Een aflevering in de Spier-sequentie

door PWdH op 02/10/2009

in Rechtspraak

Al eerder besteedden we op dit blog aandacht aan de, bij vlagen poëtische, soms enigszins politiek ingestoken conclusies van advocaat-generaal Spier. Aan zijn conclusies komt nog meer gewicht toe, wanneer de Hoge Raad er zelf het zwijgen toe doet onder verwijzing naar artikel 81 RO. Het inhoudelijke oordeel wordt dan in feite door de advocaat-generaal geveld. Zo ook in dit geval, waarin Spier de Hoge Raad ‘afwerking op de voet van art. 81 RO’ van harte aanbeveelt.

Kort gezegd ging het om overheidsaansprakelijkheid wegens beweerdelijk falend toezicht op een notaris. Die had er met het geld van een beleggingsclub vandoor kunnen gaan. De rechtbank meende dat van falend toezicht (en daarmee van onrechtmatig handelen door de Staat) geen sprake was. Volgens het hof was dit wel het geval, maar moest de vordering van de beleggers stranden op het ontbreken van causaal verband. De beleggingsclub had niet duidelijk gemaakt hoe de Staat de schade had kunnen voorkomen. Zo ongeveer de enige mogelijkheid was ontzetting van de notaris geweest, maar beantwoording van de vraag of dat destijds geraden was valt, aldus Spier, binnen de ruime beleidsvrijheid van de Staat. Hetgeen opnieuw de vraag oproept of de Staat dan wel onrechtmatig heeft gehandeld (sub 4.14.3).

Hoewel het hof de Staat dus niet aansprakelijk houdt, volgt toch cassatieberoep. De Staat wil kennelijk zijn positie als toezichthouder helder gemarkeerd zien en legt blijkbaar nogal algemeen geformuleerde rechtsvragen voor. De (meer) voor de hand liggende klacht tegen de door het hof aangelegde maatstaf bij aansprakelijkheid van toezichthouders blijft daarbij overigens uit (sub 4.8.2e).

Nadat Spier in vijfvoud heeft beargumenteerd waarom hij niet kan inzien wat de Staat hiertoe beweegt, pakt hij echt uit onder het motto ‘meer redenen om niet in te gaan op de beweerdelijk vurige wens van de Staat om oordelen te geven die geheel liggen buiten hetgeen het Hof heeft geoordeeld’ (sub 4.9.1-4.10):

‘We leven – helaas – in een tijd waarin de wereld, ons land en een ontelbaar groot aantal burgers worden bedreigd door risico’s van ongekende omvang. Bij verschillende gelegenheden heb ik al gewezen op klimaatverandering met alle mega-ellende vandien. Maar er is zoveel meer, zoals uitputting van grondstoffen, minerale delfstoffen en overbevissing van de wereldzeeën. Van een andere orde van grootte, maar geenszins zonder belang, zijn allerlei nieuwe risico’s, zoals nano-technologie; onder meer de WRR heeft daar indringend voor gewaarschuwd. En ik heb het dan nog maar niet op de mogelijke nasleep van de kredietcrisis, onder meer als gevolg van de gevaren voor aanzienlijke inflatie waarvoor, de waarschuwingen van gezaghebbende economen ten spijt, nauwelijks oog lijkt te bestaan.

Al deze gevaren hebben één ding gemeen: overheden die het geheel laten afweten. Dat geldt vooral voor de westerse wereld en ook voor ons land.

Tot overmaat van ramp leven we in een tijd van globaliserende juridisering. De animo om veel munt te slaan uit ellende van anderen, om procedurecircussen de wereld rond te laten trekken, neemt hand over hand toe. Het besef dat het faciliteren van allerlei vormen van class action dit slechts in de hand werkt, ontbreekt volledig. Als pars pro toto kan worden gewezen op de in kracht toenemende roep om schadevergoedingsclaims te zien als de panacee voor bijvoorbeeld klimaatverandering. Ik ben voldoende in die wereld thuis om te weten dat dit gevaar groot én reëel is.

Nu overheden het allerwege laten afweten, zal – als rampen niet kunnen worden voorkomen; iets waarop vrijwel niemand uit lijkt te zijn – te zijner tijd de rechter worden getrakteerd op een veelheid van zaken waarvan de financiële inzet ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Men behoeft geen helderziende te zijn om te begrijpen dat het onmogelijk is om dergelijke vorderingen te honoreren, hoe men daar inhoudelijk ook over zou denken. Het geld is er (dan) simpelweg niet meer. Weinig rechters zullen, naar mag worden verwacht, hele samenlevingen in de financiële afgrond duwen.’

Volgt een betoog terughoudend om te gaan met toezichthoudersaansprakelijkheid. Het is immers geen panacee en er is zoiets als een ‘toezichthoudersdilemma’ (ingrijpen veroorzaakt soms meer schade), terwijl de bodem van de schatkist – ‘voor zover al niet weggeslagen’ en overigens niet gevuld met ‘kaboutertjes’ – in zicht is. Tot besluit een bericht voor de ‘aandachtige lezers’:

‘Aandachtige lezers zullen allicht tegenwerpen dat in deze benadering geen prikkel voor de overheid bestaat om haar taak naar behoren te vervullen. Ik bestrijd dat. Vooreerst mag worden aangenomen dat overheden doorgaans – helaas niet steeds – oprecht zullen proberen hun taak consciëntieus te vervullen. Maar dat biedt geen soelaas voor de kleine minderheid van de gevallen waarin dat niet gebeurt. Daar zal veeleer moeten worden ingezet op preventie en in voorkomende gevallen ook op persoonlijke aansprakelijkheid of zelfs het strafrecht. Het voert te ver dat verder uit te werken.’

We trekken zelf ook de stoute schoenen aan en voegen daar nog aan toe: de ministeriële verantwoordelijkheid.

{ 2 reacties… read them below or add one }

1 SV 02/10/2009 om 08:55

Een fraai vervolg, welhaast een climax, van de Openbaringen van Johannes Spier!

2 JAdB 02/10/2009 om 15:16

Ik begin zo langzamerhand fan te worden van Spier. Kan die man alsjeblieft genomineerd worden voor de nobelprijs voor de literatuur?

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: