Donner naar de Raad van State

door MN op 07/07/2011

in Haagse vierkante kilometer, Varia

De krant van wakker Nederland heeft van “bronnen” vernomen dat de ministerraad morgen de huidige minister van Binnenlandse Zaken zal voordragen als vice-president van de Raad van State. Teken aan de wand zou zijn dat de voordracht niet, zoals de wet dat vergt, wordt opgesteld door de minister van Binnenlandse Zaken (Donner) maar door de minister van Veiligheid en Justitie (Opstelten).

Donners naam circuleert al langer. Vaak werd hij samen met PvdA-fractieleider Cohen genoemd als potentieel opvolger van Tjeenk Willink. Tot aan de persconferentie is het nog gissen of het gerucht klopt. Daarom hier een terugblik op enkele benoemingen van voorgangers van Tjeenk Willink en wat kanttekeningen bij die van zijn mogelijke opvolger.

H.D. Tjeenk Willink moet volgend jaar stoppen omdat hij in januari 2012 de pensioengerechtigde leeftijd van 70 jaren bereikt. Het is goed mogelijk dat de nieuwe vice-president te maken zal krijgen met een troonswisseling. Ongetwijfeld speelt dit een rol bij de keuze van de kandidaat. Enige bemoeienis van de zijde van het hof is niet ondenkbaar. Wat dat aangaat heeft Donner een gunstige stamboom. Zo verijdelde een van zijn voorouders in 1787 een patriottische aanslag op het paleis van stadhouder prins Willem V. Daarbij ving hij met zijn verhemelte een kogel op. Als dank schonk prins Willem Donner twee gouden implantaten.

Het is niet de eerste keer dat een kabinet een vice-president voordraagt met het aantreden van een nieuwe vorst in het verschiet. In 1896, twee jaar voordat koningin Wilhelmina meerderjarig werd en zij regentes Emma kon aflossen, werd de Noord-Hollandse Commissaris van de Koningin J.W.M. Schorer gepolst over een benoeming tot vice-president. De brief waarmee minister van Binnenlandse Zaken Van Houten Schorer uitnodigde zich beschikbaar te stellen, verwees impliciet naar de aanstaande troonswisseling. De ministerraad, zo schreef Van Houten, wenste “dat de invloed, dien de vice-president in het bijzonder in de eerstvolgende jaren op ons land kan uitoefenen, in handen zij van iemand van wien wij verzekerd zijn dat hij de kroon in zuiver constitutioneelen zin raadt en zonder parti pris zaken en personen beoordeelt”. Schorer bewilligde contrecoeur nadat de liberale minister-president Roëll en regentes Emma kenbaar hadden gemaakt geen andere geschikte kandidaten te zien.

Evenmin is de opvolging van de vice-president van de Raad van State door een minister van Binnenlandse Zaken een noviteit: in 1840 werd minister H.J. baron van Doorn van Westcapelle benoemd tot vice-president. Deze Van Doorn was niet helemaal vergelijkbaar met Donner: Van Doorn was weliswaar in 1830 benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken, enkele jaren later kreeg hij de functie secretaris van staat – een soort coördinerend minister. Na zijn benoeming tot vice-president in 1840 combineerde Van Doorn dit ambt met het voorzitterschap van de ministerraad. Lang heeft Van Doorn niet van deze synergievoordelen kunnen genieten: koning Willem II begreep dat Van Doorn aan wel erg veel knoppen kon draaien, en voerde daarom in 1842 een nieuw reglement van orde voor de ministerraad in. Dat reglement maakte een einde aan het vaste voorzitterschap van de ministerraad; voortaan hanteerden de ministers met portefeuille bij toerbeurt de voorzittershamer.

De geruchtenmachine vermeldt niet of de Raad van State zelf een voorkeur voor Donner heeft. Op grond van de wet (art. 2) doet de Raad bij vacatures voor leden een voordracht, maar wordt hij gehoord over kandidaten voor het ambt van vice-president. In het verleden deed de Raad ook voordrachten voor de benoeming van een vice-president. Dat was bepaald niet altijd succesvol: in 1980 opperde de Raad een keuze tussen de staatsraden Van der Hoeven en Veringa. Tot verrassing van velen werd oud-staatsraad Scholten benoemd.
Donner zou niet de eerste vice-president zijn die voorafgaand aan zijn benoeming lid is geweest van de Raad van State. Uit het recentere verleden kunnen naast Scholten nog Beel en Ruppert worden genoemd als staatsraden die het tot vice-president schopten, al dan niet na onderbreking voor andere werkzaamheden.

Donners kandidatuur hoeft dus niet af te ketsen op zijn doopceel noch op de praktijk bij eerdere benoemingen, integendeel. Toch zijn er vraagtekens te plaatsen bij de keuze om, in deze tijd, een politicus die zo relevant geweest is voor de totstandkoming van het minderheidskabinet, te benoemen tot vice-president. Donner was degeen die de CDA-dissidenten Ferrier en Koppejan binnen boord moest houden toen zij dreigden niet in te stemmen met het regeerakkoord. Hij is de eerst aangewezen regeringsvertegenwoordiger in een conflict met de decentrale overheden over het bestuursakkoord. Men kan zich afvragen of zo’n Mijer van de 21ste eeuw nu wel de meest geschikte figuur is om leiding te geven aan de belangrijkste regeringsadviseur. Hoe onterecht ook, het risico is levensgroot dat adviezen van de Raad van State onder de hypotheek van een beweerdelijk partijdig vice-voorzitterschap komen te staan. Natuurlijk zou dat onzin zijn, al was het maar omdat de tijd dat de vice-president zich intensief bemoeit met de inhoud van adviezen vermoedelijk (geheim van de Kneuterdijk) achter ons ligt. Maar voor de beeldvorming, een aspect dat een kabinet dat gezichtsbedekkende kleding wil verbieden ook belangrijk zou moeten vinden, lijkt benoeming van Donner onverstandig. Ik verwijs naar de al aangehaalde brief waarmee Van Houten Schorer aanzocht vice-president te willen worden: de raadsman achter de troon moet iemand zijn waarvan kan worden aangenomen dat hij “zonder parti pris zaken en personen beoordeelt”. Donner heeft, wat dat aangaat, de schijn tegen. Volledigheidshalve: soortgelijke bezwaren zouden ook kunnen worden ingebracht tegen de kandidatuur van Cohen, die als voorman van de grootste oppositiefractie evenmin direct geloofwaardig zou zijn als vice-president.

Er zijn uiteraard alternatieven te over voor Donner, al was het maar omdat iedere Nederlander in openbare dienst benoembaar is. Een heel opmerkelijke variant zou zijn het voorbeeld van 1829 te volgen: in dat jaar benoemde koning Willem I zijn zoon Willem Frederik George Lodewijk van Oranje tot vice-president. Daarmee verschafte de koning zijn zoon een uitstekende maatschappelijke stage die hem voorbereidde op het overnemen van het ambt van zijn vader. Indertijd konden vader en zoon niet bevroeden dat zij later zo zeer tegenover elkaar zouden komen te staan.

Beter zou het zijn als de volgende vice-president iemand is die op teveel afstand staat van het politieke bedrijf om met recht beschuldigd te kunnen worden van vooringenomenheid, maar die wel genoeg vertrouwdheid heeft met het openbaar bestuur om van meet af aan op gezaghebbende wijze de Raad van State te kunnen leiden. Als die maatstaf wordt gehanteerd, blijven er maar weinig kandidaten over. Zou een gepensioneerde Beatrix zin hebben?

{ 7 reacties… read them below or add one }

1 PB 07/07/2011 om 08:10

Bedankt voor het onderzoek van dit stukje, erg mooi. Ik denk dat het allemaal wel meevalt met een schijn van partijdigheid, maar de oppositie zal het natuurlijk wel weer aangrijpen om wantrouwen te zaaien over de benoeming. Ik hoop dat de oppositie dat niet doet, omdat het slecht is voor de visie van mensen op de overheid.

2 WJLH 07/07/2011 om 08:24

Ik denk ook wel dat het meevalt met de schijn van partijdigheid…het zal partijdigheid tout court zijn. Welke formele taken een vice-president ook heeft, hij (zij?) zal daar niet (willen) zitten als-ie zich niet fijn met de inhoud mag bemoeien. Donner en koning(in) zullen het vast goed met elkaar kunnen vinden. Regeren beide geslachten niet bij de gratie Gods?

3 MN 07/07/2011 om 11:08

En de eerste bezwaren zijn al geuit. Naast de benoeming van een vice-president schijnt morgen ook het voorstel tot verkleining van het aantal leden van de Staten-Generaal in de ministerraad besproken te worden. Als er niet al te veel haast achter dat voorstel wordt gezet, zijn er allerlei synergievoordelen voor Donner te bedenken.

4 ROVE 08/07/2011 om 09:09

Daar gaat de Wob…!

5 AT 19/08/2011 om 16:09

In 1933 werd minister Beelaerts van Blokland (Buitenlandse Zaken) benoemd tot vicepresident van de Raad van State. Overigens was dat wel rond verkiezingstijd.

Volgens ‘Parlement&Politiek’ had minister De Geer die functie eerder geweigerd.

6 MN 14/10/2011 om 15:42

Update: per vandaag genomen en gepubliceerd koninklijk besluit is de minister van Veiligheid en Justitie belast met de sollicitatieprocedure. Dat ontslaat Donner van de verplichting om zijn eigen benoeming te contrasigneren. Nu nog een functieprofiel publiceren en er kan geschoven worden. Het interessantst aan de kwestie is welk nieuw CDA-gezicht het Binnenhof gaat betreden. Donners vertrek maakt een tombola mogelijk. Het zou zo maar kunnen dat het nieuwe gezicht (wellicht de opvolger van een sterk Kamerlid dat tot minister wordt gepromoveerd) de CDA-leidsman of -vrouw wordt.

7 ROVE 17/10/2011 om 13:38

Gezocht: P.H. Donner (M/V)

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: