Deze week in Luxemburg 2014/6

door AJM op 07/02/2014

in Europa

Post image for Deze week in Luxemburg 2014/6

Het was een belangrijke week voor ondernemingen die deel uitmaken van een groep en die hun hoofd breken over de BTW-regels. En, vooruit, voor de Portugese pleziervaart. Volgens een Portugese regel mogen personen die niet in Portugal wonen niet deelnemen aan het examen voor het behalen van een vaarbewijs voor de pleziervaart. Dit is – het zal inmiddels niet meer verbazen – in strijd met het EU recht. Dat het veiligheidsniveau op zee moet worden gewaarborgd, overtuigt het Hof niet.

Ook ontoelaatbaar is een regeling die een onder het recht van die staat vallende dochteronderneming slechts vrijstelt van bepalingen betreffende de inhoud, de controle en de openbaarmaking van de jaarrekening (uit richtlijn 78/66/EEG) wanneer ook de moederonderneming onder het recht van die lidstaat valt.

Dan twee belastingzaken die iets meer uitleg verdienen. De eerste zaak gaat over discriminatie. Het Hongaarse belastingstelsel is zo vormgegeven dat rechtspersonen die binnen een groep met andere vennootschappen zijn verbonden, een hogere belasting betalen dan rechtspersonen die dat niet zijn. Als zou blijken dat rechtspersonen op een bepaalde markt die hier, als onderdeel van een vennootschapsgroep, nadeel van leiden en zij voor het merendeel verbonden zijn met vennootschappen met zetel in een andere lidstaat, is sprake van indirecte discriminatie op grond van de zetel van de vennootschappen. Dat is verder voor de nationale rechter om na te gaan.

De tweede zaak gaat over de vraag of de belastingdienst een onderneming in de nek kan slaan voor een fout die een andere onderneming heeft gemaakt. Een Roemeense onderneming heeft van een dienstverrichter een factuur ontvangen over het voor de diensten afgesproken bedrag plus BTW. De onderneming betaalt het hele bedrag en dient vervolgens, met succes, bij de nationale belastingdienst een verzoek in voor aftrek van de BTW. Echter, wanneer blijkt dat de dienstverrichter de BTW verkeerd heeft berekend, vordert de belastingdienst de BTW-aftrek inclusief rente bij de onderneming terug. Het gaat om een pijnlijke som van omgerekend bijna € 1 miljoen. De vraag is of het EU recht zich daar niet tegen verzet. Helaas voor de onderneming in deze zaak antwoordt het Hof dat het EU recht toestaat dat een dienstontvanger het recht op BTW-aftrek verliest wanneer hij onverschuldigd aan de dienstverrichter heeft betaald op basis van een verkeerd opgestelde factuur, wanneer die fout vanwege het faillissement van de dienstverrichter niet kan worden verholpen. Ook het feit dat het recht op BTW-aftrek bij onherroepelijk bestuursbesluit is erkend, staat aan de terugvordering niet in de weg. Dat geldt in ieder geval wanneer het nationale recht bepaalt dat bij wijze van uitzondering binnen de verjaringstermijn een bepaalde periode opnieuw kan worden onderzocht indien aan de belastinginspecteurs op de datum van de controle onbekende aanvullende gegevens of rekenfouten aan het licht komen die een invloed hebben op de uitkomst van die controle.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: