Driemanschap adviseert Staatscommissie

door GB op 22/02/2017

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Driemanschap adviseert Staatscommissie

Drie mannen lopen in lange regenjassen langs de Hofvijver. Ze zetten hun kraag op en kijken bezorgd. Dat zijn ze ook. Over de politieke situatie van ons land. Over de verwarring en de ondoorzichtigheid. Over het tanende vertrouwen van de kiezers. Over de ontoereikendheid van de verouderde politieke spelregels. Over de onbeweeglijkheid van de Grondwet. Over altijd maar weer het hetzelfde gezeur en hetzelfde geharrewar in regering en Tweede Kamer. Ze wilden er zo graag wat aan doen. Maar ze wisten niet hoe.

Het policy paper dat het Montesquieu-instituut aan de Staatscommissie-Remkes heeft aangeboden, ademt niet alleen de sfeer van het beroemde campagnefilmpje van D66, het leest ook als één lange voice-over. In een tekst vol vraagtekens en verzuchtingen mijmeren Joop van den Berg, Jan Schinkelshoek en Aalt Willem Heringa langs alle staatsrechtelijke kwesties van het moment. Over de problemen: ‘Lastig was wel dat de polder meestal zelden eenvoudige heldere en begrijpelijke oplossingen produceerde. Dat hebben ‘we’ veelal op de koop toegenomen. Tot de laatste jaren steeds vaker en vooral steeds harder de vraag naar de legitimiteit van het constitutionele en politieke bestel in twijfel wordt getrokken. En nogal wel structureel en systematisch. Dat democratie hoog scoort, is een schrale troost als democratische procedures en dito uitkomsten minder en minder worden geaccepteerd.’ Ook de gedachten over de oplossingen worden in een peinzende monoloog gegoten. ‘En elementen van directe democratie dan? Ja, zoiets als het (al dan niet consultatieve) referendum zou inderdaad kunnen zorgen voor een instant bevrediging op specifieke issues. Al is de vraag of zo’n oplossing zal beklijven. Zal het de vertrouwenskloof werkelijk dichten of rammelt het zo zeer aan het representatieve stelsel dat we er grotere andere problemen oor terug krijgen?’

Eigenlijk is het onderliggende vertrouwensprobleem zo groot en zo fundamenteel, concluderen de heren, dat van het positieve staatsrecht geen oplossing verwacht mag worden. Eén van de aardige vondsten: ‘Als voetballen na een tsunami onmogelijk blijkt omdat het veld onder water staat, zal het veranderen van de spelregels rondom de buitenspelval of een rechtstreekse verkiezing van de scheidsrechter niet echt helpen.’ Toch hebben ze de Staatscommissie wel wat mee te geven. Allereerst zou niet het parlementair stelsel moeten worden onderzocht, maar het parlementair bestel. Het gaat uiteindelijk meer om politieke cultuur dan om de grondwettelijke structuur. Daarom ook ‘wijst de weg in de richting van kleinere stapjes: kleine aanpassingen van de kiesdrempel, een vergroting van het aantal Tweede Kamerleden, een geleidelijke omvorming van de Eerste Kamer naar een House of Lords-model, een grotere ondersteuning van Tweede Kamer en meer, beter contact met kiezers. Het zijn stapjes die – als ze al een oplossing bieden – vooral beperkt zijn.’

Zo relativerend als de heren spreken over de mogelijke oplossingen, zo hooggestemd zijn ze ondertussen in hun idealen. Dat ze geen genoegen nemen met vertrouwen in een democratisch proces als de daarin verkozen leiders vervolgens worden gewantrouwd, is niet toevallig. Op meer plaatsen in het paper waar van ‘vertrouwen’ wordt gesproken, gaat het om een positieve vorm van eigenaarschap en constructieve betrokkenheid van burgers bij beleid. Zo was het ook van oudsher: ‘de Nederlandse politiek kent een traditie waarin zo veel mogelijk een constructieve bijdrage wordt geleverd aan beleidsvorming, ook vanuit de kant van de oppositie.’ Van die traditie is inderdaad weinig meer over als de PVV zonder serieuze plannen jarenlang de peilingen aanvoert terwijl zijn achterban zelf niet eens lijkt te willen dat Wilders ook daadwerkelijk de premier van dit land wordt. Kiezers die het prima vinden dat Rutte de macht heeft, maar op Wilders stemmen voor de kritiek daarop. Kiezers die niet zozeer meer invloed willen, maar vooral meer verantwoording eisen. Naast hopen op betere tijden, zouden we ook kunnen kijken of in het staatsbestel niet ondertussen meer ruimte moet worden gemaakt voor deze nieuwe politieke traditie van haat-liefde-verhouding tot de macht. Misschien iets voor de Saatscommmissie-Remkes.

Anders dan in de voice-over van Van Mierlo, loopt het bij het Montesquieu-instituut dus niet uit op een stevig hervormingspakket systeemmaatregelen om de crisis te keren. Juist niet. Her en der een beentje bijtrekken, meer is volgens het driemanschap niet realistisch. Maar net als Van Mierlo eindigen de heren in het verlangen om het allemaal nog eens goed uit te leggen.

Als een Staatscommissie iets kan toevoegen aan het publieke debat over democratie, politiek en parlement, is het wel het aanscherpen, het onderlijnen, het aanzetten van het onverminderde belang van democratische kernwaarden, van verantwoording en controle, van macht en gezag, van checks and balances. Tegen die achtergrond laat zich het belang van een goed functionerend parlement het beste beantwoorden. Eigenlijk is het dan geen discussie meer.

{ 0 reacties… add one now }

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: