Donner en het recht op inlichtingen

door GB op 24/03/2011

in Haagse vierkante kilometer

‘Privé’ is booming in het parlementair stelsel. Eerder probeerde Balkenende de kroonprins er al mee uit de wind te houden. Onlangs moesten de handelsbetrekkingen met Oman via de persoonlijke levenssfeer van de majesteit aan het politieke strijdgewoel onttrokken worden. En nu heeft ook Donner zich erop beroepen, in een poging het kamerlid Schouw van het lijf te houden. Schouw wil ‘volstrekte openheid’ ten aanzien van de belangen van ministers, en heeft daarom al een paar keer gevraagd om een compleet overzicht van alle belangen. Waarom de site van Schouw zelf alleen partijspam bevat, en geen ‘volstrekte openheid’ over zijn eigen financiële handel en wandel (zijn belastingaangiftes van de afgelopen 10 jaar bijvoorbeeld) blijft overigens duister. Maar dat mag ook, want dat is een andere kwestie.

Hier gaat het om de principiële brief die Donner geschreven heeft over de reikwijdte van artikel 68 Grondwet. Centraal staat dit uitgangspunt:

Bewindslieden leggen verantwoording af over de aangelegenheden die aan de uitoefening van hun ambt verbonden zijn of daaraan toegerekend kunnen worden. De grondwettelijke plicht om de Kamer van inlichtingen te voorzien heeft daar betrekking op. Die plicht omvat ook inlichtingen van feitelijke aard die niet het handelen van bewindslieden in hun ambt betreffen maar waarover zij beschikken. Maar in dat laatste geval zal het moeten gaan om inlichtingen waarover een bewindspersoon als staatsorgaan beschikt, of die hij als orgaan zou moeten of kunnen verwerven en die van belang zijn voor de besluitvorming van de Kamer.

Ik onderscheid twee hoofdmoten van de inlichtingenplicht: een recht op inlichtingen in verband met de politieke ministeriële verantwoordelijkheid en een recht op  feitelijke informatie waarover de minister toevallig beschikt of zou kunnen beschikken en die van belang is voor de besluitvorming in de kamer. Aan de tweede categorie verbindt Donner een grens: ‘aangelegenheden in de niet-publieke sfeer vallen hier niet onder.’ Pas als privé-aangelegenheden het publieke functioneren van een bewindspersoon beïnvloeden of dreigen te gaan beïnvloeden, zijn ze niet meer prive en pas dan vallen ze onder artikel 68 Grondwet. Tot die tijd blijven de dagboeken en vakantiereizen in beginsel buiten het bereik van het inlichtingenrecht ex artikel 68 Grondwet.

Opmerkelijk in de eerste plaats is dat Donner hier een scherpe koers vaart. Als artikel 68 namelijk wel van toepassing was geweest, dan had Donner nog steeds een beroep kunnen doen op de persoonlijke levenssfeer. Dat is immers een geaccepteerde weigeringsgrond. Door de informatie nu buiten het bereik van artikel 68 überhaupt te plaatsen, komt hij aan die afweging niet eens toe. Waarom zou hij dat doen? Ik heb geen idee. Mogelijk is het standpunt ‘dit valt er niet eens onder’ een politiek stevigere positie dan de het standpunt dat ‘het belang van de privé-sfeer in dit geval zwaarder moet wegen’. Althans, ik kan mij voorstellen dat de Tweede Kamer eerder een afweging durft te corrigeren dan een interpretatie van het bereik.

Het blijft overigens de vraag of Donner artikel 68 Grondwet lang buiten de deur kan houden. Wat nu als Schouw aan de minister van Financiën de belastingaangiftes van Rutte vraagt? Het opleggen van een belastingaanslag lijkt mij een aangelegenheid die aan de uitoefening van het ambt van de minister van Financiën toegerekend kan worden. Dan zal alsnog een beroep moeten worden gedaan op de weigeringsgrond van artikel 68 Grondwet. (h/t Aernout Nieuwenhuis)

Het tweede opvallende punt is de begrenzing van de tweede categorie (feitelijke gegevens die de minister toevallig heeft) tot die gegevens die ‘van belang zijn voor de besluitvorming van de Kamer’. Donner geeft daar vervolgens een objectieve lezing aan. Het maakt niet uit wat Schouw zelf nodig vindt, het maakt uit of de Kamer bewindslieden benoemt. Dat laatste is niet het geval. De Kroon screent en benoemt de bewindspersonen. Daarom is het ook de Kroon die de dossiers licht. De Kamer hoeft slechts te besluiten of ze in het algemeen met deze procedure akkoord gaat en of ze specifiek deze minister vertrouwt. Daarvoor kunnen dus wel privé gegevens opgevraagd worden, maar dan moet er eerst een aanleiding zijn.

Een voicemail, bijvoorbeeld.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: