Deze week in Luxemburg 2013/41

door AJM op 11/10/2013

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg 2013/41

In de aanloop naar de vergrijzingsgolf zou het Hof wel eens veel vragen over pensioenen kunnen gaan krijgen, zeker via de meer bereisde EU burgers. Zo ook deze week. Wie in meerdere lidstaten pensioen heeft opgebouwd, heeft volgens verordening 1408/71 uiteindelijk recht op uitkering in de lidstaat aan wiens ‘wettelijke regeling’ hij het langst onderworpen is. Twee pensionado’s verleidden de Centrale Raad van Beroep, niet heel vreemd gezien de grote hoeveelheid wetgeving, tot de vraag om welke wettelijke regeling het dan precies zou moeten gaan. Volgens het Hof moet worden uitgegaan van de wettelijke regeling die betrekking heeft op pensioenen of renten. Het gaat dus niet om de wettelijke regeling inzake prestaties bij ziekte en moederschap, en ook niet om de wettelijke regeling van de sociale zekerheid als geheel. Ook bereisd was een alleenstaande Togolese moeder die met haar Franse kinderen in Luxemburg woonde. De kinderen hadden niet hun recht van vrij verkeer uitgeoefend. Het Hof oordeelt in lijn met eerdere jurisprudentie dat wanneer de kinderen niet voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2004/38, de betrokken lidstaat hen (en de moeder) het verblijfsrecht op het grondgebied van een lidstaat mag weigeren, voor zover door deze weigering aan deze burgers niet het effectieve genot van de belangrijkste aan de status van burger van de Unie ontleende rechten wordt ontzegd. Het staat aan de verwijzende rechter om dit na te gaan.

In ander nieuws heeft het Hof zijn aanbestedingsjurisprudentie verder ingekleurd. Deelnemers aan een aanbestedingsprocedure moeten doorgaans hun economische en financiële draagkracht aantonen. Volgens een Italiaanse regel mochten zij zich daarbij niet beroepen op de draagkracht van meerdere andere ondernemingen. Die regel zou ervoor zorgen dat zo veel mogelijk ondernemingen zich op de aanbestedingsprocedure kunnen inschrijven, met als gevolg dus maximale concurrentie. Echter, volgens het Hof verzet de aanbestedingsrichtlijn zich tegen deze uitleg. Ondernemers moeten hun draagkracht behoudens uitzonderingen kunnen cumuleren. Het beginsel van gelijke behandeling verzet zich er volgens het Hof in een andere zaak niet per definitie tegen dat aan een inschrijver op een aanbesteding nog na het sluiten van de inschrijvingstermijn bepaalde gegevens mag aanvullen. Wel moet het dan gaan om stukken waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn. Daarnaast geldt de eis dat het ontbrekende stuk volgens de aanbestedingsstukken niet op straffe van uitsluiting hadden moeten worden verstrekt. Uitgangspunt blijft het vrije dienstenverkeer en de openstelling voor onvervalste mededinging.

Tot slot een herinnering: In een zaak over wettelijke aansprakelijkheid herhaalt het Hof de verplichting van de nationale rechter om het nationale recht waar mogelijk richtlijnconform uit te leggen. Dat geldt al helemaal wanneer, zoals in dit geval, de aan de orde zijnde nationale bepaling een letterlijke omzetting vormt van een bepaling uit een richtlijn.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: