Een nieuw gedoogblok zonder verkiezingen?

door GB op 11/12/2011

in Haagse vierkante kilometer

Post image for Een nieuw gedoogblok zonder verkiezingen?

Nu de spanning in de gedoogconstructie toeneemt, wordt het tijd om de staatsrechtelijke kaarten te schudden. Kan er een nieuw gedoogblok onder het kabinet Rutte worden gezet? Of is het woord meteen aan de kiezer, als de PVV het gedoogakkoord opzegt?

Staatsrechtelijk gebeurt er eigenlijk niets als de PVV het voor gezien houdt. Alleen als de Tweede Kamer een motie van wantrouwen tegen het kabinet aanneemt, dan moet er ontslag worden aangeboden en schrijft de ‘Conventie van 1966’ (maximaal één volwaardig kabinet per verkiezingsuitslag) voor dat in beginsel nieuwe verkiezingen moeten volgen. Maar tot die tijd lijkt er staatsrechtelijk niet zoveel te verhapstukken. Er zijn geen PVV-ministers die het kabinet in hun val zouden kunnen meetrekken.

Het zou een mooi experiment zijn om het minderheidskabinet gewoon te laten zitten. Dat kan als de andere partijen (of misschien de PVV ook wel) besluiten het wantrouwensvotum in de binnenzak te houden. Het kabinet, op zijn beurt, zal dan moeten accepteren dat wetgeving ter uitvoering van het gedoogakkoord stokt. Het ligt niet voor de hand dat partijen die zich nu fel tegen die plannen hebben uitgesproken, zich alsnog laten verleiden de plannen te steunen. In de politiek wordt vaak in linzenmoes gehandeld, maar zo openlijk dat de PvdA de absurde verhoging van het griffierecht opeens wel zou steunen onder verwijzing naar de schrapping van de JSF – dat wordt wel heel gortig. Als er nieuwe voorstanders worden gezocht voor de bezuinigingsoperatie zal het kabinet moeten bewegen om het ook voor nieuwe voorstanders verkoopbaar te houden. Misschien is het wel realistisch om de Kunduz-combinatie het genoegen te gunnen de plannen uit het gedoogakkoord door de shredder te mogen halen, om vervolgens fris de onderhandelingen te beginnen over de begroting van 2013.

Daarnaast, zo constateerde Goslinga vorige week in een mooi betoog, heeft dit kabinet wel een PVV-stempel meegekregen. Daar zullen andere partijen niet mee geassocieerd willen worden, dus zal het kabinet zich daarvan moeten ontworstelen. Bijvoorbeeld door expliciet afstand te doen van het moslimpesten met boerkaverboden en van de caviapolitie. Het kabinet zal zich moeten terugtrekken op neutrale gronden. Als dat lukt, dan zou het kabinet gewoon kunnen blijven zitten.

Tenzij de Conventie van 1966 zijn werk begint te doen, omdat hier eigenlijk toch sprake is van een ander kabinet, Rutte II. Normaal herken je een nieuw kabinet aan het indienen van collectief ontslag, gevolgd door een besluit van Beatrix om dit ontslag wel of niet te verlenen. In zo’n geval nummeren we door van Balkenende II naar Balkenende III. Dat is hier niet het geval. Het kabinet kan zijn omvorming tot neutraal minderheidskabinet gewoon missionair ondergaan.

Toch is het heel goed verdedigbaar om dan van een nieuw kabinet Rutte II te spreken. Het regeerakkoord, het gedoogakkoord, het Constituerend Beraad, de Regeringsverklaring; alles waar dit kabinet tot nu toe op gebouwd was, wordt fundamenteel herzien en vervangen door andere plannen met een andere toon. En dat zou volgens de Conventie van 1966 alleen via de kiezer kunnen. In beginsel, althans.

{ 3 reacties… read them below or add one }

1 Martin Holterman 11/12/2011 om 17:31

Dit soort redeneringen, inclusief die hele Conventie van 1966 zelf, vind ik “onpretting”. Je jurist in mij verdraagt dit niet goed, want de jurist in mij vindt dat er hier teveel politieke elementen in het staatsrechtelijke stelsel worden geïntroduceerd. Het staatsrecht moet gebaseerd worden op handelingen van de staatsrechtelijke instituties: de Kamer neemt een motie aan, het kabinet biedt ontslag aan, de Koningin verleent dit of niet. Noties als “coalitie” en “regeerakkoord” (of in dit geval “gedoogakkoord”) zijn te politiek om in het staatsrecht een plek te krijgen. Zelfs het fenomeen politieke partij is daar immers al niet of nauwelijks terug te vinden.

Omdat de Conventie van 1966 strikt genomen niet leunt op het concept “coalitie”, maar alleen op het aanblijven of niet van een kabinet, kan dat nog net door de beugel. Maar dit betoog gaat nog een stapje verder, en dat moeten juristen wat mij betreft niet willen.

2 Richard Westerbeek 12/12/2011 om 09:21

Ik vroeg mij al langer af waarom er niet inderdaad gewoon opnieuw een formatie kon plaatsvinden, en er dus persé verkiezingen komen.

Die “Conventie van 1966” maakt mogelijk een hoop duidelijk hierover. Heeft u (GB) meer informatie daaroever? Ik kan zo gauw op Google niets vinden.

3 GB 12/12/2011 om 10:55

@ Richard

De ‘Conventie van 1966’ verwijst de opeenvolging van de kabinetten Marijnen/Cals/Zijlstra. Cals had een andere politieke samenstelling dan Marijnen en viel in 1966 tijdens de nacht van Schmelzer. Deze gang van zaken was een van de grote frustraties die aanleiding vormden voor de oprichting van D66.

De status van deze conventie is in het staatsrecht zeker niet onbetwist. Maar dat volgt een beetje uit de aard van een conventie: meer dan een politieke praktijk, minder dan gewoonterecht.

Reactie achterlaten

{ 1 trackback }

Vorige post:

Volgende post: