Deze week in Luxemburg 2013/46

door AJM op 15/11/2013

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg 2013/46

De Dublin II verordening over de behandeling van asielverzoeken kan nog wel eens tot hoofdbrekens leiden. Wat als aanleiding bestaat om aan te nemen dat de asielzoeker in de voor de behandeling verantwoordelijke lidstaat een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling? Met dat dilemma zag Duitsland zich geconfronteerd en stelde een prejudiciële vraag. Het Hof oordeelt dat een lidstaat in een dergelijk geval niet verplicht is om zelf de behandeling van het verzoek op zich te nemen. Hij dient dan wel na te gaan of een andere lidstaat kan worden aangewezen als lidstaat die verantwoordelijk is om het asielverzoek te behandelen.

Ook in het EU recht bestaat er zoiets als ‘false friends’. Dat zijn geen foute vrienden, maar je weet wel, het geval van de vlotte dertiger die zich met een zwier van zijn visitekaartje voorstelt als ‘undertaker’. Het is ook verleidelijk om een bepaalde voorstelling te hebben van bepaalde begrippen uit het EU recht. Denk aan de term ‘met name in strafzaken bevoegde rechter’ in kaderbesluit 2005/214. De inhoud van die term is echter Unierechtelijk bepaald en kan volgens het hof zeker ook slaan op bestuursrechters. Nu we het dan toch hebben over de uitleg van termen: het begrip ‘productie-installaties’ in de zin van Landbouwverordening 320/2006 ziet op silo’s die bestemd zijn voor de opslag van suiker, ook als die silo’s daarnaast voor andere doeleinden worden gebruikt. Onder dat begrip vallen dan weer niet silo’s die uitsluitend worden gebruikt voor de opslag van elders geproduceerde suiker of voor het verpakken of inpakken van suiker. En nog eentje: een onderneming had uit de EFRO-pot geld ontvangen voor het totstandbrengen van een bouwwerk. De betreffende werkzaamheden zijn toen deels uitbesteed en het bouwwerk is gedeeltelijk ook voor andere doeleinden gebruikt. Het Hof heeft geoordeeld dat dit afwijkende gebruik ook kwalificeert als ‘belangrijke verandering’ in de zin van verordening 1260/1999 en dat de uitbesteding zonder aanbesteding geoorloofd is zolang de gunning voldoet aan het transparantiebeginsel en ondernemingen in andere lidstaten in staat stelt om desgewenst hun interesse voor de concessie te tonen.

Het probleem van false friends is natuurlijk verholpen als het Europese recht überhaupt niet op een zaak van toepassing is. Over deze mogelijkheid (of eigenlijk de omgekeerde) gingen deze week twee zaken. De Belgische Raad van State heeft gevraagd of een Belgische onderneming zich voor de Belgische rechter mag beroepen op de fundamentale regels van het Unierecht, met name op het transparantiebeginsel, met betrekking tot een overeenkomst die niet binnen de werkingssfeer van één van de richtlijnen inzake openbare aanbestedingen valt, waarbij een Belgische overheid rechten overdraagt aan een andere Belgische onderneming. Het Hof beantwoordt bevestigend, mits bij de betrokken rechten een duidelijk grensoverschrijdend belang is betrokken. De vraag naar de Europese dimensie was ook relevant in de volgende casus: een Oostenrijks stel boekt via het Duitse lastminute.com een reis die zal worden georganiseerd door het Oostenrijkse TUI. Wanneer de reis zwaar teleurstelt, rijst de vraag of het stel ook jegens TUI de bescherming van de EEX-verordening kan inroepen. Het Hof oordeelt van wel: Het begrip „wederpartij bij de overeenkomst” in de EEX-verordening heeft onder omstandigheden ook betrekking op de in de woonstaat van de consument gevestigde contractpartner van de marktdeelnemer waarmee deze consument het desbetreffende contract heeft gesloten.

Tot slot nieuws uit het staatssteunfront. De verlenging van een duurovereenkomst met een onderneming tegen voorwaarden die inmiddels gunstiger zijn dan die gelden voor andere onderneming hoeft niet te leiden tot een selectief voordeel in de zin van artikel 107(1) VWEU.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 Super De Boer 17/11/2013 om 20:39

8) Deze stukjes zijn goed geschreven en nuttig. En met bondige jurisprudentienieuwsbrieven is ook niets mis, integendeel.

Gelet op mijn EU-aversie kom ik echter zelden verder dan ‘diagonaal doorlezen’. En als ik dan vervolgens halverwege vanuit mijn ooghoek bemerk dat de EU-rechter het akkoord vindt om buiten de sfeer van hard EU-recht om toch EU-recht van toepassing te achten, dan heb ik al twee keer overgegeven en zit ik daarna nog geruime tijd verstijfd van angst op de bank, met maar één gedachte in mijn hoofd: WE ARE UNDER ATTACK.

Ik weet, ik weet….mogelijk zie ik het te somber in en ben ik één van die conservatieven, die volgens allerlei al dan niet zelfbenoemde transitiegoeroes niet klaar zijn voor dit “kanteltijdperk”.

Niet uit te sluiten valt zelfs dat ik de benefits van de op dit moment semi-supranationaal aanvoelende EU niet op juiste waarde schat.

Wellicht blaf ik naar de maan. Maar toch.

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: