Deze week in Luxemburg 2014/3

door AJM op 17/01/2014

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg 2014/3

Wat zal 2014 ons brengen? Veel opzienbarende Luxemburgse uitspraken, als we van de afgelopen week mogen uitgaan. Het wordt weer eens tijd voor een overzicht.

Om maar meteen goed te beginnen heeft het Hof korte metten gemaakt met een besluit van de Commissie waarin het had geoordeeld dat Portugal een arrest van het Hof niet was nagekomen en dat de in dat arrest opgelegde dwangsommen moesten worden betaald. De door Portugal nieuw aangenomen wetgeving zou volgens de Commissie geen adequate uitvoering van dat arrest zijn. Die beoordeling, aldus het Hof, valt niet binnen de bevoegdheden van de Commissie. Het staat aan het Hof zelf om te beoordelen of nieuwe wetgeving met het EU recht verenigbaar is.

Het volgende punt op de agenda was de zelfstandige betekenis van het EU handvest. In een richtlijn wordt handen en voeten gegeven aan artikel 27 van het Handvest van grondrechten met betrekking tot de voorlichting, de raadpleging en de inspraak van werknemers. De betrokken bepalingen kunnen echter niet worden ingeroepen in een geschil tussen particulieren. De vraag is of particulieren in een dergelijk geval wel een beroep kunnen doen op de horizontale rechtstreekse werking van artikel 27 van het Handvest. Volgens het Hof kan artikel 27 van het Handvest niet worden ingeroepen in een geding tussen particulieren om nationale bepalingen buiten toepassing te laten. Dat geldt ook wanneer dat artikel wordt gelezen in samenhang met de bepalingen van een richtlijn die dat artikel handen en voeten moet geven.

Groot nieuws vervolgens voor volgers van de Burgerschapsrichtlijn (2004/38/EG) met wel drie arresten deze week. Het eerste arrest gaat over artikel 16 van de richtlijn, op basis waarvan familieleden van EU burgers die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal in het gastland bij de EU burger hebben gewoond, daar een duurzaam verblijfsrecht krijgen. Het Hof heeft geoordeeld dat periodes die in het gastland in de gevangenis zijn doorgebracht daarvoor niet meetellen. Periodes die in de gevangenis zijn doorgebracht doorbreken het ononderbroken karakter van het verblijf. Gevangenisstraffen zijn een hot issue; ze komen ook in het tweede arrest aan de orde. Dit keer gaat het over artikel 28 op basis waarvan geen besluit tot verwijdering kan worden genomen ten aanzien EU burgers of hun familieleden, behalve om dwingende redenen van openbare veiligheid, indien zij de laatste tien jaar in het gastland hebben verbleven. Die periode, aldus het Hof, moet ononderbroken zijn. Periodes die in de gevangenis zijn doorgebracht kunnen (!) het ononderbroken karakter doorbreken en een negatieve invloed hebben op de toekenning van de in artikel 28 bedoelde verhoogde bescherming. Dat geldt zelfs wanneer de betrokken persoon gedurende de tien jaar voorafgaand aan zijn gevangenisstraf in het gastland heeft verbleven. Het Hof is hier minder strikt: er dient in dit geval een algehele beoordeling plaats te vinden waarbij ook andere factoren een rol kunnen spelen. Het derde arrest gaat over het concept ‘familielid’. Onder dat concept vallen de rechtstreekse bloedverwanten van een EU burger in neergaande lijn. Zij moeten jonger zijn dan 21 of de EU burger ‘ten laste’ zijn. Anders dan de Zweedse Migrationsverk meende, hoeft een bloedverwant boven de 21 echter niet aan te tonen vergeefs te hebben getracht werk te vinden of anderszins in zijn levensonderhoud te voorzien. Dat het familielid wordt geacht goede vooruitzichten te hebben om werk te vinden, is niet van invloed op de vraag of hij ten laste is.

In vergelijking lijkt de rest van de vangst van afgelopen week karig, maar dat beeld is vertekend. Vooral interessant voor civilisten zijn de volgende zaken: Het Hof heeft geoordeeld dat de EEX-verordening zo moet worden uitgelegd dat, ingeval een producent aansprakelijk wordt gesteld voor een gebrekkig product, de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis de plaats is waar het betrokken product is vervaardigd. Verder zijn rechters van de lidstaat op het grondgebied waarvan de insolventieprocedure is geopend, volgens het Hof bevoegd om uitspraak te doen over een faillissementspauliana die is gericht tegen een verweerder die zijn woonplaats niet in een lidstaat heeft. Ook interessant voor hen die zich bewegen op de al dan niet opkrabbelende huizenmarkt: In de koopovereenkomst voor een huis stond een beding opgenomen dat koper onder meer ook een bepaalde belasting zou betalen. Volgens de koper was dit beding oneerlijk in de zin van de richtlijn oneerlijke bedingen. Volgens de verkoper was echter geen sprake van de daarin vereiste “aanzienlijke verstoring van het evenwicht” omdat de belasting in verhouding tot de koopprijs betrekkelijk laag was. Het Hof oordeelt dat het voor een “aanzienlijke verstoring van het evenwicht” voldoende is dat de inhoud van de rechten die de consument naar nationaal recht aan de overeenkomst ontleent, worden beperkt of dat een extra verplichting wordt opgelegd waarin het nationale recht niet voorziet. De nationale rechter dient bij zijn beoordeling wel alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst en alle bedingen daarvan in aanmerking te nemen.

Het lijkt passend om af te sluiten met het verstrijken van een verjaringstermijn. Een Oostenrijkse werknemer vond na zijn pensioen dat hij bij zijn indiensttreding in een verkeerde salarisschaal was ingedeeld en dat dit neerkwam op discriminatie op basis van leeftijd. Het Hof heeft geoordeeld dat het effectiviteitsbeginsel er niet aan in de weg staat dat een verzoek om een herziening van de diensttijd onderhevig is aan een dertigjarige verjaringstermijn.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: