Deze week in Luxemburg 2013/43

door AJM op 25/10/2013

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg 2013/43

Hoe het zijn van beste jongetje van de klas je bijna de kop kan kosten. In Nederland is in de afgelopen jaren een splitsing aangebracht tussen netbeheerders zoals Liander en Stedin en energieleveranciers zoals Essent en Eneco. De netbeheerders mogen niet worden geprivatiseerd en mogen niet samen met de energieleveranciers een groep vormen. Tegen deze verboden zijn verschillende energieleveranciers opgekomen met onder meer het argument dat deze in strijd zouden komen met de Europese eisen van vrij kapitaalverkeer. Zij kunnen immers geen aandelen of deelneming in het kapitaal van een op het Nederlandse grondgebied actieve netbeheerder verwerven. Het Hof heeft deze week geoordeeld dat deze verboden inderdaad een belemmering vormen van het vrije kapitaalverkeer. Echter: met de verboden worden wel doelstellingen van algemeen belang nagestreefd, namelijk de onvervalste concurrentie en het verzekeren van de transparante en non-discriminatoire levering van gas en elektriciteit. Daarnaast dienden de verboden deels tot omzetting van EU richtlijnen die hetzelfde doel voor ogen hebben. Weliswaar gaan deze richtlijnen minder ver dan de in Nederland doorgevoerde verboden, maar dit neemt niet weg dat Nederland met deze maatregelen de door de richtlijnen nagestreefde doelstellingen heeft willen bewerkstelligen. De splitsingswet komt dus niet in strijd met het Europese recht.

Een andere zaak die de gemoederen deze week bezighield heeft betrekking op de voormalige Landesbanki, de beroemde IJslandse bank die wordt geliquideerd. Dat heeft ook gevolgen op het Europese vaste land. Richtlijn 2001/24 betreffende de sanering en liquidatie van kredietinstellingen houdt in dat de maatregelen tot sanering en liquidatie van een dergelijke instelling – in dit geval Landesbanki – plaatsvinden onder het recht van het thuisland daarvan – in dit geval IJsland. Daar is een wet aangenomen waarbij aan Landesbanki uitstel van betaling is verleend. Die wet heeft ook gevolgen voor een Frans staatsburger die een rechtsvordering tegen Landsbanki heeft ingesteld, ook als die rechtsvordering is ingediend vóór het verlenen van uitstel van betaling. Ook over wederzijdse erkenning, maar dan in een hele andere context, gaat de volgende zaak. Richtlijn 77/779 geeft lidstaten de mogelijkheid om autoriteiten in andere lidstaten te verzoeken om bijstand ten behoeve van het controleren van informatie in aangiften in de inkomstenbelasting. Die Richtlijn geeft de belastingplichtige om wie het gaat volgens het Hof niet het recht om van dit verzoek op de hoogte te worden gesteld of in de procedure te worden betrokken.

Het Hof heeft verder twee zaken aan zijn omvangrijke jurisprudentie over studiefinanciering toegevoegd. In de eerste, Duitse, zaak heeft het geoordeeld dat het EU recht zich verzet tegen een regeling van een lidstaat waarbij zijn eigen onderdaan die zijn vaste woonplaats in een andere lidstaat heeft, alleen bij bijzondere omstandigheden in aanmerking komt voor studiefinanciering voor een opleiding in het buitenland, en dan alleen wanneer het gaat om een opleiding in de lidstaat waar die onderdaan zijn vaste woonplaats heeft of in een buurland ervan.  Voor opleidingen in het buitenland geldt naar Duitsland eveneens dat alleen recht bestaat op studiefinanciering wanneer het gaat om een opleiding van minimaal twee jaar die leidt tot een diploma gelijkwaardig aan in Duitsland verstrekte diploma’s. Die regel is in strijd met het EU recht wanneer op grond daarvan studiefinanciering wordt geweigerd voor een eenjarige opleiding in het buitenland, terwijl de vergelijkbare opleiding in Duitsland ook één jaar zou hebben geduurd.

Mochten deze personen naar hun buitenlandse opleidingen willen rijden, kan het zinvol zijn om de volgende twee zaken op het netvlies te hebben. Het Hof heeft in de ene zaak geoordeeld dat diverse richtlijnen betreffende motorrijtuigaansprakelijkheid zo moeten worden uitgelegd dat zij ook strekken tot vergoeding van immateriële schade geleden door naasten van een bij een verkeersongeval overleden slachtoffer, zolang het toepasselijke nationale wettelijke aansprakelijkheidsrecht in een dergelijke vergoeding voorziet.  In een andere zaak heeft het Hof daaraan toegevoegd dat die schadevergoeding niet lager mag zijn dan de in de richtlijnen neergelegde minimumbedragen voor materiële schadevergoeding.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: