Een Nederlandse Son of Sam Law?

door IvorenToga op 04/06/2013

in Rechtspraak, strafrecht

Post image for Een Nederlandse Son of Sam Law?

In 1978 werd David Berkowitz in de staat New York voor een aantal moorden tot zes keer levenslang veroordeeld. Vanwege de publiciteit over zijn strafzaak en zijn per-soon waren de autoriteiten bang dat deze seriemoordenaar na zijn veroordeling zou capitalize on his crime door een boek te publiceren. Dat bracht de wetgever van deze staat ertoe een wet in te voeren op grond waarvan veroordeelde criminelen geen pro-fijt uit de publiciteit rond de door hen gepleegde misdrijven mochten halen. Een der-gelijke regeling, die in diverse andere staten navolging heeft gekregen, wordt een Son of Sam Law genoemd.
De term “Son of Sam” is afkomstig uit briefjes die Berkowitz bij de lichamen van een aantal van zijn slachtoffers had gelegd en waarin hij zich als zodanig had aangeduid. Zo stond als aanhef in een van de schrijfsels (met handhaving van de schrijffout en met een kennelijke referte aan politieberichten over de inmiddels gepleegde moorden): “I am deeply hurt by your calling me a wemon hater. I am not. But I am a monster. I am the ‘Son of Sam’.” (En dan legt hij uit wie zijn vader is en waarom hij als diens zoon deze daden pleegt.)

Bijna geen wettelijke regeling kan in de Verenigde Staten bestaan zonder dat zij in court aan de federale grondwet is getoetst. Zo ging het ook met de New Yorkse Son of Sam Law, die het U.S. Supreme Court in zijn oorspronkelijke versie in strijd met de uitingsvrijheid als verankerd in het First Amendment beoordeelde. Maar de wetgever wist de wet op aanwijzing van het hoogste Amerikaanse rechtscollege zodanig aan te passen dat hij de constitutionele toets wel kon doorstaan. Niettemin sneuvelden in de loop van de jaren diverse pogingen van justitiële autoriteiten publicaties op grond van Son of Sam Laws te verbieden, omdat de regelingen waarop die verboden waren gebaseerd, vanwege hun te ruimte formuleringen in strijd met het First Amendment werden geacht.

In Nederland zullen dergelijke juridische verwikkelingen zich niet gauw voordoen, alleen al omdat wij in het algemeen niet zo constitutioneel zijn ingesteld als de Verenigde Staten. Mogelijk interessanter echter is de vraag of wij aan een Son of Sam Law behoefte zouden hebben. Wij kennen tegenwoordig allerlei zogenaamde topcriminelen over wie in het kader van human interest het nodige wordt gepubliceerd. Daarnaast heeft zich in ons land de laatste ruim tien jaar een (on)behoorlijk aantal geruchtmakende moorden voorgedaan. Denkbaar is dat boeken die de daarvoor veroordeelde personen – al dan niet met behulp van een ghost writer – zouden schrijven, veel aftrek zouden vinden. Kortom, is het nodig dat wij hierop anticiperen door onze wet aan te passen?

Ik denk het niet.

Ten eerste is ons land niet alleen constitutioneel, maar ook cultureel anders ingesteld dan de Verenigde Staten. Weliswaar publiceren diverse bladen van tijd tot tijd over de eerder genoemde topcriminelen, maar afgezien van misschien wat handgeld zijn het vooral de uitgevers van die bladen die daarvan profiteren. Miljoenen zijn daarmee echter bij benadering niet mee gemoeid, dus echt rijk zullen in ieder geval de criminelen daarvan niet worden. En zelfs in de USA kent men grenzen. Pogingen van O.J. Simpson met zijn boek If I Did It zijn advocaatkosten te dekken strandden op de voor hem negatief uitvallende ophef daarover.
Ook uitgevers in Nederland zullen niet om het publiceren van boeken geschreven door criminelen staan te springen. Mogelijk dat zoiets op korte termijn winsten zou opleveren, maar op de lange duur zal een beetje uitgever zich vermoedelijk niet graag met een veroordeelde crimineel willen encanailleren.
Verder kennen wij allerlei andere justitiële middelen om het (veroordeelde) criminelen moeilijk te maken hun daden via publiciteit te gelde te maken. Kan geld dat op een coderekening in een land met geheime bankrekeningen is gezet, misschien nog aan de greep van justitie ontsnappen, met verdiensten uit de opbrengst van een boek zal dat veel lastiger zijn. Alleen door beslag onder de uitgever kan al worden voorkomen dat dergelijke bedragen bij de veroordeelde terechtkomen. Ook onze steeds meer opgetuigde ontnemingswetgeving biedt justitie voldoende instrumenten eventuele winsten “af te romen”.

Wij krijgen in strafzaken nogal eens het verzoek van verdachten (en hun advocaten) een ontnemingsvordering of een vordering van een benadeelde partij af te wijzen of het bedrag te matigen, omdat zij geen middelen hebben daaraan te voldoen en even-min is te verwachten dat dat op afzienbare termijn anders zal zijn. De verdediging wijst er dan op dat een eventuele veroordeling er vrijwel automatisch op zal neerko-men dat de vervangende straf zal worden uitgezeten.
Vaak wijzen rechters dit soort verweren af, omdat de eventuele honorering daarvan tot de executiefase behoort. Je zou, met de Amerikaanse praktijk in het achterhoofd, ook kunnen overwegen dat lang niet vaststaat dat de veroordeelde geen middelen zal hebben, als de veroordeling ten uitvoer moet worden gelegd. Maar een Son of Sam Law hoef je dan niet in je hoofd te hebben.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Deze post is de onderdeel van een reeks bijdragen over de rechtspraak en de organisatie daarvan die tegelijk hier en op de blog IvorenToga.nl verschijnen. Reacties worden gesynchroniseerd.

{ 1 reageer… read it below or add one }

1 a.zecha 08/06/2013 om 15:30

Ik vind de zinsnede: “…… omdat wij in het algemeen niet zo constitutioneel zijn ingesteld als de Verenigde Staten.“ in feite de weergave van een halve waarheid vermits onvermeld blijft dat de Nederlandse rechtsstaat (één van de weinige Europese rechtsstaten is die) over géén constitutioneel (hoog) gerechtshof beschikt.
a.zecha

Reactie achterlaten

Vorige post:

Volgende post: