunregeling instelt voor warmtekrachtkoppeling en de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, moet hij oppassen wanneer hij wil differentiëren naar rendement. Een dergelijke steunregeling mag volgens het Hof namelijk niet versterkte steun geven aan installaties voor warmtekrachtkoppeling die voornamelijk biomassa gebruiken, met uitsluiting van installaties die voornamelijk draaien op hout en houtafvalstoffen. Het beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie staat daaraan in de weg. (C-195/12). Met vergunningen mag meer. Volgens het Hof mag een lidstaat een vergunningenbeleid voeren waarbij in elke geografische zone in beginsel slechts één optiekzaak per 8,000 inwoners mag worden gevestigd en elke optiekzaak in beginsel een minimumafstand van 300 meter van reeds bestaande optiekzaken in acht moet nemen. Er moet wel sprake zijn van transparante en objectieve criteria. (C-539/11).

Opleidingen, oneerlijke handelspraktijken en erkenning van rechterlijke uitspraken

Tot slot nog een aantal losse zaken die ook het vermelden waard zijn. Een lidstaat mag een gespecialiseerde opleidingscyclus instellen in de geneeskunde en tandheelkunde, ook wanneer de benaming daarvan nog niet is opgenomen in de bijlage bij de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. Het is geen probleem als aan die opleiding personen deelnemen die alleen de basisopleiding geneeskunde of alleen de basisopleiding tandheelkunde hebben afgerond. Dat mag er niet toe leiden dat aan iemand zonder de basisopleiding tandheelkunde wel de titel van beoefenaar der tandheelkunde met basisopleiding wordt toegekend. Hetzelfde geldt voor de titel van arts met basisopleiding. (C-492/12). Het Hof heeft daarnaast bepaald dat een handelspraktijk die op grond van Richtlijn 2005/29/EG misleidend is jegens de consument, oneerlijk en daarmee verboden is. Er hoeft dan niet te worden onderzocht of die praktijk ook in strijd is met de vereisten van professionele toewijding. (C-435/11). En tot slot: Op grond van artikel 34(4) van de Brussel-I verordening wordt een rechterlijke beslissing niet erkend wanneer deze onverenigbaar is met een beslissing die vroeger in een ander land tussen dezelfde partijen is gegeven in eenzelfde geschil. Dat artikel heeft volgens het Hof geen betrekking op door gerechten van dezelfde lidstaten gegeven onverenigbare beslissingen. (C-157/12).

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: